Tijd gebonden

Jaartelling

Toen de tentoonstelling 'Tijd gebonden' plaatsvond in de KB was de vraag wanneer het nieuwe millennium begint erg actueel. Was het nu 1 januari 2000 of toch 1 januari 2001? Begon onze jaartelling met het jaar nul of met het jaar 1?
Onze christelijke jaartelling is ingevoerd in de zesde eeuw in Rome. Aangezien men in Europa toen het getal nul nog niet kende was het eerste jaar dus het jaar 1. Het gevolg was dat de eerste eeuw werd afgerond met het jaar 100, en niet met het jaar 99. Om dezelfde reden eindigt het tweede millennium in het jaar 2000, en niet in 1999.

Almanakken

Als gevolg van de belangstelling voor tijd en tijdrekenkunde kregen ook almanakken extra aandacht. Maar wat is nu precies een almanak? Lange tijd zijn almanak en kalender als gelijkwaardige termen beschouwd. Er verschijnen tegenwoordig tientallen boeken per jaar die almanak heten, maar die weinig meer met kalenders te maken hebben, zoals de belasting-almanak, de Almanak praktisch gezondheidsrecht en de IT almanak. Het enige dat historische en moderne almanakken met elkaar gemeen hebben is dat ze informatie bieden die voor een bepaalde periode - meestal een jaar - dienstig is. Als ieder boekje met een levensduur van een of enkele jaren als almanak beschouwd moet worden, vallen adres- en telefoongidsen, agenda's, jaarboeken en astrologische boekjes er ook onder. In voorgaande eeuwen bevatte de almanak precies dit soort informatie. In onze tijd heeft de almanak zich dus opgesplitst, en zijn de diverse praktische onderdelen een eigen leven gaan leiden.   

Het verleden

Al heel vroeg kreeg de mens de behoefte om tijd te meten en registreren. Zo ontstond de kalender. De allervroegste gedrukte kalenders stammen niet uit Europa, maar uit China, waar ze al in 877 tijdens de Tang-dynastie werden vervaardigd. Een exemplaar bevindt zich in de British Library.
Almanakken behoren in Europa tot de vroegste producten van de drukpers. Johann Gutenberg, de uitvinder van de boekdrukkunst uit Mainz, wordt beschouwd als de drukker van drie kalenders: de Turkenkalender, gedrukt in december 1454, de Laxier Kalender uit 1457 en de Astronomische Kalender uit 1458. De oudst bekende Nederlandse almanak stamt uit 1476, en is gedrukt in Leuven door Jan Veldener. De meeste middeleeuwse almanakken hadden nog deze vorm.
In de zestiende eeuw werden de almanakken uitgebreid met allerlei informatie, zoals astrologische voorspellingen (prognosticaties), medische adviezen, zakelijke informatie over postdiensten, stadspoorten, markten en geldkoersen en later ook teksten om de mensen te vermaken en zelfs om politiek te bedrijven. Almanakken gingen steeds meer sturing geven aan het leven van alledag.
In Nederland beleefde de almanak zijn hoogtepunt in de achttiende en negentiende eeuw. Ieder jaar weer verschenen er tientallen uitgaven die zich richtten tot bepaalde bevolkingsgroepen, zoals zakenlieden, militairen, vrouwen, kinderen, protestanten, katholieken, joden, studenten, vrijmetselaars, boeren en liefhebbers van de schone letteren. Elk onderwerp is wel eens in een almanak  behandeld.

Uiterlijk

Niet alleen de inhoud is gevarieerd. De verschijningsvorm van de almanak is net zo divers als het uiterlijk van mensen. Soms nederig en schamel gekleed, of deftig en keurig in het pak, soms onopvallend en degelijk, dan weer modieus en verleidelijk.

Nadeel

Voor moderne onderzoekers is er wel een groot nadeel verbonden aan die populariteit en gebruikswaarde van almanakken en kalenders. Na afloop van een jaar werden de meeste weggegooid of, zoals in China gebruikelijk was, naar een tempel gebracht, waar ze door monniken werden verbrand. Wat bewaard is gebleven is helaas een fractie van de miljoenen exemplaren, die er ooit geweest moeten zijn.

Almanakken van de KB

De KB bezit een van de grootste collecties almanakken en kalenders in Nederland. Alleen de universiteitsbibliotheken van Leiden en Amsterdam hebben grotere collecties historische almanakken. Wie  in de catalogus van de KB zoekt, vindt al snel enkele duizenden titels, waarachter zich weer tienduizenden jaargangen bevinden.

De grootste groep vormen de negentiende-eeuwse almanakken. Dat ligt niet alleen aan het feit dat ze in die tijd zeer populair waren, maar ook aan de omstandigheid dat de KB pas in 1798 is opgericht. Eigentijdse almanakken waren eenvoudiger te verzamelen dan historische. Sinds 1974 komen veel almanakken in de KB omdat uitgevers ze schenken ten behoeve van het Depot van Nederlandse Publicaties.

Wat buitenlandse almanakken betreft zijn de Franse verreweg in de meerderheid. Deze behoren ook tot de mooiste in de collectie. De andere buitenlandse almanakken zijn voor het overgrote deel West-Europees. Uitzonderlijk zijn de exemplaren uit landen als Zwitserland, Slowakije, Zuid-Afrika en Hawaii. Hoe en waarom deze boekjes in de KB terecht zijn gekomen, is niet altijd meer te achterhalen.   

De toekomst

Wij hebben, als samenstellers van de tentoonstelling Tijd gebonden. Almanakken en kalenders van de Koninklijke Bibliotheek, een duidelijke keuze gemaakt voor deze webexpositie. We hebben er 25 geselecteerd. Niet alleen omdat ze als uitgave de moeite waard zijn, maar ook omdat ze exemplarisch zijn, en gezamenlijk een beeld schetsen van de ontwikkelingen die de Nederlandse almanak van de Middeleeuwen tot en met de negentiende eeuw heeft ondergaan. Het jaar waar de almanakken voor bestemd waren is soms al eeuwen geleden, maar door ze opnieuw voor het voetlicht te halen, zijn ze begonnen aan hun tweede leven. De Renaissance van de almanak is definitief begonnen. 

Apeldoorn/Den Haag, november 2000

Over de auteurs

  • Marco de Niet (1962) is neerlandicus. Hij was werkzaam bij de Koninklijke Bibliotheek als wetenschappelijk medewerker bij de afdeling Onderzoek & Netwerkinformatie.
  • Frederik Schreuder (1952) is huisarts. Hij is verzamelaar van almanakken met speciale belangstelling voor tijdrekenkunde en boekgeschiedenis.

Literatuur

Boere, Marianne: ' "Mijn weetlust kent geen perk', Geleerde lezeressen van een achttiende-eeuwse almanak'. In Lover (1992) 3, p. 156-160.
Buijnsters, P.J. & L. Buijnsters-Smets: Bibliografie van Nederlandse school- en kinderboeken 1700-1800. Zwolle: Waanders, 1997.
Capp, Bernard: Astrology & the Popular Press. English Almanacs 1500-1800. London & Boston: Faber and Faber, 1979.
Duncan, David Ewan: De kalender. Op zoek naar de tijd. 's-Gravenhage: Bzztôh, 1998.
Eijssens, Henk: 'Het jaarboekje 'Aurora' van A.C. Kruseman'. In: Haarlemse kringen: vijftien verkenningen naar het literair-culturele leven in een negentiende-eeuwse stad. Onder red. van W. van den Berg [e.a.]. Hilversum: Verloren, 1993, p. 139-152.
Fruin, R.: Handboek der chronologie. Alphen aan den Rijn: N. Samson, 1934.
Fuks-Mansfeld, R.G.: De Sefardim in Amsterdam tot 1795. Aspecten van een joodse minderheid in een Hollandse stad. Hilversum: Verloren, 1989.
Grand-Carteret,J.: Les almanachs Français. Bibliographie-iconographie.1600-1895. Paris: Alisie et Cie.,1896.
Nesselaar, Bianca: 'Een Leidse student op vrijersvoeten.' In: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 19 (1996) 3, p. 83-91.
Niet, Marco de: 'F.G. Waller, jurist 1867-1934'. In: Verzamelaars en verzamelingen, Koninklijke Bibliotheek 1798-1998. Zwolle: Waanders, 1998, p. 159-163.
Niet, Marco de: 'De Januskop van de achttiende-eeuwse Nederlandse almanak'. In: Dierbaar magazijn, De bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Onder red. van B. Dongelmans [e.a.]. Amsterdam: AUP, 1995, p. 69-82.
Richards, E.G.: Mapping Time. The calendar and its history. Oxford: University Press, 1998.
Richmond, R.: Time measurement and calendar construction. Leiden: E.J.Brill, 1956.
Rümann, Arthur: 'Historisch-genealogische Kalender'. In: *Philobiblon *11 (1939). Brünn-Leipzig-Wien: Rudolf M. Rohrer Verlag.
Salman, Jeroen: Populair drukwerk in de Gouden Eeuw, de Almanak als lectuur en handelswaar. Zutphen, 1999. (Bijdragen tot de geschiedenis van de Nederlandse boekhandel, Nieuwe reeks 3)
Salman, Jeroen: Een handdruk van de tijd, De almanak en het dagelijks leven in de nederlanden 1500-1700. Delft [enz.], 1997.
Salman, Jeroen & Ton Brandenbarg: Teken van de tijd. Maand- en seizoenvoorstellingen van de Middeleeuwen tot 1800. Den Haag: Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum/Museum van het boek, 1993.
Salman, Jeroen: '"Die ze niet hebben wil mag het laaten", Kinderalmanakken in de achttiende eeuw'. In: Literatuur, 17 (2000) 2, p. 76-83.
Schatten van de Koninklijke Bibliotheek. Acht eeuwen verluchte handschriften. Tentoonstelling Rijksmuseum Meermanno-Westreenianum/Museum van het Boek. 's-Gravenhage, 1980.
Schotel, G.D.J.: Vaderlandsche Volksboeken en volkssprookjes van de vroegste tijden tot het einde der 18e eeuw. Haarlem, 1873.
Strubbe, Eg.I. & Voet, L.: De chronologie van de Middeleeuwen en de moderne tijden in de Nederlanden. Antwerpen [enz.]: Uitgeversmij. N.V. Standaard-boekhandel, 1960.
Wijk, W.E. van: De Gregoriaansche kalender. Een technisch-tijdrekenkundige studie. Maastricht: A.A.M.Stols, 1932.
Wijk, W.E.van: De late Paasch van 1943. Eene populaire verhandeling over de bepaling van den datum van het Paaschfeest. 's-Gravenhage: A.A.M.Stols, 1943.
Wijk, W.E.van: Le Nombre d'or. Étude de chronologie technique suivie du texte de la Massa Compoti d'Alexandre de Villedieu. La Haye: Martinus Nijhoff, 1936.