1696: Andreas van Luchtenburg

Veelzijdig en ontwikkeld

Andreas van Luchtenburg moet een veelzijdig en ontwikkeld man zijn geweest. Behalve 'stadtmeester' van Tholen, 'leermeester in de Hemel-, Aerd- en Zeemeetkonst' in Rotterdam en Amsterdam, was hij wiskundige, almanakberekenaar en leraar Italiaans en boekhouden. Maar bovenal was hij een eigenzinnig mens, die een afwijkende mening niet voor zich hield, maar deze voor eigen rekening in boekvorm publiceerde.

Andreas van Luchtenburg,Den opregten en noyt bekenden almanachvoor 1696

Andreas van Luchtenburg,Den opregten en noyt bekenden almanachvoor 1696

Lengte van het zonnejaar

Duizenden jaren lang hadden astronomen geprobeerd de lengte van het zonnejaar zo nauwkeurig mogelijk te bepalen. Bij de Gregoriaanse kalenderhervorming ging men uit van 365 dagen, 5 uur, 48 minuten en 20 seconden. Van Luchtenburg was echter van mening dat iedereen zich vergiste, want hij had zelf 365 dagen, 5 uur, 47 min. en 9 sec. gemeten! Maar dat was niet de enige dwaling van de rest van de wereld. Paus Gregorius XIII had in 1582 ook besloten dat eeuwjaren voortaan alléén een schrikkeljaar zouden zijn als ze deelbaar zouden zijn door 400. Van Luchtenburg stelde daarentegen dat 1700, volgens zijn wiskundige berekeningen, ook een schrikkeljaar moest zijn. In deze almanak laat hij een viertal mensen getuigen dat zijn astronomische berekeningen 'volmaekt' zijn.

Zonsverduistering

Omdat Van Luchtenburgs almanak een ander Gulden Getal heeft, valt Pasen bij hem op een andere datum: 3 mei in plaats van 22 april. En het uitrekenen van zons- en maansverduisteringen kon ook niet aan anderen worden overgelaten, want alleen hij had het juiste tijdstip bepaald voor de 'geweldigen zonneclips' op 6 december 1695 van 6.55 u. tot 9.07 u. Helaas was het die dag vreselijk bewolkt, zodat niemand heeft kunnen genieten van de zonsverduistering. Wel riep Van Luchtenburg alle 'liefhebbers in Nederland en de aangrenzende landen' op zich te melden in de Courant mochten zij toch de eclips aanschouwd hebben.

Kritiek

Zijn almanakken en prognosticaties lokten veel kritiek uit. De Dordtse landmeter en almanakberekenaar Mattheus van Nispen schreef in 1700 een pamflet Aenmerckinge op en tegens de Eerste en Tweede nieuwe geinventeerde Almanacken van M. Andreas van Luchtenburgh over de Jaren 1699 en 1700, waarin hij de draak met hem steekt. 'Men moet somtijts den dwasen na zijn dwaesheyt beantwoorden'. Hij besluit met de constatering dat de almanak van Luchtenburg 'seer kleynen inganck by de verstandige vinden sal'. Inderdaad, de Gregoriaanse kalender is anno 2000 nog steeds niet vervangen door de Luchtenburgse kalender. Wel bleef Van Luchtenburg tot zijn dood in 1709 hardnekkig almanakken uitgeven met vermelding op de titelpagina van 'egter den onregten dag van 1700 behoudende, alsoo de wereld daar nog in dwalen wil'.