1820: Suriname

Suriname

Suriname was 400 jaar geleden nog Spaans bezit. In 1613 vestigden zich de eerste Nederlandse kooplieden er, aangetrokken door fantastische verhalen over goud en diamanten in overvloed. Spoedig volgden de Engelsen, die er een landbouwkolonie van maakten. Na de Tweede Engelse Oorlog (1665-1667) werd Suriname Nederlands bezit tot de Engelsen het in 1799 heroverden. In 1814 werd Suriname opnieuw een Nederlandse kolonie en dat zou zo blijven tot 1975.

Surinaamsche almanakvoor 1820

Surinaamsche almanakvoor 1820

Surinaamsche Almanak

Deze almanak was niet alleen bestemd voor de inwoners van Suriname, maar vooral voor Nederlanders die er handel mee wilden drijven of er een bestuurlijke taak hadden. Suriname viel toentertijd onder het ministerie van het Publieke Onderwijs, de Nationale Nijverheid en de Koloniën met aan het hoofd een gouverneur-generaal. De kalender bevat behalve vermelding van de heiligen en aantekeningen van historische gebeurtenissen ook gegevens over hoogwater aan de Braamspunt, de plek waar de Suriname-rivier uitmondt in de Atlantische Oceaan. Verder bevat de almanak twee kaarten van het oostelijk en westelijk deel van Suriname.

Plantages

Opvallend is de vermelding 'tot heden nog onbekende landen'. De binnenlanden van Suriname waren vanwege het oerwoud moeilijk toegankelijk en werden bovendien bewoond door Indianen en gevluchte negerslaven, die zich hadden bewapend en regelmatig plantages aanvielen en slavenopstanden probeerden te veroorzaken. De Nederlanders hadden dan ook de meeste belangstelling voor de plantages, die zich meestal niet al te ver van de kust bevonden. Een lijst van de ca. 1000 plantages bevat de opgave van de grootte, de producten, de namen van de eigenaren en de vaak veelzeggende namen van de plantages, zoals Zeldenrust, Nooit volmaakt, Nijd en Spijt, en Zorg en Vrij. Hoeveel slaven er op een plantage werkten, komen we in deze almanak niet te weten. Wel kunnen we lezen dat in 1818 275 vrije personen zijn overleden. De slaven werden letterlijk dood gezwegen.

Afschaffing slavernij

Hoewel de slavenhandel in Suriname al in 1818 was opgeheven, zou het nog tot 1863 duren tot de slavernij werd afgeschaft. Niet alleen het beroemde boek Uncle's Tom cabin uit 1852 van de Amerikaanse schrijfster Harriet Beecher Stowe speelde hierin een belangrijke rol, maar ook een Amerikaanse almanak. Van 1836 tot 1847 verscheen in Boston de *American**anti-slavery almanac* met aangrijpende illustraties van mishandelde slaven om de publieke opinie te beïnvloeden. Na de afschaffing van de slavernij geraakte de economie van Suriname steeds meer in een neerwaartse spiraal. De *Surinaamsche almanak* bleef wel bestaan tot 1912 en werd daarna voortgezet tot 1955 onder de titel *De vraagbaak: almanak voor Suriname*.