Vijftiende eeuw: Getijdenboek

Boekdrukkunst

De uitvinding van de boekdrukkunst in de eerste helft van vijftiende eeuw wordt algemeen beschouwd als een van de meest ingrijpende gebeurtenissen in de geschiedenis van de mensheid vanwege de grote sociale gevolgen. De eerste gedrukte boeken, incunabelen genoemd, verschenen in een oplage van enige honderden exemplaren en bereikten een veel groter publiek dan de handschriften.

Incunabelen en handschriften

Aanvankelijk leken de incunabelen veel op handschriften. Getijdenboeken, gebedenboeken voor leken (gezien de luxueuze uitvoering de adel en zeer rijke burgers), werden aan het eind van de vijftiende eeuw in grote aantallen gedrukt, meestal op perkament. Maar de illustraties erin konden niet concurreren met de schitterende miniaturen in handschriften, zodat velen ook toen nog handgeschreven exemplaren prefereerden. Ook het hier afgebeelde getijdenboek is nog met de hand geschreven.

Getijdenboek, Parijs, eind vijftiende eeuw

Getijdenboek, Parijs, eind vijftiende eeuw

Herkomst

Getijdenboeken bevatten, evenals brevieren, missalen, psalteria en andere boeken voor de geestelijkheid, als vast onderdeel een kalender met vermelding van de heiligenfeesten. Aangezien alle bisdommen, steden en kloosters hun eigen specifieke heilige vereerden, is de kalender een hulpmiddel bij het achterhalen van de herkomst van een handschrift. De vermelding in rood op 3 januari van Ste. Geneviève, de beschermheilige van Parijs, wijst in de richting van de Franse hoofdstad.

Meerjarig

Aangezien het kalendarium niet voor één jaar bestemd was, maar moest dienen voor vele jaren, zogenaamd eeuwigdurend, zijn wel de vaste feestdagen opgenomen, zoals Kerstmis en Driekoningen, maar niet de veranderlijke, zoals Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. Om de paasdatum te kunnen bepalen was het Gulden Getal voor een bepaald jaar nodig en deze staat met de dagletters voor de namen van de heiligen.

Miniaturen

De kalenderminiaturen in getijdenboeken zijn meestal een afspiegeling van de bezigheden van de mensen in de verschillende seizoenen. In dit getijdenboek worden mannen en vrouwen, arm en rijk, boer en edelman samen afgebeeld. Werkzaamheden op het land, zoals zaaien, snoeien, maaien en dorsen, worden afgewisseld met een wandelende edelman en een verliefde edelvrouw. Ook het traditionele persen van druiven en het slachten van een varken ontbreken niet. Opvallend is de afbeelding voor de maand juli. Hier geen grasmaaien zoals gebruikelijk in de hooimaand, maar een herder die een schaap draagt. Hij is niet op weg om het schaap te scheren, zoals vaak afgebeeld werd in de maand juni. Ook is het geen verwijzing naar de schaapherderskalender die tegen het einde van de vijftiende eeuw voor het eerst verscheen. Hier is Christus afgebeeld als de Goede Herder, die een schaap terug brengt naar de kudde. Het schaap symboliseert hier een berouwvolle zondaar, die weer op het juiste pad wordt gebracht.