Schrijfboek van Willem Silvius (c.1550-1562)

Dit schrijfboek is een zestiende-eeuws handschrift dat in 2017 werd geïdentificeerd als de kalligrafiebundel van de Antwerpse drukker Willem Silvius (c.1520-1580) tijdens de jaren 1550, toen hij als schrijfmeester werkte te Leuven.

Op deze pagina vindt u een algemene inleiding bij het schrijfboek van Willem Silvius. Wilt u direct naar het gedigitaliseerde boek? Klik dan op de link in dit plaatje:

Willem Silvius

Willem Silvius werd rond 1520 geboren in ’s-Hertogenbosch als Willem Verwilt. Dertig jaar later, op 3 februari 1550, schreef hij zich in aan de universiteit van Leuven, onder de naam ‘Gulielmus Silvius Buscoducensis’. In 1558 studeerde hij af in de rechten. Datzelfde jaar vestigde hij zich in Antwerpen en startte hij zijn eigen uitgeverij: Den Gulden Enghel. Hij publiceerde rond die tijd ook zijn eerste werk: de Latijnse en Franse editie van de statuten van de Orde van het Gulden Vlies: Constitutiones Ordinis Velleris en Les ordonnances de l’Ordre de la Thoyson d’or. Voor deze publicatie werd hij benoemd tot koninklijk drukker ofwel Typographus Regii. In de jaren 1560 werd hij een vermaard drukker. Hij publiceerde zowel in de volkstaal als in het Latijn. In 1567 kende hij zijn grootste succes: de uitgave van Lodovico Guicciardini’s Descrittione di tutti i Paesi Bassi (1567), een geïllustreerde beschrijving van de gehele Nederlanden.

Drukkersmerk Willem Silvius: Den Gulden Enghel (aanvraagnummer: KW 1708 B 19)

Silvius’ carrière kreeg in 1568 een flinke tegenslag te verwerken. Hij werd vanwege zijn vermeend aandeel in de Beeldenstorm gearresteerd en twee maanden vastgezet. De drukker moest een grote borgsom betalen om vrij te komen. Hoewel zijn bedrijf zich enigszins herstelde in de jaren 1570 – met onder meer de publicatie van de romans van Amadis de Gaule in het Frans – , liep het opnieuw mis tijdens de Spaanse Furie in Antwerpen in 1576. Om de plunderende Spaanse soldaten tevreden te stellen, moest de typograaf een grote som geld lenen en aan hen overdragen. Hij zou deze financiële aderlating niet te boven komen. Nadat hij in 1577 werd benoemd tot de officiële drukker van de Staten van Holland en tot academiedrukker van de pas gestichte Leidse universiteit, verhuisde Silvius met zijn familie naar Leiden, om daar zijn drukkersbedrijf opnieuw op te starten. In 1580 stierf hij echter. Zijn bedrijf werd overgenomen door zijn zoon, maar gebukt onder een grote schuldenlast was Den Gulden Enghel geen lang leven meer beschoren. In 1582 werden de drukkerij en de boekhandel failliet verklaard en werd de inboedel openbaar verkocht.

Over het leven van Willem Silvius voor 1560 is er maar weinig bekend. In het nawoord van een Latijns schoolboek van Sartorius’ Selectissimarum orationum Germanice redditarum delectissimus uit 1563, schreef Silvius dat hij aan de universiteit van Leuven bijverdiende als leraar van ‘enige vorstenzonen’: ‘Cum superioribus annis in academia Lovaniensi principum aliquot filios instituendos accepissem’. Hij zou ze hebben geïnstrueerd in de kunst van het schrijven, specifiek het aanleren van de sierlijke Italiaanse hand (de Cancellaresca corsiva) , die erg leesbaar was en daarom ideaal voor het opschrijven van dictaten van leraren. Andere bronnen schrijven dat hij zelfs schrijflessen zou hebben gegeven aan de kinderen van de Prins van Oranje! Dit alles is moeilijk te staven. Silvius’ Leuvense carrière bleef daardoor vooral het domein van giswerk. De toeschrijving van het schrijfboek in Den Haag aan Silvius brengt hier echter verandering in.

Herkomst

Het boekje dat voeger in de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek werd omschreven als ‘Variarum scripturarum exempla van Gulielmus Sylvius’ staat nu te boek als ‘Kalligrafische bundel van Willem Silvius’. Het heeft een oblong octavo-formaat met perkamenten bladen. Het telt 49 genummerde folia en werd waarschijnlijk gemaakt tijdens Silvius zijn Leuvense periode tussen 1550-1558. Dit is af te leiden uit de inscriptie op het tweede blad: ‘Guilielmus Sylvius Buscoducensis scribebat Lovanii Anno à Nativitate Domini 1550’ [Willem Silvius uit ’s-Hertogenbosch schreef in Leuven, in het jaar van de geboorte van onze heer 1550].

Kalligrafische bundel van Willem Silvius (aanvraagnummer: KW 129 F 2, fol. 2r)

De toeschrijving van het schrijfboek aan Willem Silvius berust niet alleen op de vermelding van zijn naam op het tweede blad. Het eerste blad van het schrijfboek fungeert als een titelpagina en geeft ook een einddatum van de vervaardiging: Variarum scripturarum exempla in gratiam huius artis studiosorum a Gulielmo Sylvio Regio Typographo scripta sculpta & in lucem edita. Anno 1562 [=Verschillende schrijfvoorbeelden in het voordeel van studenten van deze kunst, geschreven, gesneden en gezet door Willem Silvius, koninklijke drukker in 1562]. Op dit eerste folia staat ook de naam van een andere bezitter: ‘Cornelius à Pelanen, Jacobi F., G. Sylvy Nepos 1608’. Cornelis van Polanen was de zoon van Jacob van Polanen, een onderwijzer van de Franse School in Leiden die in 1585 trouwde met Sara, de dochter van Willem Silvius. Cornelis moet het schrijfboek via zijn moeder hebben verkregen en heeft het misschien wel gebruikt voor het verbeteren van zijn eigen schrijfvaardigheden.

Kalligrafische bundel van Willem Silvius (aanvraagnummer: KW 129 F 2, fol. 1r)

Het boek zit in een laat achttiende-eeuwse rode marokijnen band met gouden bloemenmotief en werd ingebonden door de Eerste dissertatiebinderij te Leiden. Vermoedelijk is toen de foliering aangebracht. Aan het begin van de negentiende eeuw was het handschrift in het bezit van koning Willem I. Via het Koninklijk Kabinet van Zeldzaamheden werd het in 1816 met enkele andere waardevolle handschriften overgedragen aan de Koninklijke Bibliotheek.

Kenmerken

De bundel bestaat uit een collectie schrijfmodellen in verschillende handschriftstijlen, op de recto zijde van het blad geschreven. Voor schrijfmeesters waren dit soort bladen met modellen heel gebruikelijk. Klanten konden zo de vaardigheden van de schrijfmeester beoordelen en naar gelang hun behoefte een schrijfstijl uitkiezen. Zo bevat het manuscript verschillende kalligrafische hoogstandjes met moraliserende spreuken. In een sobere cartouche staat bijvoorbeeld de gekalligrafeerd tekst ‘Integritate fides alitur, & fide vero amicitia’ [=Oprechtheid bevordert trouw, en trouw bevordert de ware vriendschap], een epigram bedacht door de Italiaanse humanist Giovanni Pontano (1426-1503).

Kalligrafische bundel van Willem Silvius (Aanvraagnummer: KW 129 F 2, fol. 5r)

Het boekje telt bovendien vier ingekleurde tekeningen: een cartouche met de Duitse spreuk uit Johannes 1, 2:17: ‘Die welt vergeht mit irer lust / wer aber den willn gottes thut / der bleibt in ewigkeit’, het alliantiewapen van Egmond-van Bergen-Glimes en twee architectonische constructies, een grafmonument en een triomfboog.

Kalligrafische bundel van Willem Silvius (fol. 3r)

Dergelijke sierlijke inventies zijn echter niet de hoofdmoot van de bundel. Silvius lijkt vooral zijn beheersing van verschillende schrijfstijlen te hebben willen etaleren. Dit blijkt al uit het begin van de bundel, met zeven bladen waar het alfabet wordt weergegeven in verschillende letterschriften: Textur, Romein, Fraktur en een ornamentele hoofdletter met vlechtwerk.

Kalligrafische bundel van Willem Silvius (fol. 8r)

De daaropvolgende bladen bestaan uit uittreksels van allerlei soorten modelbrieven in verschillende talen, waarbij het gebruikte schrift gepast is voor de specifieke aangelegenheid. Soms betreft het aanhefvormen die gebruikt konden worden voor brieven naar hooggeplaatste personen, zoals ‘Dem Durchleuchtigen Hochgebornnen Fursten und Hern, Hern Wilhelm von Gottes genaden Printzen zu Oranien’.

Kalligrafische bundel van Willem Silvius (fol. 21r)

Andere bladen tonen handschrifttypes voor minder hoogstaande gelegenheden, zoals het bevestigen van een schuld van vijf gulden bij een zekere ‘Lamprecht Selltenreich'. Een dergelijke humoristische naam voor een schuldeiser doet vermoeden dat zeker een deel van de brieven fictief van aard is.

Silvius begint zijn schrijfboek met 9 folia schriftvoorbeelden uit het Duits. Vanaf fol. 22 komen de andere talen en schriftsoorten (‘handen’) aan bod: eerst het Nederlands (2 folia), dan Frans (3), Spaans (2) en het Italiaans (1). Daarna volgt Latijn (16), om te besluiten met Grieks (2) en Hebreeuws (1). Ook hier wisselt Silvius voortdurend van tekstgenre: uittreksels van brieven worden afgewisseld met citaten uit de Bijbel of passages uit het werk van klassieke auteurs als Cicero, Seneca, Marcus Aurelius, etc. Aan de boven- of onderkant van de bladen zijn alfabetten toegevoegd voor het specifieke schrift dat werd gebruikt, meestal in kleine letter, maar soms ook in kapitaal. Het schrijfboek besluit met een absoluut kalligrafisch hoogtepunt. In een rood gekleurd kader, gedecoreerd met goudkleurig bladmotief, staan vijf Bijbelcitaten in vijf verschillende talen (Nederlands, Duits, Frans, Latijn en Grieks), maar steeds geschreven in spiegelbeeld. Elk citaat is geschreven met goudtinctuur en begint met een sierinitiaal. De teksten geschreven in twee cartouches boven en onder het kader zijn niet in spiegelbeeld. Daardoor valt het bijzondere van het spiegelschrift des te meer op. De Italiaanse tekst bovenaan leest bovendien: ‘Non besogno sospender più la mente, Ch’allo speichio si legge la presente’ [=Je hoeft er niet langer je hoofd over te breken, want hetgeen je hier ziet kan je lezen in de spiegel]. Het is een citaat uit het beroemde materieboek van de Italiaanse kalligraaf Giovanni Battista Palatino (1515-1575), die als een van de eerste schrijfmeesters het spiegelschrift in druk uitgaf.

Kalligrafische bundel van Willem Silvius (fol. 47r)

Niet geschikt voor publicatie?

Het lijkt er op dat Willem Silvius in het begin van de jaren 1560 de intentie had om zijn schrijfboek uit te geven, geïnspireerd door het eerder succes van dat soort schrijfhandleidingen (‘materieboeken’ of ‘exemplaarboeken’) in Italië (bijvoorbeeld de handleidingen van Ludovico degli Arrighi (1475-1527), Giovanni Antonio Tagliente (1450-1528) en de al eerder genoemde Palatino). Ook het schrijfboek van Gerard Mercator (1512-1594), Literarum latinarum, quas italicas, cursoriasque vocant, scribendarum ratio, dat in 1540 werd gepubliceerd, moet hem als voorbeeld hebben gediend.

In 1562 vroeg Silvius een privilege aan om zijn schrijfboek uit te geven: ‘een zekeren boeck van diversche scriften als overlants, cursyff, italiaens, griex, hebreeuw ende meer andere by hem gescreven’. Aangezien een dergelijke uitgave niet is overgeleverd, moet Silvius uiteindelijk toch van publicatie hebben afgezien. Zou de productie te duur zijn uitgevallen? Of was hij niet helemaal tevreden met de reproductiekwaliteit van houtsneden? Pas in 1569 zou het eerste materieboek in kopergravure (een superieure techniek) worden vervaardigd door de Brusselaar Clemens Perret (c. 1551—1591). Silvius zou zich vanaf 1563 wel bezig houden met het drukken van typografische schrijfmethodes (schrijfboeken met voorbeelden van gotische hand, gezet in civilité) en voegde soms zelfgemaakte schrijfvoorbeelden in houtsnede als enkelvoudige bladen toe aan andere schoolboekjes die hij uitgaf. In het nawoord van het schoolboek van Sartorius laat Silvius in 1563 wel weten dat hij plannen heeft zijn boek met allerlei handschriftstijlen uit te geven, voor de ‘praeclarae huius artis studioso adolescenti’ [=de jongere die zich toelegt op deze hoogstaande kunstvaardigheid]. Jammer genoeg zou het er nooit van komen. Door het manuscript uit de Koninklijke Bibliotheek hebben we nu eindelijk inzicht in zijn vaardigheden als schrijfmeester.