Boekbanden van Suenonius Mandelgreen

Bruinkarmijn marokijn, met goud bestempeld. Op de platten een platvullende versiering van elkaar doorsnijdende linten, met in de tussenliggende velden ranken en bloemen uit vele kleine stempels opgebouwd. Op beide platten een doorlopend randschrift: ‘Ter dankbare erkentenisse voor genote eer den 5 van herfst maand 1757. By gelegenheid van het vreugde maal, over de blyde geboorte van Willem Zelandus van Borssele, die den heere de edele gestoelte van zynen vader wil laten bekleden, tot nut van land en kerk, wenschen met eerbied, A.L. Callenfels, S. Mandelgreen en L. Taillefert.D.Z’. Gesigneerd onderaan het voorplat ‘S. Mandelgreen fecit’.

Boekband, vervaardigd door Suenonius Mandelgreen. Middelburg, 1757. 1793 F 106

Boekband, vervaardigd door Suenonius Mandelgreen. Middelburg, 1757. 1793 F 106

Deze boekband laat zien welke kwaliteit het meest luxueuze bindwerk in Nederland rond het midden van de achttiende eeuw kon hebben. Hij kan gerekend worden tot de meest merkwaardige stukken uit die tijd. De platversiering reflecteert vroegere bandversieringen uit Frankrijk in de periode rond 1600. Dit patroon was in de vroege achttiende eeuw nog geliefd in Duitsland en Scandinavië. Menige in Zweden vervaardigde meesterproef vertoont het, soms in combinatie met een uitvoerig randschrift. De maker van de band, Suenonius Mandelgreen, kende ze maar al te goed: hij werd in Uppsala geboren en heeft ongetwijfeld daar zijn opleiding gehad.

Dat op de band de signatuur van de binder voorkomt, is een bijzonderheid. Geen andere Nederlandse luxe band uit de achttiende eeuw heeft de naam van de maker, behalve twee andere banden van Mandelgreen. Ook een randschrift op de platten komt weinig voor. Slechts enkele Nederlandse banden, waaronder een reeks van tien banden van Mandelgreen, hebben een zo uitvoerige tekst op de platten.

Het merkwaardige aan deze band is dat hij een omhoog draaibaar boekenkastje bevat met miniatuurboekjes. Hiervan is geen ander Nederlands voorbeeld bekend. Hij is wat dit betreft alleen te vergelijken met enkele reisbibliotheekjes, met name uit Engeland in de zeventiende eeuw. Daar gaat het echter om banden, die aan de binnenkant van beide platten enkele planken met kleine boeken bevatten. Een tweede verschil is dat de band van Mandelgreen niet in opdracht van een geletterd reiziger voor eigen gebruik is gemaakt, maar een geschenk is bij de geboorte van Willem van Borssele, heer van Zeeland, van drie vooraanstaande Middelburgers. De miniatuurboekjes bevatten dan ook heel toepasselijk teksten als de bijbel, een vaderlandse geschiedenis en andere werken van belang voor de opvoeding.

Mandelgreen werkt tussen 1736 en 1758 in Middelburg. Hij wordt in 1756 en 1757 als drukker genoemd in de stedelijke rekeningen en was ook veilinghouder. Er zijn van hem slechts enkele drukken bekend. In 1758 gaat hij een samenwerking aan met de drukkers Callenfels en Taillefert voor de uitgave van de Middelburgsche Courant.In de achttiende eeuw is het in Nederland ongewoon als boekbinders hun werk signeren. Een uitzondering op deze regel is de in Middelburg werkende binder Suenonius Mandelgreen. Vier maal vinden we zijn signatuur op veelal buitengewone stukken. Maar Mandelgreen is dan ook geen Nederlander. Een set van tien luxe banden in de Koninklijke Bibliotheek van België maken een en ander duidelijk. Die banden dragen zijn naam, met de toevoeging: ‘UPSALO SUECUS’. Suenonius Mandelgreen komt oorspronkelijk uit Uppsala, in Zweden. Hij arriveert in, of kort voor, 1736 in Middelburg, want in dat jaar maakt hij zijn meesterproef. Hij trouwt met Anna Chatarina Smitsbergen en is in september 1758 begraven in de Lutherse Kerk in Middelburg.

De KB heeft deze band in 2004 aangekocht. Zij bezit daarmee de enige meesterproef uit de achttiende eeuw die bewaard is gebleven. Maar er is geen sprake van een representatieve proeve van meesterschap door een gezel of getalenteerde knecht. Dit stuk is het werk van een volleerde meester.

Mandelgreen gebruikt voor deze band maar liefst zeven rollen en 25 verschillende stempels, die waarschijnlijk ook zijn eigendom waren. Hij bekleedt de band met kostbaar rood marokijn, maakt dubbele kapitalen in drie kleuren zijde en versiert de sneden virtuoos met ornamenten en met het wapen van Zeeland. Een dergelijke luxe wordt in geen van de bewaard gebleven gildereglementen uit de zeventiende of achttiende eeuw van de binders verlangd. Mandelgreen, op zoek naar erkenning, heeft zijn proef waarschijnlijk al in Zweden afgelegd; het gebruik van tekst op de band en de platindeling met de doorsnijdende linten vinden we namelijk ook terug op een enkele bewaard gebleven meesterproef in Zweden. Deze band is bedoeld om indruk te maken op de autoriteiten en hen te overtuigen van het feit dat er een ware meester in hun stad is gearriveerd. (RT)

Literatuur

J. Storm van Leeuwen, 'Een unieke boekband door Sueno[n]ius Mandelgreen', in: Nehalennia 55 (1984), p. 1-14
J. Storm van Leeuwen, 'De achttiende eeuw: hoogtij van fraai Middelburgs bindwerk', in: Goud en velijn. Middelburgse boekbanden van de 17de tot de 19de eeuw. Middelburg 1992, p. 13-46.
I.H. van Eeghen, De gilden. Bussum 1974.