Chemiseband

Donkerbruin marokijn met blindstempeling (binnenste bekleding) over houten platten. Chemise in fluweel (buitenkant), donker bruinkarmijn verlopend tot lilarood, en in lilarode zijde (binnenkant) met passement en balletjes in gouddraad en rode draad; met zilveren slot. De chemise, waarvan het overhangend deel rondom ca. 2,5 cm breed is, is alleen door het slot aan de band vastgemaakt.

De chemiseband kan beschouwd worden als de verfijnde uitvoering in textiel van de hulselband. De band is niet eenmaal van een bekleding (leer of textiel) voorzien, maar tweemaal, waarbij de buitenste textiele bekleding soepele overslagen rondom heeft. Bij deze band vormen de nagels van het slot de enige bevestiging van de chemise aan de band. Overigens loopt de voering, die de binnenkanten van de platten bedekt, tot in de knepen door zodat zij toch niet dan met grote moeite losgemaakt zou kunnen worden. De tweede bekleding is vrijwel altijd verdwenen. De grote kwetsbaarheid van textiel is daar ongetwijfeld een oorzaak van. Misschien hebben de makers daar zelfs rekening mee gehouden; dat zou een verklaring kunnen zijn voor de blindstempeling op de binnenste bekleding van deze band, die natuurlijk pas goed zichtbaar kan worden wanneer de chemise eraf is.

Chemisebanden zijn nog veel zeldzamer dan hulselbanden: niet meer dan zeven zijn aan het licht gekomen. Nederlandse originelen zijn niet bewaard gebleven. Toch moeten ze speciaal in de Nederlanden een grote populariteit hebben genoten onder de gegoede burgerij en de adel. Ze zijn afgebeeld op vele schilderijen en miniaturen uit de Vlaamse en Noordnederlandse school. Een goed voorbeeld is de band die Maria in haar handen houdt op het veelluik ‘Het Lam Gods’ van Jan en Hubert van Eyck in de Sint-Bavo in Gent. Veelal vindt men ze in handen van Maria en andere vrouwelijke heiligen, wat aangeeft dat de boeken vooral voor de privédevotie van dames bedoeld zullen zijn geweest.

Deze bijzondere band bevat een laatmiddeleeuws getijdenboek, vervaardigd rond 1460 te Valencia. Het handschrift heeft de gebruikelijke inhoud: een kalender, de Getijden van Maria, de Votiefmis van Maria, de Korte Kruisgetijden, de zeven Boetpsalmen, de Dodenofficie en gebeden tot verschillende heiligen. Aan het eind volgen de Passie volgens de vier Evangelisten en enkele stukken uit de Evangeliën. Dit alles in de door Rome voorgeschreven volgorde.

De inhoud zegt dus niets over de herkomst van het boek. De verluchting laat daarentegen zien dat het handschrift rond 1460 in Valencia moet zijn gemaakt, in de omgeving van de miniaturist Juan Mari. Kenmerkend voor handschriften uit die plaats zijn de brede gouden banden rond drie zijden van de tekst, waarover een netwerk van elkaar kruisende lijnen is aangebracht.

Het handschrift is verlucht door twee meesters. De artistiek meest vooraanstaande van de twee schilderde de hier afgebeelde voorstelling van de Verkondiging aan Maria aan het begin van de Mariagetijden. Zijn stijl toont een sterke invloed van de Vlaamse paneelschilderkunst van de vijftiende eeuw, die onder meer blijkt uit het kapsel met glad over het hoofd liggend haar, dat van onderen uitwaaiert, en uit de rijke plooival van de gewaden. De andere twee miniaturen, de Geboorte van Christus en de Kruisiging, zijn van de hand van een tweede schilder, wiens stijl strakker is.

Chemiseband. Valencia?, ca. 1460. - Getijdenboek. Perkament, 167 folia, 150 x 100 mm. Herkomst: antiquariaat Nico Israel te A'dam, 1988. 135 J 55, fol. 13v-14r

Chemiseband.Valencia?, ca. 1460. - Getijdenboek. Perkament, 167 folia, 150 x 100 mm. Herkomst: antiquariaat Nico Israel te A'dam, 1988. 135 J 55, fol. 13v-14r

Literatuur

Vriendschap in vereniging. Den Haag 1988, nr. 1
J. Storm van Leeuwen, 'The well-shirted bookbinding', in: Theatrum orbis librorum. Liber amicorum presented to Nico Israel. Utrecht 1989, p. 277-305
Zeldzaam en kostbaar. Den Haag 1992, nr. 3.