Lederschnitt-techniek

In 2003 heeft de Koninklijke Bibliotheek, deels door schenking en deels door aanschaf, een aantal fraaie voorbeelden van boekbanden uitgevoerd in "Lederschnitt"-techniek aan de collectie kunnen toevoegen.

Naast het decoreren door middel van het indrukken van heet gemaakte stempels, en later het in- en opleggen van stukjes leer, werden boekbanden in de 14e eeuw, vooral in Centraal Europa, ook versierd door middel van het insnijden van figuren en ornamenten in de opperhuid van het leer. Vervolgens werd de achtergrond door middel van ponsjes 'neergedrukt', om het contrast tussen het motief en de achtergrond te versterken. In combinatie met deze techniek werden delen van de band soms ook nog in reliëf opgewerkt. Deze manier van het decoreren van leer werd al vanaf de elfde eeuw toegepast op bruidskistjes, foedralen, zadels en dergelijke. Na 1500 zien we deze stijl in de banddecoratie nauwelijks meer, terwijl de andere voorwerpen tot ver in de 18de eeuw met Lederschnitt worden bewerkt.

Aan het einde van de 19de eeuw is er sprake van een herontdekking van deze techniek. Vooral vanuit Duitsland (Halle en Hamburg) maar ook uit Engeland en Frankrijk komen voorwerpen, waaronder vele boekbanden, die zijn gedecoreerd door middel van Lederschnitt, of leerdrijfwerk zoals de techniek in Nederland werd genoemd. De aandacht die er toen bestond voor het verleden in combinatie met het historisch verantwoorde handwerk, zal een rol bij deze revival hebben gespeeld.
Daarnaast heeft de binder, voor het uitvoeren van deze technieken een tamelijk bescheiden instrumentarium nodig. Uit de collectie van de heer J.A.J. Gieles uit Bergen op Zoom, telg uit een boekbindergeslacht, heeft de KB een doos met instrumenten, ontwerpen en voorbeelden van leerdrijfwerk verkregen.

De KB bezit geen Middeleeuwse voorbeelden van Lederschnitt, maar mede door de recente aanwinsten wel een fraaie serie voorbeelden uit de 19e en 20e eeuw. Het betreft ondermeer een band die, hoewel niet gesigneerd , waarschijnlijk aan Leendert J. Lievegoed kan worden toegeschreven. Lievegoed (1867-1928) opgeleid als binder, later vertegenwoordiger bij de binderij Herfkens, maakte deze banden in opdracht van instellingen en particulieren, veelal in de avonduren. Hij was van mening dat deze techniek bij uitstek geschikt was voor banden rond bijvoorbeeld een jubileumalbum. Als kind van zijn tijd verklaart hij in 1914, in het boekbinderstijdschrift Magnus, dat het vlakornament de meest aangewezen vorm voor de bandversiering is. Maar als het gaat om bovengenoemd gelegenheidsbindwerk toont hij zich een groot voorstander van lederschnitt/lederplastiek, omdat "allerlei naturalistische motieven symbolisch tot haar recht [kunnen] komen". Later verklaart hij in hetzelfde tijdschrift met betrekking tot het gebruik (of misbruik) van bepaalde ornamenten: "Een boekband is geen stuk behangsel of een vloerkleed of iets dergelijks, zoodat de versiering er eene zal zijn eigen aan het boek en voor niets anders geschikt." De band in kwestie toont echter de voor die jaren zo typerende mengvorm van constructieve elementen (de platindeling die bepaald wordt door de plaats van de ribben) en de hang naar het oude ambachtelijke uiterlijk, door het gebruik van de knoppen (die in de middeleeuwen dienden om het boek op de plank of lezenaar te laten rusten) in de vorm van de vier halfedelstenen.

De map die Johannes Carolus Nijgh in 1891 bij zijn 25 jarig jubileum als directeur van de Nieuwe Rotterdamsche Courant aangeboden krijgt, toont nog niets van de moderne opvattingen. Het kundig uitgevoerde drijfwerk bestaat uit ornamenten in neo-stijlen en de hoekelementen zijn eigenlijk in leer 'vertaald' metaal beslag.
Eveneens klassiek in de gebruikte ornamentiek, compleet met hoekbeslag, is de door J. Merckelbacg gesigneerde band, die waarschijnlijk dienst moest doen als gastenboek, hoewel er nooit gebruik van is gemaakt.
Uit bindtijdschriften en vakbladen op het gebied van kunstnijverheid blijkt de grote populariteit van de Lederschnitt gedurende de periode van 1870 tot ongeveer 1930. Spiegellijsten, sigarettenkokers, meubelpanelen en dergelijke, worden veelvuldig afgebeeld. Na 1930 echter verdwijnt het leerdrijfwerk bijna compleet, hoewel een enkele moderne binder bij gelegenheid gefascineerd raakt door deze manier van decoreren.

Een mooi voorbeeld hiervan is de band die Janosz Szirmai in 1986 op verzoek van de KB maakte, rond een editie van The Beggars Opera. De groteske koppen op het voorplat, uitgevoerd in de eeuwenoude techniek, hebben door het vakmanschap van de kunstenaar een plaats gekregen op een zeer geslaagde, moderne boekband.

Schematische weergave Lederschnitt-techniek (tek. J. Szirmai)

Schematische weergave Lederschnitt-techniek (tek. J. Szirmai)

Gereedschappen, nodig voor het decoreren in lederschnitt, collectie J.A.J. Gieles

Gereedschappen, nodig voor het decoreren in lederschnitt, collectie J.A.J. Gieles

Proef in Lederschnitt-techniek, collectie J.A.J. Gieles

Proef in Lederschnitt-techniek, collectie J.A.J. Gieles

Band toegeschreven aan L. Lievegoed ± 1915 (signatuur 1784 A 16)

Band toegeschreven aan L. Lievegoed ± 1915 (signatuur 1784 A 16)

Band van J. Merckelbacg ± 1900 (signatuur 1792 C 2)

Band van J. Merckelbacg ± 1900 (signatuur 1792 C 2)

Proef van decoratie in Lederschnitt door J. Szirmai 1986

Proef van decoratie in Lederschnitt door J. Szirmai 1986

Band van J. Szirmai 1986 (signatuur 1770 B 1

Band van J. Szirmai 1986 (signatuur 1770 B 1

Map aangeboden aan J.C. Nijgh. 1891 (signatuur 1792 C 1)

Map aangeboden aan J.C. Nijgh. 1891 (signatuur 1792 C 1)