'Cheops' van J.H. Leopold in een Zilverdisteluitgave

Een bijzondere uitgave van het gedicht 'Cheops' van de dichter J.H. Leopold (1865-1925) van 'private press' De Zilverdistel uit 1916.

Op deze pagina vindt u een algemene inleiding bij Cheops. Wilt u direct naar het gedigitaliseerde boek? Klik dan op de link in dit plaatje:

In augustus 1916 verscheen bij De Zilverdistel, de eerste Nederlandse private press, de uitgave Cheops van J.H. Leopold. Dit lange gedicht over farao Cheops werd door J.F. van Royen gedrukt in een oplage van 70 exemplaren. De tekst is gezet uit De Zilvertype, speciaal voor deze drukker/uitgever ontworpen door de letterontwerper S.H. de Roos, die ook de initialen ontwierp. Van Royen drukte eerst de tekst in zwart, vervolgens de rode initialen en tenslotte de initialen in blauw.

Het gedicht opent met een van de langste zinnen uit de Nederlandse poëzie. Pas na 20 versregels komt een punt achter de naam van de hoofdpersoon, Cheops. Het krachtige ritme van de zin suggereert één vloeiende beweging naar die punt. Het is tevens de vlucht van de ziel van de farao door het uitgestrekte heelal, voordat hij vanuit de hoogte zal weerkeren naar het gebalsemde lichaam in de grafkamer onder in de piramide.

J.H. Leopold, Cheops (1916)

J.H. Leopold, Cheops (1916)

Inspiratie uit de piramide van Gizeh

Tot diep in de Middeleeuwen was de grote piramide bij Gizeh het hoogste gebouw ter wereld. Samen met de twee kleinere piramides werd het al in de Oudheid gerekend tot de Zeven Wereldwonderen. Ook nu inspireert de piramide schrijvers en cineasten, vooral griezelfilms en science fictionverhalen. Begin twintigste eeuw werd die fascinatie versterkt door nieuwe opgravingen. Farao Cheops leefde ongeveer 2500 jaar vóór Christus en liet de grote piramide bouwen als zijn grafmonument.

De dichter en classicus Leopold bestudeerde de feiten zoals ze waren opgeschreven door de Griekse historicus Herodotus. Maar hij gebruikte ook moderne naslagwerken, zoals de Guide to the Egyptian Collections of the British Library. Hij leende zulke boeken bij de Rotterdamse gemeentebibliotheek en noteerde in potlood wat hem opviel. Ook verbeterde hij wel eens wat. Zo schreef hij in de British Library-catalogus dat er honderdduizenden tegelijk aan de piramides werkten en niet tienduizenden. Die ‘honderdduizenden’ staan letterlijk in zijn gedicht.

Maar niet alles is Egyptisch in dit gedicht en niet alles is historisch verantwoord: feiten en fictie werden erin vermengd. Gegevens over de marmeren bekleding en de geschilderde versieringen in de gangen van de piramide kloppen niet met de werkelijkheid. Ook de reis van Cheops door het universum is niet in overeenkomst met de Egyptische dodencultus, maar wel met de veel latere Griekse gedachten, vooral die van Epicurus.

Waardering voor 'Cheops'

De dichter en criticus E. Du Perron vond het een onbegrijpelijk gedicht. Maar andere schrijvers, zoals de dichters Adriaan Roland Holst en J.C. Bloem waren vol bewondering. Martinus Nijhoff, ook een bewonderaar van Leopold, omschreef het als ‘het gedicht met de zwaarste en langste adem dat ooit in onze taal geschreven werd’; daarom noemde hij het een ‘baratonaria’. Niet alleen de eerste zin is heel lang. De kortste ‘zin’ is altijd nog viereneenhalve versregel lang, de langste zin strekt zich uit over 33 regels. Die zinnen hebben een dwingend ritme en stapelen gegeven op gegeven, vaak abstract maar soms ineens heel concreet.

Een interpretatie van 'Cheops'