40 Poésies de Stanislas Boutemer

Jaar:
1928
Auteur:
Georges Hugnet
(1906 - 1974)
Kunstenaar:
Max Jacob
(1876 - 1944)
Uitgeverij:
Briant

Na een korte, tot mislukken gedoemde periode in het leger, trok kleermakerszoon Max Jacob aan het eind van de negentiende eeuw van zijn geboorteplaats Quimper naar Parijs, met het voornemen een carrière in de kunst te beginnen. Hij volgde een aantal cursussen bij de Académie Julien, waar hij klaarblijkelijk een dusdanig armoedige indruk maakte, dat zijn medestudenten veronderstelden dat hij niet studeerde, maar potloden verkocht. Met de kunst werd het niet veel, wel was hij een tijdje criticus bij Le moniteur des arts.

In 1901 bezocht Max Jacob in de galerie van Ambroise Vollard de eerste tentoonstelling van Picasso. Jacob en Picasso werden al snel goede vrienden en woonden zelfs een tijdje in één huis. De overlevering wil, dat Picasso Jacob aanspoorde om te gaan schrijven. Overdag verdiende hij geld als klerk, maar zijn nachten wijdde hij voortaan aan de poëzie. Schilderen kwam pas op de derde plaats. Pas na 1921, toen hij het Parijse leven de rug toekeerde, zou hij op regelmatiger basis werken aan schilderijen en boekillustraties. Zo verscheen in 1928 bij uitgever Théophile Briant het door Jacob geïllustreerde 40 Poésies de Stanislas Boutemer van Georges Hugnet in een beperkte oplage van 170 exemplaren.

Kruiwagen

In 1928 had Hugnet nog niets gepubliceerd, maar wel al bijna alle grote kunstenaars van zijn tijd persoonlijk ontmoet. De bundel is zijn debuut. Hugnet was net zo veelzijdig als Max Jacob:schilder, toneelschrijver, kunstcriticus, essayist. In 1934 begon hij een boekbinderij. Hij veranderde in 1940 van richting en werd boekhandelaar en uitgever van onder andere Tristan Tzara en Gertrude Stein. In oktober 1940 schreef en publiceerde hij het eerste verzetsgedicht ('Non vouloir'). Een andere tekst van Hugnet werd in 1952 gebruikt voor het beroemde kunstenaarsboek Les revenants futurs met etsen van de Nederlandse kunstenaar Jean Paul Vroom. Tegenwoordig is Hugnet niet zozeer bekend als schrijver of illustrator, maar eerder als 'biograaf' van de avant-gardestromingen dada en surrealisme.

Hugnet was pas zestien jaar oud toen hij Max Jacob ontmoette, maar al zeer ambitieus. En Jacob reageerde zoals hij vaker deed als een jonge schrijver contact met hem zocht: hij ontfermde zich over hem. Zo onderhield hij intensieve briefwisselingen met bijvoorbeeld Michel Leiris en Edmond Jabès. Georges Hugnet gaf hij een opkontje door diens debuut te illustreren met vier tekeningen en twee litho’s. Ook introduceerde hij hem in zijn vriendenkring (onder andere Francis Picabia, Max Ernst en André Salmon) en bracht hij hem in contact met auteurs die Hugnets carrière stimuleerden (zoals Jean Cocteau) en die zijn werk beïnvloedden (zoals Robert Desnos). Georges Hugnet vond in Max Jacob een vriend met artistieke gaven én een uitgebreid netwerk.

Bibliografische beschrijving:

Beschrijving: 40 Poésies de Stanislas Boutemer / Georges Hugnet ; ill. de deux lithographies et de quatre dessins de Max Jacob. - Paris : Briant, [1928]. - 80 p. : ill. ; 26 cm
Drukker: Émile Lemaux (Parijs) (tekst)
Paul Vié (lithografie)
Oplage: 170 exemplaren
Exemplaar: Nummer 78 van de 150 op Arches
Lettertype: Letter van Deberny en Peignot
Bibliografie: Bénézit 7-412/413 ; Monod-6131
Aanvraagnummer: Koopm L 495

Literatuur:

  • Pierre Andreu, Vie et mort de Max Jacob. Paris, La Table Ronde, 1982
  • Gerald Kamber, Max Jacob and the poetics of cubism. Baltimore, The John Hopkins Press, 1971
  • James Phillips, Georges Hugnet (1906-1974): 'le pantalon de la fauvette': de dictionnaire abrégé du surrealisme: étude et choix de textes. Paris, Lettres Modernes, 1991
  • Christine van Rogger-Andreucci, Max Jacob: acrobate absolu. Seyssel, Champ Vallon, 1993

Vooromslag
Vooromslag

Vooromslag

Litho door Max Jacob (pagina [5])
Litho door Max Jacob (pagina [5])

Litho door Max Jacob (pagina [5])

Litho van Max Jacob (pagina [13])
Litho van Max Jacob (pagina [13])

Litho van Max Jacob (pagina [13])

Le pacte(pagina 24)
'Le pacte'(pagina 24)

'Le pacte'(pagina 24)