Chroniques

Jaar:
1993
Auteur:
Claude Minière
1938
Kunstenaar:
Stephen Buckley
1944
Uitgeverij:
Collectif Génération

Gervais Jassaud (geboren in 1944) is de uitgever van Collectif Génération, die eerder bekend stond onder ongeveer gelijkluidende namen als Génération en Collectif génération. Deze namen hebben betrekking op de gedachten over moderne collectiviteit en interdisciplinaire samenwerking waarvan de oorsprong in de late jaren zestig en zeventig ligt en waarbij het tijdschrift Tel quel onder redactie van Philippe Sollers een grote rol speelde.

Paginas [6] en [7]: linksboven en rechtsonder uitgevouwen
Pagina's [6] en [7]: linksboven en rechtsonder uitgevouwen

Pagina's [6] en [7]: linksboven en rechtsonder uitgevouwen

Voor- en achterzijde omslag
Voor- en achterzijde omslag

Voor- en achterzijde omslag

Titelpagina
Titelpagina

Titelpagina

Pagina [18-19]: tekst met gouache in oranje en goud (beide half afgedekt)
Pagina [18-19]: tekst met gouache in oranje engoud (beidehalf afgedekt)

Pagina [18-19]: tekst met gouache in oranje engoud (beidehalf afgedekt)

Pagina [4]
Pagina [4]

Pagina [4]

Paginas [6] en [7], links- en rechtsboven uitgevouwen
Pagina's [6] en [7], links- en rechtsboven uitgevouwen

Pagina's [6] en [7], links- en rechtsboven uitgevouwen

Paginas [6] en [7]: links- onder uitgevouwen
Pagina's [6] en [7]: links- onder uitgevouwen

Pagina's [6] en [7]: links- onder uitgevouwen

Paginas [6] en[7]: linksonder en rechtsboven uitgevouwen
Pagina's [6] en[7]: linksonder en rechtsboven uitgevouwen

Pagina's [6] en[7]: linksonder en rechtsboven uitgevouwen

Paginas [6] en [7]: links- en rechtsonder uitgevouwen
Pagina's [6] en [7]: links- en rechtsonder uitgevouwen

Pagina's [6] en [7]: links- en rechtsonder uitgevouwen

De bedoeling van Collectif Génération was dichters en kunstenaars te verzamelen en te stimuleren om'praktijk en theorie van de kunsten te veranderen', om dwarsverbindingen tussen boek en doek te gebruiken voor tussenwegen, nieuwe wegen, confrontaties. Niet alleen zijn de kunstenaarsboeken van deze uitgever proeven van samenwerking tussen auteurs en kunstenaars, ook zijn het vaak kunstenaars en auteurs uit verschillende landen die eraan meewerken, zoals bij Chroniques van de Engelse beeldend kunstenaar Stephen Buckley en de Franse dichter en kunstcriticus Claude Minière. De uitgever is de architect van het boek, hij laat de kunstenaars niet geheel vrij, maar is de drijvende economische en esthetische kracht achter het project en Gervais Jassaud wil zijn visie terugzien in het eindresultaat: 'boeken die de andere boeken onleesbaar maken'. De rol van de auteur is in dit proces soms gering; de eigenlijke samenwerking is meestal die tussen uitgever en kunstenaar.

Gedicht als een dans

De tekst begint – net zoals Finnegans wake van James Joyce - met het woord 'riverrun': 'rivierloop; duo, dans; tegen het labyrint; zij, twee woorden voor natuur; hommage aan Montaigne'. De dans is de ware rivaal van de dichter, zegt Minière, want in de poëzie is er steeds een vast punt waarop we ons in verbuigingen verliezen, waarin koppelwerkwoorden de wereld bewegen, de conversatie wordt geconserveerd en met de metriek de dans zijn intrede doet en daarmee het gedicht 'ontvoert'. Het is een dans zoals de atomen en elektronen om elkaar heen dansen, in haat en liefde, in alles wat we zien: 'in de zon, in de nacht, in de kilte van een eerste gedachte'. Ook wij, aldus Minière, zijn als fotonen: lichtdeeltjes. Aan het slot van het gedicht groet Minière de filosofen Empedocles en Montaigne: 'Et, là, il arrive il arrive à sortir une ligne du fouillis', het eindigt met een draad die uit de wirwar te voorschijn komt. Minière heeft de taal in zijn gedichten opzettelijk als een warboel georkestreerd en hij springt van klank naar klank, van ritme naar ritme, van associatie naar associatie. Minière wil dat het gedicht en het denken over dat gedicht (het denken van de lezer net als het denken van de auteur) samenvallen en één tekst vormen.

Van deze tekst werden drie edities gemaakt: één met beelden van Toni Grand (in 1991), één met gouaches van Eléna Berriolo (1993) en één met gouaches van Stephen Buckley (1993), waarvan dit een exemplaar is. In juli 1991 werd de opzet ervan besproken door de uitgever, Gervais Jassaud, en de kunstenaar en het boek werd in 1993 gedrukt door Francis Mérat in zijn atelier in Parijs in een oplage van 12 exemplaren, die, omdat het originele gouaches zijn, gelijksoortig, maar niet precies gelijk zijn. De beide 1993-edities zijn zo vormgegeven dat de lezer op iedere pagina een keuze moet maken: lees ik de tekst of bekijk ik de gouache? In eerste instantie doet de lezer beide. Het papier is echter gevouwen en ingesneden, waardoor driehoekige vormen zijn ontstaan waarop slechts de helft van de afbeelding of de tekst zichtbaar is. Zo is er een veelheid aan pagina's: pagina's waarvan alleen de tekst leesbaar is, maar door een slip op te lichten de afbeelding verschijnt - of andersom. Ook zijn er pagina's waarop de helft van de tekst zichtbaar is samen met de helft van de gouache, waardoor het optillen van de driehoek de tekst of de abeelding juist completeert. Het lijkt een ingewikkeld geheel, maar is in feite door een eenvoudige vondst en door een simpele ingreep ontstaan. Alles met de bedoeling het lezen onvoorspelbaar en veelzijdig te maken, 'te mobiliseren'.

De doe-het-zelver

Stephen Buckleys schilderijen spelen een spel met de kijker dat hier wel wat op lijkt. Hij verstopt of onthult de inspiratiebronnen in steeds wisselende mate, vooral door de titels van de werken. De in Leicester geboren kunstenaar werd rond 1960 beïnvloed door de Pop Art en door ontmoetingen met Francis Picabia, Kurt Schwitters en Marcel Duchamp. De constructie van zijn werk is vaak opzichtig, ook de uiteenlopende materialen hebben iets van een doe-het-zelver: schoensmeer, vloeibaar rubber, plexiglas, stukken tapijt en oude kleren. De materialen worden gescheurd, gevouwen en aan elkaar geniet, geschroefd en geweven. Veelal dagelijkse voorwerpen figureren in zijn schilderijen, zoals architectorale motieven, maar ook leidingbuizen en kledingpatronen.

De oplage van deze uitgave was klein: 12 exemplaren, maar dat staat niet in het colofon, omdat de uitgever in het verleden vaak meemaakte dat een kunstenaar een deel van de oplage uit onvrede vernietigde, of er zoveel tijd in moest steken dat de gehele oplage nooit voltooid raakte. Uit voorzorg wordt het aantal exemplaren daarom niet van te voren vastgesteld in het colofon. Bij dit alles is de uitgever zich bewust van illustere voorgangers: Vollard, Kahnweiler, Tériade en Iliazd. Jassaud wil net als hen een getuigenis van de eigen tijd nalaten in de boeken die hij publiceert.

Bibliografische beschrijving:

Beschrijving: Chroniques / Claude Minière [texte] ; Stephen Buckley [peintures originales en couleurs]. - Colombes : Collectif Génération, [1993]. – [6] katernen (cahiers) : ill. ; 23×26 cm
Drukker: Francis Mérat (Parijs)
Oplage: 12 exemplaren
Bijzonderheid: Gesigneerd door auteur en kunstenaar
Bibliografie: Bénézit 2-928
Aanvraagnummer: Koopm L 500

Literatuur:

  • Debra Bricker Balken, 'Notes on the publisher as Auteur', in: Art journal, 52 (1993) 4 (Winter), p. 70-71
  • Paul van Capelleveen, Sophie Ham, Jordy Joubij, Voices and visions. The Koopman Collection and the Art of the French Book. The Hague, Koninklijke Bibliotheek, National Library of the Netherlands; Zwolle, Waanders, 2009
  • Paul van Capelleveen, Sophie Ham, Jordy Joubij, Voix et visions. La Collection Koopman et l'Art du Livre français. La Haye, Koninklijke Bibliotheek, Bibliothèque nationale des Pays-Bas; Zwolle, Waanders, 2009
  • Le corps du livre: L'oeuvre éditoriale de Gervais Jassaud. Nîmes, Carré d'art bibliothèque, Ville de Nîmes, 1998
  • Marco Livingstone, Stephen Buckley, many angles. Oxford, Museum of Modern Art, 1985
  • Jean-Charles Masséra, 'Le livre à la recherche de son langage: L'exemple de Collectif Génération', in: Bulletin du bibliophile, (1991), p. 105-140