D'aujourd'hui et de toujours

Jaar:
1944
Auteur:
Henry de Montherlant
(1896 - 1972)
Kunstenaar:
Madeleine Barbedor
(1905 - 2001)
Uitgeverij:
Éditions de la Toison d'or

Zeker voor een boek dat gepubliceerd is aan het einde van de oorlog maakt D'aujourd'hui et de toujours van Henry de Montherlant een luxueuze indruk: het heeft een royaal formaat, 30 cm in het vierkant; gedrukt op een goede kwaliteit papier en voorzien van illustraties door Madeleine Barbedor. Barbedor was een Franse schilderes, leerling van de toentertijd bekende postimpressionistische landschapsschilder Alfred Bastien, die directeur was van de École des Beaux Arts te Brussel. Er is weinig over Barbedor bekend: ze heeft regelmatig geëxposeerd in Parijs, Nice en Menton, en ze schijnt vooral veel naakten te hebben geschilderd. De illustraties voor D'aujourd'hui et de toujours zijn traditionele, geïdealiseerde koppen en halffiguren, weergegeven in een 'sfumato'-achtige tekentechniek in grijze tinten. Barbedor heeft nog een ander boek voor uitgeverij Éditions de la Toison d'or geillustreerd: Abeille van Anatole France.

Enorme leeshonger

D'aujourd'hui et de toujours is niet in Frankrijk, maar in Brussel verschenen bij Éditions de la Toison d'or (1944). In de oorlog kende het Franstalige boekenbedrijf in België een redelijk grote bloei, ook al probeerde de Duitse bezetter het uitgeven van Franse boeken aan banden te leggen ten gunste van Duitse of Noord-Europese auteurs. Er was een enorme leeshonger, en wat dat betreft was de tijd gunstig om een uitgeverij te beginnen. De Éditions de la Toison d'or werd op 25 maart 1941 opgericht door het echtpaar Edouard en Lucienne Didier, een mondain koppel dat al sinds de jaren dertig informele discussiebijeenkomsten aan huis organiseerde voor de Belgische elite. Voor de oorlog vormden de gasten een uiterst gemêleerd gezelschap van de meest uiteenlopende politieke pluimage, variërend van uiterst links tot uiterst rechts, en afkomstig uit heel Europa. Op de gastenlijsten die mevrouw Didier bijhield, komt ook de naam van Henry de Montherlant voor.

Behalve D’aujourd'hui et de toujours publiceerde de Éditions de la Toison d’or in 1944 ook een boek over De Montherlant: Montherlant ou la guerre permanente door Emile Lecerf. De auteur gaat in op De Montherlants ideeën en moraal en met name op ontwikkeling van zijn beruchte 'étique de guerrie'. Tussen 1941 en september 1944 publiceerde de Éditions de la Toison d’or zo’n honderd publicaties, verdeeld over een aantal reeksen: romans en novellen, 'getuigenissen', Vlaamse en buitenlandse literatuur, essays, geschiedenisboeken, 'les classiques' (populaire herdrukken in pocketformaat) en toneelstukken. Franstalige edities maakten driekwart van het totale uitgavenfonds uit, waarbij 33 boeken van Franse auteurs waren, en 41 van Franstalige Belgen. Ondanks dit grote aantal boeken van eigen bodem liep het na de oorlog met de naar Parijs gevluchte Didiers slecht af: hun uitgeverij en al hun bezittingen werden in beslag genomen, en Edouard Didier werd bij verstek ter dood veroordeeld, met als een van de argumenten dat hij geprobeerd zou hebben het Belgische publiek aan te moedigen om 'Germaanse' geschriften te lezen.

Collaboratie?

D’aujourd'hui et de toujours is een verzameling opstellen in de vorm van essays, dialogen, brieven en aforismen. Daarin deed De Montherlant zijn eigenzinnige opinies over uiteenlopende onderwerpen uit de doeken, zoals familie, vaderland, misdaad en straf, beminnen en bemind worden, de betekenis van Goethe en de nationale loterij. Alles in zijn bekende, uiterst preciese en verzorgde stijl. Ook haalde hij herinneringen op aan Karl Heinz Bremer, die werk van hem vertaalde en die in de oorlog als adjunct-directeur van het 'Institut allemand' veel Franse schrijvers en intellectuelen ter wille was. Vlak voor de oorlog nog heeft Bremer aan De Montherlant geschreven: 'De oorlog zal nooit de orde der dingen die werkelijk van waarde zijn kunnen veranderen, want dat zijn zaken die niet afhangen van toevallige gebeurtenissen'. De Montherlant citeerde dit met instemming: de uitspraak wierp ook licht op zijn eigen houding tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn afzijdigheid in deze periode is hem altijd verweten. Sterker nog, na de oorlog kwam hij voor op een lijst van collaborerende schrijvers.

Hij was geen collaborateur, maar het verwijt was niet onterecht. In 1941 publiceerde hij Le solstice de Juin, een buitengewoon dubieuze tekst die de Franse lezer in het verkeerde keelgat was geschoten. Daarin stak hij zijn bewondering voor de viriele uitstraling en daadkracht van het Duitse leger niet onder stoelen of banken. Hij was van mening dat het gedemoraliseerde, slecht bewapende en ongetrainde Franse leger in 1940 terecht door een militair en moreel superieure vijand was verslagen. En volgens De Montherlant, die bezeten was van alles wat met sport te maken had, was het niet meer dan een kwestie van 'fair play' om na zo’n overtuigende nederlaag de overwinning van de Duitsers volledig te accepteren. Toch is hij vrij gauw na de oorlog gerehabiliteerd. In 1960 werd hij zelfs toegelaten tot de Académie Française, maar intussen had zijn toch al controversiële reputatie een flinke deuk opgelopen.

In 1953 verscheen in pocket Textes sous une occupation 1940-1944: herdrukken van teksten die De Montherlant heeft geschreven tijdens de bezetting. Daarvan zijn ook een aantal stukken opgenomen uit D'aujourd'hui et de toujours, maar zonder de illustraties. In het voorwoord schreef de auteur niet waarom hij juist die teksten koos, maar wel dat hij die oude opstellen verzamelde zoals een stervende zijn kinderen bij zijn bed roept om voor de laatste keer naar hen te kijken:'met een gevoel van vriendschap - ze dragen allemaal nog iets van het moment waarop hij ze concipieerde bij zich – om hen vervolgens weg te sturen'.

Bibliografische beschrijving

Beschrijving: D'aujourd'hui et de toujours / Henry de Montherlant ; ill. par Madeleine Barbedor. - Bruxelles : Éditions de la Toison d’or, 1944. - [69] p., ill. ; 30 cm
Drukker: H. Wellens & W. Godenne (Brussel) (tekst)
M. Vandezande (illustraties)
Oplage: 2480 exemplaren
Exemplaar: Nummer 1855 van de 2300 op vélin bouffant
Bibliografie: In liefde verzameld-220 ; Monod 8357
Aanvraagnummer: Koopm A 589

Literatuur

  • Lucille Becker, Henry de Montherlant: A critical biography.Carbondale, Southern Illinois University Press, 1970
  • M.B. Fincoeur, 'De uitgeverswereld in België tijdens de Tweede Wereldoorlog: Het voorbeeld van de 'Éditions de la Toison d’Or'', in: Hun kleine oorlog: De invloed van de Tweede Wereldoorlog op het literaire leven in België. Leuven, Peeters/Soma, 1998, p. 49-79
  • Pierre Sipriot, Montherlant sans masque, T. II: Écris avec ton sang, 1932-1972.Paris, Laffont, 1990

Frontispice door Madeleine Barbedor
Frontispice door Madeleine Barbedor
Illustratie door Madeleine Barbedor (tegenover p. 22)
Illustratie door Madeleine Barbedor (tegenover p. 22)
Illustratie door Madeleine Barbedor (tegenover p. [40])
Illustratie door Madeleine Barbedor (tegenover p. [40])