La déesse Cypris
Jaar:
1946
Auteur:
Henry de Montherlant
(1896 - 1972)
Kunstenaar:
Laure Albin-Guillot
(1879 - 1962)
Uitgeverij:
Colas

De in Parijs geboren Henry de Montherlant kwam in zijn jeugd in contact met antieke en Christelijke opvattingen die zijn latere schrijversschap zouden bepalen. Allereerst met de antieke cultuur, die hij via Henryk Sienkiewicz' Quo Vadis leerde kennen. De 'heidense' preoccupatie met (lichamelijke) schoonheid, de onverbloemde sensualiteit, de adoratie voor sport en heldendom, de antieke 'éthique de guerrier' en de geestelijke vrijheid, dat alles sprak hem zeer aan. Van het Christendom (hij beschouwde zichzelf als een niet praktiserend katholiek) nam hij thema's als onbaatzuchtige opofferingsgezindheid, de noodzaak tot verheffing van de menselijke ziel en liefdadigheid over.

De kracht van vrouwen
De Montherlant begon al heel jong te schrijven. Zijn vooroorlogse carrière wordt gemarkeerd door vijf belangrijke romans: Les célibataires (Grand prix de l'Académie française van 1934) en de nog altijd zeer leesbare vierdelige cyclus Les jeunes filles (1936-1939). Dit laatste werk toont Montherlant als een scherp en cynisch analyticus van de man-vrouwverhoudingen in het Frankrijk van voor de Tweede Wereldoorlog. Hij werd soms beschouwd als een vrouwenhater, maar dat was niet helemaal terecht. In Les jeunes filles veroordeelde hij indirect de Franse sociale mores die de vrouw dwongen zich zwak en hulpbehoevend op te stellen. Het werd haar immers praktisch onmogelijk gemaakt zich te ontwikkelen als gelijkwaardige partner van de man. Voor een autonome, vrijgevochten rokkenjager als Pierre Costals, de hoofdfiguur uit Les jeunes filles, is het idee zijn leven lang te moeten optreden als een soort ziekenbroeder voor zijn verloofde, de nogal onbenullige Solange Dandillot, onverdraaglijk. Het succes van de romancyclus was enorm.

Een van de oorzaken van het gedrag van veel vrouwen- ziek, zwak en misselijk- was volgens De Montherlant dat ze te weinig aan sport deden. In 1946 verscheen in Parijs La déesse Cypris, bedoeld als een 'een loflied op de zinnelijkheid'. Symbool daarvan is Cypris, de godin van de schoonheid en zinnelijkheid, meer bekend als Aphrodite of Venus. Het boek was ook een hommage aan de schoonheid van het goed getrainde, sportieve en krachtige vrouwenlichaam. In La déesse Cypris legde de auteur uit dat het van essentieel belang was dat vrouwen hun spierkracht ontwikkelden en daardoor hun minderwaardigheidsgevoel kwijtraakten. Uiteindelijk ging het er om hen 'voor te bereiden op een andere manier van liefhebben, waarbij ze een gezondere rol spelen'.

Het boek bestaat uit losse bladen en is voorzien van twaalf naaktfoto’s gemaakt door Laure Albin-Guillot, de 'grande dame' van de Franse fotografie in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw. De in 1879 in Parijs geboren Laure Meffredi trouwde in 1901 met Dr. Albin Guillot, specialist in micro-organismen. Samen met hem verzamelde en fotografeerde ze celstructuren van planten, kristallen en dierlijke micro-organismen. Maar Laure Albin-Guillot ontwikkelde zich ook als portretfotografe. Bekend zijn met name haar portetten van schrijvers als André Gide, Paul Valéry, Jean Cocteau en Henry de Montherlant. Ze publiceerde regelmatig in La Revue française de photographie, in Arts et métiers graphiques en in Vu, en ze zond werk in voor tentoonstellingen. Ook ondernam ze veel initiatieven om de Franse kunstfotografie te promoten. In 1935 zette ze als hoofd van de Archives photographiques des Beaux-arts het museum voor fotografie op in het net gebouwde Palais de Chaillot. In datzelfde jaar werd ze ook benoemd tot voorzitter van de landelijke Société des artistes photographes. Daarnaast bleef ze boeken illustreren, zoals Narcisse van Paul Valéry (1936), Chansons de Bilitis van Pierre Louys (1937) en de partituur voor Préludes van Débussy (1948).

Emancipatie en sensualiteit

In haar naaktfoto's, een ander genre waarmee Albin-Guillot roem verkreeg, toonde ze in soft focus, zorgvuldig uitgelicht, discreet het vrouwenlichaam. Om een wazig effect te verkrijgen rond het lichaam gebruikte ze speciale lenzen. In La déesse Cypris zijn de vrouwen gefotografeerd tegen een egale achtergrond en vullen ze het hele vlak. Niets leidt de aandacht af. Naaktfotografie was in de jaren dertig van de twintigste eeuw onder vrouwelijke fotografen populair, ook buiten Frankrijk. Ze toonden hiermee hun moderniteit en een eigen kijk op de schoonheid van het vrouwenlichaam. Ook bewezen ze dat het fotograferen ervan niet was voorbehouden aan mannen. Emancipatie, schoonheid en sensualiteit komen in La déesse Cypris samen. Het boek werd gedrukt in een oplage van 250 exemplaren, waarvan dit een van de 190 exemplaren met de twaalf foto’s in fotogravure gedrukt.

De Montherlant hield zijn idealen van schoonheid en waardigheid compromisloos in stand. Hij streefde naar werkelijke grandeur, voelde een intense afkeer van middelmaat en beleed met hartstocht de 'esthétique de qualité'. Maar zijn werk getuigde ook van diep nihilisme en zwart pessimisme. Hij was een voorstander van zelfmoord in die gevallen dat de kwaliteit van het leven dusdanig verslechterde dat het van zeer slechte smaak zou getuigen te blijven leven. Daarom schoot de inmiddels halfblinde Montherlant zich op 21 september 1972 een kogel door het hoofd. Zijn laatste geschreven woorden waren: 'Ik dood mezelf, dus ik besta'.

Bibliografische beschrijving

Beschrijving La déesse Cypris / Henry de Montherlant ; [orné de 12 études de nus de Laure Albin-Guillot]. - Paris : Colas ; Bordeaux : Rousseau, 1946. - 41 p., 12 pl. : ill. ; 38 cm
Drukker Ducros et Colas (Parijs) (tekst)
Georges Leblanc (Parijs) (fotogravure)
Oplage 250 exemplaren
Exemplaar Nummer 85 van de 190 met 12 fotogravures, op Lana
Bibliografie In liefde verzameld-219 ; Monod 8358
Aanvraagnummer Koopm A 412

Literatuur

  • Lucille Becker, Henry de Montherlant:A critical biography. Carbondale, Southern Illinois Univesity Press, 1970
  • Paul van Capelleveen, Sophie Ham, Jordy Joubij, Voices and visions. The Koopman Collection and the Art of the French Book. The Hague, Koninklijke Bibliotheek, National Library of the Netherlands; Zwolle, Waanders, 2009
  • Paul van Capelleveen, Sophie Ham, Jordy Joubij, Voix et visions. La Collection Koopman et l'Art du Livre français. La Haye, Koninklijke Bibliotheek, Bibliothèque nationale des Pays-Bas; Zwolle, Waanders, 2009
  • Naomi Rosenblum, A history of women photographers. Paris, Abbeville Press, 1994
  • Pierre Sipriot, Montherlant sans masque, T. II: Écris avec ton sang, 1932-1972. Paris, Laffont, 1990

Oplageverantwoording
Oplageverantwoording
Titelpagina met frontispice: fotogravure naar Laure Albin-Guillot
Titelpagina met frontispice: fotogravure naar Laure Albin-Guillot
Fotogravure naar Laure Albin-Guillot (p. [15])
Fotogravure naar Laure Albin-Guillot (p. [15])
Fotogravure naar Laure Albin-Guillot (p. [31])
Fotogravure naar Laure Albin-Guillot (p. [31])