Les chants de Maldoror
Jaar:
1927
Auteur:
Comte de Lautréamont
(1846 - 1870)
Kunstenaar:
Frans De Geetere
(1895 - 1968)
Uitgeverij:
Blanchetière

Het levensverhaal van de geheimzinnige graaf van Lautréamont was lange tijd één van de grootste raadsels van de Franse literatuur. De schrijver Isidore Ducasse (die achter dit pseudoniem schuilging) schreef twee boeken en stierf op 24-jarige leeftijd in Parijs tijdens de Commune van 1870. Inmiddels is iets over dat leven bekend: hij werd geboren in 1846 in Montevideo en groeide (zonder moeder) op tijdens de woelige revolutiejaren in Uruguay. Op zijn dertiende belandde hij in Frankrijk, waar zijn ouders oorspronkelijk vandaan kwamen. Op een kostschool sloot hij vriendschap met de vijf jaar jongere Georges Dazet. Eind 1867 vestigde hij zich in Parijs en werd de literaire wereld zijn habitat.

Ducasse slaagde erin delen van zijn twee literaire werken Les chants du Maldoror en Poésies uit te geven, maar ze bleven ze vrijwel onopgemerkt. Toen hij op 24 november 1870 stierf (de oorzaak is onbekend), was er niemand die hem als een belangrijk auteur zag. 'Het einde van de negentiende eeuw krijgt zijn dichter nog wel', schreef Ducasse. Pas een halve eeuw later bleken deze woorden profetisch te zijn geweest.

Late reactie

De drukgeschiedenis van zijn- nu als meesterlijk beschouwde- prozawerk, Les chants de Maldoror, is opmerkelijk. De eerste 'zang' verscheen anoniem in 1868 op kosten van de auteur. Er werd niet op gereageerd. Ducasse publiceerde dezelfde zang in de verzamelbundel Parfums de l’âme. Nog altijd geen respons van letterlievend Frankrijk. In 1869 werden alle zes zangen van Maldoror door Lacroix gedrukt- die tevens de uitgever was van Eugène Sue, aan wiens werk Ducasse zijn pseudoniem ontleende - maar deze weigerde het werk uiteindelijk op de markt te brengen omdat het te scandaleus zou zijn. Ook de postuum verschenen Belgische uitgave van 1874 en de nieuwe Franse editie uit 1890 konden aanvankelijk maar weinig pennen in beroering brengen - en als er reacties waren, vielen ze negatief uit. De auteur werd gezien als een psychopaat. Waardering kwam in de decadente jaren negentig van de negentiende eeuw uit de hoek van Alfred Jarry en Rémy de Gourmont. In de twintigste eeuw kwam de echte kentering, toen de surrealist André Breton het boek onder ogen kreeg.

Breton verklaarde Lautréamont heilig. De surrealisten bejubelden in Les chants de Maldoror de ontregelende werking van de poëzie op de zintuigen. Centraal in het hallucinerende proza staat de wrede Maldoror, die als een gevallen engel voortdurend in strijd is met - een overigens eveneens wrede - God. Maldoror ervaart schoonheid in de meeste gevallen als 'onnozel en zielloos' en ziet de dood als een bekroning. Het boek wemelt van de sadistische passages, zoals die waarin de auteur oproept de nagels te laten groeien om een onschuldig jongetje er dan de borst mee open te rijten, zijn bloed te drinken, hem te kussen, te troosten en naar het ziekenhuis te brengen. In de eerste versie figureerde kostschoolvriendje Dazet overigens als een dergelijk slachtoffer van Maldoror. Dit zette latere onderzoekers aan tot speculaties over de homoseksualiteit van Isidore Ducasse en Georges Dazet. De wreedheid en de koortsachtige stijl gaan samen met ironische opmerkingen en verwijzingen naar klassieke auteurs (Shakespeare, Dante). Vanwege zijn eigenzinnige taalgebruik wordt Lautréamont nu gezien als een vroege modernist. Zijn thematiek is vergeleken met die van De Sade - en veel later met die van Burgess’ A clockwork orange.

Bloedrode letters

Van de geïllustreerde edities van Les chants de Maldoror is de beroemdste die van Salvador Dáli (1934). Ook de Belgische kunstenaar René Magritte maakte voor het boek tekeningen (1946). De eerste geïllustreerde editie dateert uit 1927 en staat op naam van de Belgische kunstenaar Frans De Geetere. De zes zangen zijn voor deze uitgave verdeeld over twee dikke boeken en verluchtigd met 65 sombere etsen, die het grimmige en sadistische karakter van de tekst benadrukken. Het omslag zet al meteen de toon: de titel daarop is in bloedrode letters gedrukt, zoals op het affiche voor een horrorfilm. De illustrator was ook verantwoordelijk voor de typografie van het boek.

De uitgever, Henri Blanchetière (ca.1880-1933), werkte ook als boekbinder en was bekend om zijn kunstzinnige werk. Hij was een leerling van René Kieffer en de opvolger (en schoonzoon) van boekbinder Joseph Bretault. Net als Kieffer legde hij zich in de jaren twintig ook toe op de uitgeverij. Hij publiceerde een dozijn boeken: Colette, Thomas Hardy en ook Charles Baudelaire's Pièces condamnées (aanwezig in de Koopman Collectie). Of de boekbanden van Les chants de Maldoror door Blanchetière zijn gemaakt, is onduidelijk. Ze zijn niet gesigneerd, maar de leren ruggen zijn wel op art deco-achtige wijze versierd. Het exemplaar in de Koopman Collectie is nummer 8 van de zeventig op Montval, afkomstig uit de collectie van Jean Jacobs en voorzien van diens ex libris (door A. Eyll uit 1973).

Bibliografische beschrijving

Beschrijving: Les chants de Maldoror / par le comte de Lautréamont ; ill. d’un frontispice en couleurs et de 65 eaux-fortes par Frans De Geetere. - Paris : Blanchetière, 1927. - 2 dl. : ill. ; 31 cm
Drukker: G. Coquette (Parijs)
Oplage: 133 exemplaren
Exemplaar: Nummer 8 van de 70 op Montval
Bijzonderheid: Eerste geïllustreerde uitgave van deze tekst
Gesigneerd door de uitgever
Bibliografie: Bénézit 5-941 ; Carteret 4-233 ; Mahé II-604 ; Monod 6898
Aanvraagnummer: Koopm K 322

Literatuur

  • Paul van Capelleveen, Sophie Ham, Jordy Joubij, Voices and visions. The Koopman Collection and the Art of the French Book. The Hague, Koninklijke Bibliotheek, National Library of the Netherlands; Zwolle, Waanders, 2009
  • Paul van Capelleveen, Sophie Ham, Jordy Joubij, Voix et visions. La Collection Koopman et l'Art du Livre français. La Haye, Koninklijke Bibliotheek, Bibliothèque nationale des Pays-Bas; Zwolle, Waanders, 2009
  • Julien Fléty, Dictionnaire des relieurs français ayant exercé de 1800 à nos jours: suivi d'un guide pratique des relieurs, doreurs, marbreurs et restaurateurs contemporains. [Paris], Éditions Technorama, 1988
  • Valéry Hugotte, Lautréamont: les chants de Maldoror. Paris, Presses Universitaires de France, 1999
  • Jean-Jacques Lefrère, Isodore Ducasse, auteur des Chants de Maldoror, par le comte de Lautréamont. Paris, Fayard, 1998
  • Pieter Schermer, Her de Vries, Lautréamont in Nederland II. Enkhuizen, Labyrint, 2000

Voorplat, rug en achterplat van ongesigneerde boekband (deel 1)
Voorplat, rug en achterplat van ongesigneerde boekband (deel 1)

Voorplat, rug en achterplat van ongesigneerde boekband (deel 1)

Voorzijde omslag (deel 1)
Voorzijde omslag (deel 1)

Voorzijde omslag (deel 1)

Titelpagina (deel 1)
Titelpagina (deel 1)

Titelpagina (deel 1)

Illustratie door Frans De Geetere (deel 1, p. [11])
Illustratie door Frans De Geetere (deel 1, p. [11])

Illustratie door Frans De Geetere (deel 1, p. [11])

Illustratie door Frans De Geetere (deel 1, p. [17])
Illustratie door Frans De Geetere (deel 1, p. [17])

Illustratie door Frans De Geetere (deel 1, p. [17])

Frontispice door Frans De Geetere (deel 2)
Frontispice door Frans De Geetere (deel 2)

Frontispice door Frans De Geetere (deel 2)

Illustratie door Frans De Geetere (deel 2, p. [6])
Illustratie door Frans De Geetere (deel 2, p. [6])

Illustratie door Frans De Geetere (deel 2, p. [6])

Colofon (deel 2, p. [159])
Colofon (deel 2, p. [159])

Colofon (deel 2, p. [159])