Les conquérants

Jaar:
1947
Auteur:
André Malraux
(1901 - 1976)
Kunstenaar:
Jean Delpech
(1916 - 1988)
Uitgeverij:
Crès

In de zomer van 1923 had André Malraux slecht nieuws voor Clara Goldschmidt, de rijke jonge vrouw met wie hij in 1921 was getrouwd. Hij moest bekennen dat haar hele bruidschat, door ongelukkige speculaties (Mexicaanse mijnbouw) in rook was opgegaan. Malraux wilde niet bij de pakken neerzitten.

Frontispice door Jean Delpech
Frontispice door Jean Delpech
Illustratie en initiaal door Jean Delpech (p. 5)
Illustratie en initiaal door Jean Delpech (p. 5)
Vignetten door Jean Delpech (p. 246-247)
Vignetten door Jean Delpech (p. 246-247)

Hij bedacht een alternatief om op een aangename en spannende manier aan geld te komen en zette een expeditie op touw naar toenmalig Frans Indochina, officieel om er de tempels te bestuderen. Werkelijk doel was het achterover drukken van Khmer-beeldjes om die te verkopen aan kunstverzamelaars in Europa en Amerika. Contacten daartoe waren inmiddels al gelegd via zijn goede vriend, de kunsthandelaar Kahnweiler.

Nog hetzelfde jaar gingen Malraux en Clara scheep naar de jungle van Cambodja, waar ze zich een weg wisten te banen naar de tempel van Banteai-Srei (Angkor). Beeldjes en fragmenten verdwenen in hun bagage. De illegale kunsthandel in Cambodja was in handen van enkele criminele clans, waar een buitenstaander als Malraux niet zo maar tussen kon komen. De expeditie mislukte faliekant en Malraux werd veroordeeld tot drie jaar gevangenschap. Het lukte Clara terug te keren naar Frankrijk waar ze een comité van beroemde schrijvers zo ver kreeg een petitie te publiceren. Met succes: in hoger beroep werd zijn straf teruggedraaid tot één jaar voorwaardelijk.

Vrijlating schrijverstalent

De petitie was voorzien van de handtekeningen van onder andere André Gide, François Mauriac, Max Jacob, Louis Aragon, André Breton en de uitgever Gaston Gallimard. Als belangrijkste reden om Malraux vrij te laten gaven de vrienden op dat het onacceptabel was een zo groot schrijverstalent als Malraux vast te houden. Dit was op dat moment een merkwaardig argument, want de talentvolle avonturier had pas één boek, Lunes en papier, en een paar artikelen geschreven. Ze zouden wel gelijk krijgen, want Malraux publiceerde niet lang na zijn Cambodjaanse avontuur romans die zijn reputatie als briljant auteur voorgoed vestigden: Les conquérants, (1928), La voie royale, (1930) (over een 'jonge archeoloog' op zoek naar Khmer-kunst in de Cambodjaanse jungle), en vooral La condition humaine, waarvoor hij in 1933 de Prix Goncourt kreeg. Al deze boeken spelen zich af in Azië, het continent dat Malraux ondanks zijn mislukte avontuur in Cambodja blijvend fascineerde. Wellicht door zijn vernederende ervaringen in de gevangenis van Pnom-Penh en zijn rechtstreekse contact met een onderdrukte bevolking, sloeg hij een revolutionaire richting in.

Les conquérants begint in juni 1925. De roman draait rond opstanden in Kanton en Honkong en de acties van de jonge Pierre Garine uit Zwitserland, die de kant van de revolutionaire Chinezen heeft gekozen. Dat het boek zo insloeg kwam vooral door de manier waarop Malraux zijn hoofdfiguur neerzette: geen nationalist, niet gedreven door religieuze gevoelens of door wat dan ook, iemand die beweerde totaal apolitiek te zijn. De enige drijfveer was misschien een vage levensangst. Hoewel het leven volgens Malraux's alter ego Garine volslagen absurd en zinloos is, strijdt hij mee met de onderdrukte Chinezen. Daar tegenover staan Borodine, de Russische partijbons die het communistische Sovietmodel aan de Chinezen wil opdringen, de terrorist Hong en de pacifist Tcheng Dai, een soort Ghandifiguur die als ultiem protest zelfmoord pleegt.

Boek verboden

Het gebrek aan politiek moralisme en revolutionair optimisme in Les conquérants werd niet overal op prijs gesteld.