Les riches heures de Joseph Delteil
Jaar:
1977
Auteur:
Joseph Delteil
(1894 - 1978)
Kunstenaar:
Jean Vodaine
(1921 - 2006)
Uitgeverij:
Vodaine

Joseph Delteil debuteerde als dichter in 1919 met Le coeur grec. Hij behoorde tot de eerste groep surrealisten rond André Breton en Louis Aragon; in 1925 werd hij er door Breton weer uitgeknikkerd. Dankzij contacten met kunstenaars zoals Max Jacob en Philippe Soupault kreeg hij de gelegenheid romans te publiceren. Zijn taalgebruik, inventief en uitdagend, contrastreerde veelal met het onderwerp. In 1925 zorgde Jeanne d'Arc voor een schandaal, maar hij kreeg er wel de Prix Fémina voor en hij kon in 1928 het scenario voor een film van Carl Dreyer baseren op zijn boek. Uiteindelijk zou de film een totaal ander karakter krijgen en weigerde hij die te zien. Zijn reputatie was door verschillende schandalen een last geworden. Zelf vertelde hij dat men hem zag als een sportieve reus van 1 meter 90 en 120 kilo. Vanaf 1937 woonde hij in de buurt van Montpellier en zou hij Parijs zelden meer bezoeken. Tot zijn vrienden behoorden onder andere Pierre Mac Orlan, Robert Delauney, Marc Chagall, Louis-Ferdinand Céline, Pierre Soulages en Henry Miller. De correspondentie van Miller en Delteil werd in 1980 uitgegeven.

Eerbetoon

In de loop van de jaren verschenen er verschillende hommages aan deze auteur. De eerste daarvan zou in 1955 uitkomen: het tijdschrift L'Herne wilde een speciaal nummer aan hem wijden, maar Delteil verzette zich daartegen en het verscheen pas in 1998 als een van Les dossiers H. In 1962 bracht het Engelse tijdschrift The Aylesford Review - gespecialiseerd in curieuze en vergeten katholieke auteurs - een nummer met laudaties van Miller, Montherlant en daartussen stond een stukje van zijn vrouw Caroline (een Amerikaanse). In 1969 en 1970 volgden de tijdschriften Entretiens en L'Honneur. Vanaf 1984 werden enkele Cahiers Joseph Delteil uitgegeven, maar toen was hij al overleden.

In het jaar vóór zijn dood bracht het tijdschrift Dire een hulde aan Delteil: Les riches heures de Joseph Delteil. Sinds de oprichting in 1962 was Dire min of meer het privé-tijdschift van de drukker-kunstenaar Jean Vodaine, die de speciale aflevering maakte met Arthur Praillet, dichter van de eenvoud, de liefde en de natuur. Dire verscheen tot 1984. Een jaar later kreeg Vodaine voor de typografie van dit tijdschrift de Stomps-prijs van het Museum Gutenberg en de stad Mainz.

De aflevering van Dire zit eigenaardig in elkaar, dat wil zeggen: als boek. In een los omslag in groot formaat liggen 29 gevouwen dubbelbladen, die eenzijdig bedrukt en in potlood genummerd zijn. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar de opening van de losse bladen wijst naar de rug van het boek en de vouw wijst naar de snede - normaal is dat andersom. Het lijkt eerder op een Orientaalse bindwijze, maar de bladen zijn niet ingenaaid of gebonden. De bedoeling is dus kennelijk dat de bladen los blijven, zoals ze zijn. Uit het colofon blijkt ook zoiets: de teksten, zo staat er, zijn 'bout à bout', in elkaars verlengde, geplaatst bij wijze van momentopnamen van een leven, gemonteerd als een film. Vodaine verstoort hier de traditionele orde van het boek en slaat de gebruikelijke typografische regels in de wind.

Typografische interpretatie

De hommage is in feite een bloemlezing uit het werk van Delteil en het begint met een zelfportret. De eerste regel is: 'Ik heb een epische kop', kortom: hij is geschikt voor een heldendicht. Hij vertelt in één adem dat hij 'geen royalist, geen communist, geen fascist, zelfs geen republikein' is. Hij is niets 'meer' dan een mens, maar dit eerste fragment eindigt wel met een hommage aan de mens, inclusief zichzelf dus: 'Ik bezing de Mens'- met een hoofdletter. Vodaine heeft deze eerste tekst met zijn karakteristieke onstabiele typografie meteen tot een bijzonderheid gemaakt: vette en magere lettertypen wisselen elkaar af en maken van het zelfportret iets persoonlijks, zelfs iets ongrijpbaars en wispelturigs. Hij maakte voor deze uitgave vijf linosnedes met voor hem typerende kartelranden en zes paginagrote gouaches in een vrij elementaire stippeltechniek in de kleuren paars, groen, rose, blauw en bruin.

Het werk van Joseph Delteil is buitengewoon geschikt voor een typografische interpretatie door Jean Vodaine. Beiden maken in hun geschriften gebruik van uiteenlopende lettercorpsen en lettertypen op één pagina. Ook de zonnige natuur van Delteil past goed bij Vodaine's soms wat gewild naïeve gouaches en linosneden. Karakteristiek voor Delteil is een uitspraak als 'Er zijn meer kussen op de wereld dan sterren aan de hemel'. De natuur staat in zijn latere werk voorop: de natuurlijke orde, die van de sterren, de bomen en het hart. Hij wilde schrijven zoals vogels nestelen. Delteil en Vodaine kenden elkaar sinds 1950.

Bijzonder exemplaar

De titel van deze hommage luidde: Les riches heures de Joseph Delteil, en die herinnerde aan rijk geïllumineerde middeleeuwse getijdenboeken. Van dit speciale nummer van Dire verschenen 50 exemplaren op zuiver lompenpapier van Lana, die elk een linosnede meer bevatten dan die van de gewone oplage. Het exemplaar van de Koopman Collectie is een wel zeer bijzonder exemplaar: buiten de handel, ongenummerd, maar wel op het speciale papier en met de handtekeningen van Jean Vodaine, Arthur Praillet en Joseph Delteil. Dit exemplaar was het persoonlijke exemplaar van Delteils vrouw Caroline Delteil, geboren Dudley. Hij ontmoette haar in 1930. Ze was de initiator van de Revue Nègre, waarin Joséphine Baker optrad, en haar vriendenkring bevatte (latere) beroemdheden zoals C.F. Ramuz, Gertrude Stein en Sylvia Beach. Delteil en Dudley trouwden in 1937, een huwelijk dat kerkelijk werd ingezegend in 1963.

Bibliografische beschrijving

Beschrijving: Sans fin l'affamé / Charles Juliet ; [lithogr. de] Bram van Velde. - Montpellier : Fata morgana, 1976. - [54] p. : ill. ; 35 cm
Drukker: Pierre Badey (Parijs) (lithografieën)
Impr. de Charité (Montpellier) (tekst)
Oplage: 120 exemplaren
Exemplaar: Nummer 74 van de 120 op Arches
Lettertype: Garamond
Bibliografie: Accoord CR 186 ; Bénézit 14-98 ; Fata morgana 100 ; In liefde verzameld 50
Aanvraagnummer: Koopm A 235

Literatuur

  • Robert Briatte, Joseph Delteil, qui êtes-vous? Lyon, Manufacture, 1988
  • Paul van Capelleveen, Sophie Ham, Jordy Joubij, Voices and visions. The Koopman Collection and the Art of the French Book. The Hague, Koninklijke Bibliotheek, National Library of the Netherlands; Zwolle, Waanders, 2009
  • Paul van Capelleveen, Sophie Ham, Jordy Joubij, Voix et visions. La Collection Koopman et l'Art du Livre français. La Haye, Koninklijke Bibliotheek, Bibliothèque nationale des Pays-Bas; Zwolle, Waanders, 2009
  • Jean Vodaine. Bassac, Plein Chant, 1995. (Speciaal nr. van: Plein chant, (1995) 57-58)
  • Jean Vodaine, le passeur de mots, typographie & poësie. Metz, Médiathèque du Pontiffroy, Luxembourg, Bibliothèque nationale, 1997
  • Joseph Delteil. Paris, C.L.T., 1977
  • Joseph Delteil. Lausanne, L'Age d’homme, 1998
  • Malou Georges-Majerus, Livres illustrés et livres d’artiste. Luxembourg, Bibliothèque nationale de Luxembourg, 2002

Portret van Joseph Delteil, linosnede door Jean Vodaine
Portret van Joseph Delteil, linosnede door JeanVodaine

Portret van Joseph Delteil, linosnede door JeanVodaine

Titelpagina
Titelpagina

Titelpagina

Tekstpagina (katern 5)
Tekstpagina (katern 5)

Tekstpagina (katern 5)

Tekstpagina en gouache door Jean Vodaine (katern 7)
Tekstpagina en gouache door Jean Vodaine (katern 7)

Tekstpagina en gouache door Jean Vodaine (katern 7)

Tekstpagina (katern 9)
Tekstpagina (katern 9)

Tekstpagina (katern 9)

Linosnede door Jean Vodaine (katern 16)
Linosnede door Jean Vodaine (katern 16)

Linosnede door Jean Vodaine (katern 16)