Lespugue : poème

Jaar:
1966
Auteur:
Robert Ganzo
(1898 - 1995)
Kunstenaar:
Ossip Zadkine
(1888 - 1967)
Uitgeverij:
Sautier

In alle gedichten van Robert Ganzo klinkt het Venezuela van zijn jeugd door. Niet dat zijn gedichten ondoordringbaar als de jungle zijn, integendeel. Helder en exact, in klassieke regels, roept Ganzo de felle kleuren en de intense geuren van zijn vroege jeugd op.

Voorplat, rug en achterplat van omslag
Voorplat, rug en achterplat van omslag

Voorplat, rug en achterplat van omslag

Ets door Ossip Zadkine
Ets door Ossip Zadkine

Ets door Ossip Zadkine

Titelpagina
Titelpagina

Titelpagina

Ets door Ossip Zadkine (frontispice)
Ets door Ossip Zadkine (frontispice)

Ets door Ossip Zadkine (frontispice)

Pagina 35
Pagina 35

Pagina 35

Colofon, gesigneerd door Robert Ganzo en Ossip Zadkine
Colofon, gesigneerd door Robert Ganzo en Ossip Zadkine

Colofon, gesigneerd door Robert Ganzo en Ossip Zadkine

Al in 1910 verhuisde hij met zijn ouders van Caracas naar Brussel waar hij op 19-jarige leeftijd gedichten en korte toneelstukken schreef voor het Théâtre des Galeries. In 1920 belandde hij in Parijs en trad op als danser van Latijns-Amerikaanse dansen en in klassieke balletten op muziek van Sibelius en Chopin. Kennelijk lag daar toch niet zijn kracht en hij verplaatste zijn activiteiten naar de Seine-kades, waarlangs al eeuwenlang de befaamde bouquinistes hun nering dreven. Als boekhandelaar werkte hij later voor Au vice impuni (voor de eerste catalogus van die firma schreef Valery Larbaud een inleiding). Tijdens de Tweede Wereldoorlog belandde hij in de kringen van het surrealisme en het verzet. In 1990 ontving hij de Grand Prix des Poètes Français.

In de gedichten van Ganzo gaat het niet om verhalen, maar om suggesties; er worden geen mythologieën aangehaald, maar sensaties; er ligt niet een filosofie aan ten grondslag, maar een sfeer of een landschap. Het liefdesgedicht Lespugue, opgedragen aan Léona Jeanne, bestaat uit 18 strofen van 8 regels, waarvan er twee typografisch afwijken, doordat de laatste twee regels zijn gesplitst over twee pagina's: de eerste keer op het moment dat de dichter woorden ziet oplichten rond hem en zijn geliefde en hij- 'trillend van tederheid'- haar knieën vaneen duwt. De tweede keer gebeurt het als hij zich afvraagt waar zijn geliefde eindigt: zij valt samen met het landschap, het geraas in de bergen en de bloeiende limoenen. Rondingen en slangen, licht en parelmoer, schaduwen en aarde: de wereld van Ganzo sprankelt altijd. Deze uitgave uit 1966 is niet de eerste. Oorspronkelijk verscheen Lespugue in 1940.

Standbeeld Rotterdam

Veel van Ganzo's gedichten verschenen in eigen beheer, wat niet wil zeggen dat ze niet gewaardeerd werden: enkele vooraanstaande kunstenaars illustreerden zijn poëzie. Lespugue werd onder andere in 1942 door Jean Fautrier en in 1966 door Ossip Zadkine geïllustreerd en het werd ook opgenomen in het verzamelde werk dat door Jacques Villon van afbeeldingen werd voorzien (1957). Ook verschenen edities met tekeningen van Jean Thomas en van de auteur zelf. De illustraties van Fautrier zijn litho's gedrukt door de gebroeders Mourlot, figuratief en sculpturaal van opzet. De zes etsen van Ossip Zadkine uit 1966- in dat jaar werd hij 76 jaar- zijn gesigneerd in de plaat en afgedrukt op de handpers door Jacques David in Parijs. Een van de zes etsen beslaat een dubbelblad. Omhelzingen, verstrengeling, eenwording, passie en omarming zijn onderwerpen, die door arcering een bepaalde intensiteit uitdrukken. Van de figuren zijn alleen de contouren en de schaduwwerking aangegeven, alsof het om beelden gaat. De stijl van Zadkine, in Nederland bekend om zijn beeld van de verwoesting van Rotterdam, is hierin duidelijk herkenbaar: expressief en kubistisch, met een lyrische toets.

Zadkine vertelde ooit dat zijn roeping als beeldhouwer voortkwam uit snoeplust en een valpartij. Hij herinnerde zich dat hij op een avond spontaan een afbeelding van een Kozak uit de krant natekende en dat dit meteen werd beloond met een gebakje. Een tweede herinnering speelde bij de rivier de Djnepr, waar hij struikelde en toen zijn voetafdruk in de klei zag. Volgens hem was het een platonische demon die hem dwong uit de leem voor het eerst een figuur te boetseren met een verrukking die hij sindsdien nooit meer zo voelde.

De uitgave is gezet uit de letter 'Ile-de-France' en gedrukt in november 1966 in de drukkerij van Jean Paul Vibert te Parijs. Het exemplaar dat, zoals verplicht in Frankrijk, werd gezonden aan het Dépot légal bevat de zes koperplaten, maar die zijn door krassen onbruikibaar gemaakt, zodat het aantal afdrukken niet meer groter kan worden. De totale oplage bedraagt 200 exemplaren, waarvan 25 op Japans papier. Dit is nummer 92, een van de exemplaren op handgeschept Grand Papier d'Auvergne afkomstig van de papiermolen Richard de Bas. Alle exemplaren werden gesigneerd door Robert Ganzo en Ossip Zadkine. De uitgever, Marcel Sautier, publiceerde vanaf de Tweede Wereldoorlog een aantal als bibliofiel aan te merken edities, waaronder de verzamelde gedichten van Ganzo, geïllusteerd door Villon.

Bibliografische beschrijving

Beschrijving: Lespugue: poème / de Robert Ganzo ; ill. par Ossip Zadkine. - Paris : Sautier, 1966. - 61 p. : ill. ; 28 cm
1e uitgave: 1940
Drukker: Jean Paul Vibert (tekst)
Jacques David (Parijs) (etsen)
Oplage: 200 exemplaren
Exemplaar: Nummer 92 van de 177 op Auvergne van Richard de Bas
Lettertype: Ile-de-France
Bijzonderheid: Gesigneerd door auteur en kunstenaar
Bibliografie: Bénézit 14-830 ; Monod-5114
Aanvraagnummer: Koopm K 296

Literatuur

  • Robert Goffin, Entrer en poésie. Paris, Poésie, 1948
  • Ionel Jianou, Zadkine. Paris, Arted, 1964
  • Maarten Jager, Ossip Zadkine, het onbekende oeuvre: Gouaches en aquarellen 1920-1966. Zwolle, Waanders; Deurne, Museum de Wieger, 2000
  • Hans Knap, Valentine Prax & Ossip Zadkine: Portret van een kunstenaarshuwelijk. Rotterdam, Donker, 2001
  • Ossip Zadkine, Le maillet et le ciseua: Souvenirs de ma vie. Paris, Michel, 1968
  • O. Zadkine, Comment je suis devenu sculpteur. Brussel, Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België, 1951