Lunes en papier
Jaar:
1921
Auteur:
André Malraux
(1901 - 1976)
Kunstenaar:
Fernand Léger
(1881 - 1955)
Uitgeverij:
Éditions de la Galerie Simon

André Malraux wilde al op jonge leeftijd schrijver worden. Als 18-jarige bood hij zijn diensten aan boekhandelaar en uitgever René-Louis Doyon aan. In januari 1920 publiceerde hij 'Des origines de la poésie cubiste' in La connaissance, een door Doyon opgericht tijdschrift voor literatuur en filosofie. Het was een verpletterend stuk waarin hij met het aplomb van een door de wol geverfd criticus het symbolisme uitmaakte voor 'een seniele literaire stroming' en waarin hij een gloedvolle hommage bracht aan het werk van Max Jacob, Pierre Reverdy en Blaise Cendrars.

Vooromslag met houtsnede door Fernand Léger
Vooromslag met houtsnede door Fernand Léger

Vooromslag met houtsnede door Fernand Léger

Titelpagina
Titelpagina

Titelpagina

Houtsnede door Fernand Léger (p. [11])
Houtsnede door Fernand Léger (p. [11])

Houtsnede door Fernand Léger (p. [11])

Houtsnede door Fernand Léger (p. [21])
Houtsnede door Fernand Léger (p. [21])

Houtsnede door Fernand Léger (p. [21])

Pagina 32 met houtsnede door Fernand Léger
Pagina 32 met houtsnede door Fernand Léger

Pagina 32 met houtsnede door Fernand Léger

Colofon, gesigneerd door André  Malraux en Fernand Léger
Colofon, gesigneerd door André Malraux en Fernand Léger

Colofon, gesigneerd door André Malraux en Fernand Léger

Dat Malraux als auteur serieus werd genomen blijkt uit het feit dat in 1921 zijn eerste boek, Lunes en papier, gepubliceerd werd door de beroemde kunsthandelaar en uitgever Kahnweiler, de feitelijke eigenaar van de galerie en uitgeverij Simon.

Via de connecties van Max Jacob was Malraux vertrouwd geraakt met de wereld van de beeldende kunst. Hij leerde Daniel-Henry Kahnweiler (1884-1979) kennen, die in Mannheim geboren werd en 1907 een kleine galerie begonnen was in Parijs. Kahnweiler zag meteen het belang in van het werk van Picasso, Braque, Gris en Léger, kubistische kunstenaars,'jonge grappenmakers', zoals de pers hen afschilderde. Men vond hun werk maar niks: afschuwelijk lelijk en van een opgeblazen pretentie. Maar dankzij Kahnweiler konden zij hun werk verkopen. Hij verdedigde hen tegen de schandaalpers en zo kon het kubisme toch voet aan de grond krijgen.

Kahnweiler als uitgever

Naast kunsthandelaar was Kahnweiler ook uitgever. Tussen 1909 en 1914 publiceerde hij enkele door André Derain en Picasso geïllustreerde boeken van Guillaume Apollinaire en Max Jacob. Dat waren toen nog onbekende schrijvers die naar zijn mening met woorden hetzelfde deden als de kubistische schilders met verf. Kahnweilers activiteiten werden onderbroken door de Eerste Wereldoorlog, een periode die hij noodgedwongen in Zwitserland doorbracht. Omdat hij de Duitse nationaliteit had, waren zijn bezittingen in beslag genomen. Toch lukte het hem om onder de naam van een goede vriend, André Simon, na de oorlog opnieuw te beginnen. Tussen 1920 en 1940 zou de Éditions de la Galerie Simon, gevestigd op Rue d'Astorg nr. 29bis, een fors aantal bibliofiele uitgaven van auteurs als Max Jacob, Raymond Radiguet, Erik Satie, Pierre Reverdy, Antonin Artaud en vele anderen publiceren. Vanzelfsprekend werden ze geïllustreerd door de beroemde kunstenaars uit Kahnweilers galerie.