Kiezen in de zorg

Hebben patiënten zelf de keuze over hoe hun zorg er uitziet, of moet de arts voor hen beslissen? Het is niet langer gebruikelijk dat de arts als deskundige alles voor het zeggen heeft. Artsen bieden hun kennis en vaardigheden aan en de patiënt bepaalt wat er vervolgens gebeurt.

Bloedsuikermeters (Bron: Wikimedia Commons)

Bloedsuikermeters (Bron: Wikimedia Commons)

Een te rooskleurig ziektebeeld

Een tweede probleem is de manier waarop de patiënt, beschouwd als klant, wordt afgebeeld in reclames. Mol merkt op dat reclames vaak spelen met het verlangen naar gezondheid. Gezond ogende mensen wandelen kwiek door de bergen dankzij hun draagbare bloedsuikermeter. Dit staat in contrast met de werkelijkheid in de zorg. Er wordt in de zorg natuurlijk wel naar verbetering gestreefd, maar dat staat niet los van het feit dat mensen patiënten zijn, met een ziekte. Wie diabetes heeft, weet dat dit niet over zal gaan en dat er rekening moet worden gehouden met complicaties. Zorgverleners helpen patiënten om met hun ziekte om te gaan, in plaats van deze te verhullen achter mooie plaatjes (De logica van het zorgen, p. 41-43).

Dat wil niet zeggen dat de patiënt in de logica van het zorgen volgens Mol een zielig, passief mens is. Hij is ‘een veerkrachtige, taaie actor die het nodige gedoe op zich neemt zolang er verbetering van te verwachten valt’ (De logica van het zorgen, p. 42).

Bloedsuiker- en insulinewaarden gedurende de dag (Bron: Wikimedia Commons)

Bloedsuiker- en insulinewaarden gedurende de dag (Bron: Wikimedia Commons)

Kiezen of zorgen?

Feiten en waarden lopen in de logica van het zorgen in elkaar over. Dit staat in contrast met de logica van het kiezen, waarin de feiten vaststaan en de patiënt op bepaalde tijden keuzes maakt. Dat de logica van het kiezen in dit opzicht te kort door de bocht is, laat Mol zien met een casus over een man die sinds kort weet dat hij diabetes heeft. De dokter vertelt hem dat het verstandig is om een paar weken lang zijn bloedsuiker te meten. De man stemt daarmee in, leert hoe het meten in zijn werk gaat en gaat naar huis. Een paar weken later echter blijkt dat de man toch niet heeft gemeten. Koos hij daar voor? ‘In de logica van het kiezen rijst nu de vraag of deze patiënt wel echt wil’. Misschien was de aanvankelijke keuze om de suikerspiegel bij te houden toch niet goed afgewogen? (De logica van het zorgen, p. 70).

In de logica van het zorgen daarentegen gaat het niet om de vraag of de patiënt wel of niet kiest om zijn suikerspiegel bij te houden, maar om het gegeven dat het hem niet lukt. Waarom gaat het niet? De arts zoekt samen met de patiënt naar oplossingen. ‘In de logica van het zorgen komt het minder aan op afwegen, als wel op afstemmen: op het onderling op elkaar afstemmen van alle visceuse (min of meer vloeibare, min of meer taaie) elementen in een situatie aan elkaar’ (De logica van het zorgen, p. 72).

Insuline (Bron: Wikimedia Commons)

Insuline (Bron: Wikimedia Commons)

Een grote beperking van de logica van het kiezen, aldus Mol, is dat de keuzevrijheid die wordt verondersteld ook verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Het gevolg daarvan is dat wanneer iets niet goed gaat, dit kan dat worden verweten aan eerder gemaakte keuzen. In de logica van het zorgen is er daarentegen geen sprake van verantwoordelijkheid en ook niet van schuld. Er wordt van uitgegaan dat er zo veel variabelen in het leven zijn, dat dingen nou eenmaal soms fout gaan. Wat van belang is, is de ‘taaiheid’ om ondanks tegenslag naar beter te blijven streven (De logica van het zorgen, p. 105-106).

Oordelen of verbeteren?

De logica van het kiezen schrijft niemand voor wat de beste manier van leven is. Mensen worden beschouwd als autonome kiezers die zelf het beste kunnen oordelen over wat goed voor ze is. Mol legt de nadruk liever niet op het kunnen oordelen, maar op de verbetering van het alledaagse leven van de patiënt (De logica van het zorgen, p. 100-101).

Het staat niet van tevoren vast wanneer iets een verbetering is, maar dat wil ook niet zeggen dat iedereen dit voor zichzelf moet uitmaken. Wanneer iets een verbetering is, schrijft Mol, hangt af van talloze omstandigheden. Van uitslagen van onderzoek bijvoorbeeld, maar ook van de toepasbaarheid van die uitslagen op iemands individuele leven. Is alles wat nodig is ook verkrijgbaar? Zijn de behandelingen verenigbaar met het werk dat een patiënt doet? Afwegen wat het ‘beste’ is, is persoonlijk, maar dat maakt het nog geen keuze (De logica van het zorgen, p. 101).

Kiezen tegenover ‘dokteren’

Annemarie Mol schrijft dat de logica van het zorgen niet per se beter of slechter is dan de logica van het kiezen. Wel is de logica van het zorgen volgens haar beter toegespitst op het leven met een ziekte. In tegenstelling tot bij de logica van het kiezen, wordt de zieke als zieke serieus genomen. ‘Ze zoekt hoe onze lichamen te koesteren, rukt ons niet los uit de diverse omgevingen waarvan we deel uitmaken, is mild ten opzichte van ons falen, en blijft, wat er ook misgaat, naar beter streven’ (De logica van het zorgen, p. 111).

De logica van het zorgen is een manier om te kunnen uiten wat ‘goede zorg’ betekent. Goede zorg laat zich volgens Mol niet vangen in de taal van het ‘kiezen’. Het is vaak niet relevant wat je kiest, maar wat je voor elkaar krijgt, zegt Mol in een interview met filosoof Marjan Slob in Vrij Nederland. ‘Dat vereist “dokteren”’. Oftewel het afstemmen van medische technieken en zorg op de individuele behoeften en levenswijze van de patiënt. Wanneer er wordt gedokterd, is er geen specifiek moment van keuze (Marjan Slob, ‘Annemarie Mol. Bijzonder hoogleraar politieke filosofie,’ in Vrij Nederland, 11 maart 2006).

Vincent van Gogh, 'Ziekenhuisafdeling in Arles' (Olieverf op doek, 1889) (Bron: Wikimedia Commons)

Vincent van Gogh, 'Ziekenhuisafdeling in Arles' (Olieverf op doek, 1889) (Bron: Wikimedia Commons)