Citaten uit het werk van Bas Haring

A multiscale approach to image segmentation using Kohonen networks (1992)

Samen met M.A. Viergever en J.N. Kok publiceerde S. (Sebastiaan) Haring bij de Utrecht Biophysics Research Institute het rapport Amultiscale approach to image segmentation using kohonen networks in november 1992. Voorin staat aangegeven dat het rapport is 'accepted for publication in: Information processing in medical imaging. Uitgever van het rapport was de Computer Vision research Group van het University Hospital Utrecht. Een jaar later verscheen het rapport opnieuw bij het Department of Computer Science.

A multiscale approach to image segmentation using Kohonen networks (1992)
A multiscale approach to image segmentation using Kohonen networks (1992)
A multiscale approach to image segmentation using Kohonen networks (1992)
A multiscale approach to image segmentation using Kohonen networks (1992)
A multiscale approach to image segmentation using Kohonen networks (1992)
A multiscale approach to image segmentation using Kohonen networks (1992)
A multiscale approach to image segmentation using Kohonen networks (1993)
A multiscale approach to image segmentation using Kohonen networks (1992)

Many image processing applications have the aim of extracting information from image data. Image segmentation is a crucial step in these applications and can be defined as dividing an image into several parts which are intended to refer to one object. The quality of both volumetric visualization and quantitative analyses emphasisly depens on the segmentation of the object to be displayed or measured. This paper describesa neural network based approach to image segmentation, by whcih segments are acquired by pixel classification. (p. 1)

The pupose of our study is to segment digital images, in particular sD and 3D medical images. (p. 3)

Before we applied our method to medical images, we performed various tests on artificial images, which allow an objective evaluation of the segmentation results. The results obtained on medical images were evaluated by visual inspection since 'perfect' segmentations cannot be defined. (p. 6)

We have applied our strategy to segment various MR images of the head. [...] From the results we may conclude that the representations of the objects in the images are robust and fairly insensitive to shape and position variations, because a number of images with significant differing intensity distributions could be segmented satisfyingly with the same network. (p. 10)

A first conclusion of our study is that we developed a system which is capable of segmenting similar images, once it has been trained to segment a representative one.. [...] The multiscale approach ensures that the characteristics of pixels are not restricted to local properties, but extend to environments of varying extent. (p. 13)

Adaptive image segmentation (1997)

Op vrijdag 23 mei 1997 promoveerde Bas Haring aan de Universiteit Utrecht op zijn onderzoek naar Adaptive image segmentation, adaptieve beeldsegmentatie. In het voorwoord zegt hij dat het een 'fishy' proefschrift is, omdat hij, naar aanleiding van zijn eigen naam, de afbeeldingen vaak laat verwijzen naar vissen. De lezers, zegt hij zullen hem dankbaar zijn dat hij er geen multimediale publicatie met een vissegeur van heeft gemaakt. Hij is ervan overtuigd dat zijn 'loved ones' zich niet zullen amuseren met het proefschrift, maar, schrijft hij, de 'introduction is well readable' en 'the second intermezzo is self-contained and comprehensible'.

Bas Haring, Kaas en de evolutietheorie (2001)
Bas Haring, Kaas en de evolutietheorie (2001)

Bas Haring, Kaas en de evolutietheorie (2001)

Bas Haring, Kaas en de evolutietheorie (2001)
Bas Haring, Kaas en de evolutietheorie (2001)

Bas Haring, Kaas en de evolutietheorie (2001)

Warum ist der Eisbär weiß: Bas Haring erklärt die Evolution und die Geschichte des Lebens (2003)
Warum ist der Eisbär weiß: Bas Haring erklärt die Evolution und die Geschichte des Lebens (2003)

Warum ist der Eisbär weiß: Bas Haring erklärt die Evolution und die Geschichte des Lebens (2003)

Warum ist der Eisbär weiß: Bas Haring erklärt die Evolution und die Geschichte des Lebens (2003)
Warum ist der Eisbär weiß: Bas Haring erklärt die Evolution und die Geschichte des Lebens (2003)

Warum ist der Eisbär weiß: Bas Haring erklärt die Evolution und die Geschichte des Lebens (2003)

Kaas en de evolutietheorie bestaat uit twee delen. Het eerste beslaat ongeveer eenderde van het boek en behandelt de evolutietheorie. Het tweede deel gaat in op de betekenis van de theorie voor vragen als: Kunnen we onsterfelijk worden, hoe is kaas uitgevonden en mag je de wet overtreden?

Planten en dieren zijn in de loop van de tijd geleidelijk ontstaan door het proces van evolutie. En evolutie - plus allerlei zaken die daarmee te maken hebben - is het onderwerp van dit boekje. Dit boek is niet bedoeld als een uitputtend en wetenschappelijk werkstuk. Heel veel dingen zal ik vergeten zijn op te schrijven en misschien heb ik het af en toe zelfs wel mis. Dit boek is meer bedoeld als een begin voor verdere gedachten. (p. 7-8)

Bas Haring noemt drie basis-ingrediënten van de evolutie:

Alle dieren en planten van dezelfde soort zijn een beetje verschillend. (p. 12)

Alle planten en dieren hebben een zwaar leven. (p. 14)

Dat zware leven betekent voor een konijn bijvoorbeeld dat hij niet elke vijf jaar een paar biljard nakomelingen heeft, simpelweg omdat de meeste van zijn jongen sterven voordat ze volwassen zijn. Als je de eerste twee ingrediënten samenvoegt levert dat iets op:

De verschillen binnen een soort, gecombineerd met de zware concurrentie in de natuur, garandeert dat dieren en planten die een tikkeltje beter kunnen overleven hoogstwaarschijnlijk ook zullen overleven. (p. 18)

Het derde ingrediënt is overerving:

een eigenschap die voordeel biedt, zal door middel van overerving doordringen in een groot deel van de soort. (p. 21)

De drie ingrediënten maken de evolutietheorie van Charles Darwin uit: variatie binnen de soorten, zware concurrentie en overerving maken dat de soorten geleidelijk veranderen. Hierdoor kan bijvoorbeeld de kleur van de ijsbeer worden verklaard. Bruien beren die op hun zoektocht naar voedselde toendra verlieten voor ijsvlakten, kregen bij toeval iets lichter gekleurde jongen en die overleefden omdat ze minder opvielen in de sneeuw.

De lichtste beer die geboren wordt heeft de beste kaarten en de meeste kans om zich voort te planten. En zo komt het dat de berensoort stapje voor stapje lichter en lichter geworden is. En het resultaat is de huidige, spierwitte ijsbeer. (p. 23)

Daarbij speelt toeval een enorme rol, want er is geen vooropgezet plan: 'er is geen enkele ijsbeer die zich aangepast heeft' aan de veranderde omstandigheden.

IJsberen zijn toevallig wit geworden. En ijsberen zijn wit gebleven omdat dat handig bleek te zijn. (p. 24)

In de resterende hoofdstukken van het eerste deel behandelt Haring 'soorten' ('Het is helemaal niet zo moeilijk om je eigen diersoort te maken', p. 35), 'genen' ('alle mensen zijn een beetje verschillend vanwege tik- en kopieerfoutjes in die handleiding', p. 41) en de geschiedenis van de evolutie. Daarbij komt de vraag 'Wat is leven?' op.

Was dat eerste molecuultje dat zichzelf kon vermenigvuldigen leven? Of was de eerste eencellige pas leven? (p. 47)

Is iets leven als het zich kan voortplanten? Maar hoe zit het dan met computerprogramma's die zichzelf kunnen kopiëren, of met muilezels, of met gecastreerde mannen; leven die dan niet? Er is niet een magische grens tussen leven en levenloos, tussen een theelepel en de maïzena en bacteriën die op de lepel liggen.

En ergens tussen die maïzena en bacteriën in ligt de overgang tussen levend en levenloos. Maar waar je die grens precies legt is willekeurig. Levende wezens hebben geen magisch levenselixer door hun aderen stromen dat hen onderscheidt van de doden. De scheidslijn tussen levend en levenloos is er één van de mensentaal en niet één van de natuur. (p. 48)

Bas Haring, Voor een echt succesvol leven (2007)
Bas Haring, Voor een echt succesvol leven (2007)

Bas Haring, Voor een echt succesvol leven (2007)

Bas Haring, Voor een echt succesvol leven (2007, p. 22-23)
Bas Haring, Voor een echt succesvol leven (2007, p. 22-23)

Bas Haring, Voor een echt succesvol leven (2007, p. 22-23)

Bas Haring, Voor een echt succesvol leven (2007, p. 28)
Bas Haring, Voor een echt succesvol leven (2007, p. 28)

Bas Haring, Voor een echt succesvol leven (2007, p. 28)

Soms zijn dingen waar omdat iedereen vindt dat het waar is:

Wat dacht u van de waarheid dat het bijzonder is om een hand te krijgen van de koningin? Het is zeker waar dat zo'n hand bijzonder is: er zijn maar weinig mensen wier handen door de koningin geschud zijn. Maar er zijn er nog minder wier handen door mijn buurvrouw zijn geschud. Toch is dat minder bijzonder. (p. 92)

Als iedereen de koninginnenhand bijzonder vindt, is die dat. Het is een van die vreemde waarheden, die net zo goed niet waar hadden kunnen zijn.

Het verlangen naar succes heeft te maken met voorbeelden:

we willen dingen die er al zijn; en we doen dingen die al gedaan worden. (p. 115)

Die voorbeelden zien we in de media, in kranten, weekbladen en tv-programma's komen succesvolle mensen aan het woord, niet gemiddelde mensen of mensen die niets doen.

Het lijkt erop alsof er een machinerie draaiende is die doet denken aan de machinerie achter die grote schaar van de vioolkrab.(p. 117)

Kiezen voor de top van een berg is makkelijker dan kiezen voor een dal, dat is zo'n beetje overal. De top is makkelijk doel. En competitie zit in ons bloed, maar voor wie is het succes nodig?

Resultaten zijn lekker kort en telbaar. [...] De wegen naar die resultaten niet, Veel te ingewikkeld, te weinig afgebakend en te vaag. Maar dat je alleen resultaten kunt tellen betekent nog niet dat alleen de resultaten tellen. (p. 128).

Om lekker onderweg te zijn hebben we doelen nodig en dat geldt ook voor ons leven dat ergens naartoe onderweg moet zijn om ons het idee te geven dat een reden hebben om te leven.

Een bijzondere categorie 'dingen' is de groep, zoals een club, een team, een organisatie, waarvan het succes soms ten koste gaat van de individuen. Haring vertelt over een roeiteam uit zijn studententijd:

Het team won een boel medailles, maar de teamleden verloren feitelijk: iedereen had zich op een gegeven moment geblesseerd en van de teamleden die aan het begin van het seizoen meeroeiden was niemand aan het eind nog over. (p. 141)

Groepen kunnen dingen doen die individuen niet kunnen (zoals zich splitsen) en andersom (zoals het ervaren van pijn en plezier).

Teams genieten niet van hun winst; dat kunnen teams niet. (p. 152)

Dat geldt voor een roeiteam en ook voor regimenten, waarvan de individuele soldaten worden opgeofferd voor het succes van het leger. Maar wat heeft het individu aan een succes waaraan hij zelf ten onder gaat? Dat is het dilemma.

De trots op het succes van het team is ook een culturele kwestie:

Ik zou zo'n cultuur wel prettig vinden. Een cultuur die zegt: luister goed naar wat andere mensen van ver weg te melden hebben; da's meestal reuze interessant. Een zichzelf relativerende, bescheiden cultuur. [...] Maar ik vrees dat een dergelijke cultuur het niet lang vol zal houden. (p. 165)

De boodschap van de dingen die verdwijnen kan nauwelijks worden gehoord. [...] Toch is het een mooie boodschap. (p. 166)

Het idee dat je niet hoeft te winnen is een dood spoor en werkt niet aanstekelijk. Succes is aanstekelijker dan niet-succes, maar niet per se aangenamer. Daarom vindt Haring dat naast het succesvolle leven ook het leven dat niets in gang zet of nalaat gevierd moet worden:

Petje af voor de vaders en moeders bij wier begrafenis niets te melden is dan dat hij of zij lekker sliep, een zeeaquarium had en hield van nasi goreng. (p. 173)

Bas Haring en Maarten Lamers, Media technology 5 (2007)
Bas Haring en Maarten Lamers, Media technology 5 (2007)

Bas Haring en Maarten Lamers, Media technology 5 (2007)

Bas Haring en Maarten Lamers, Media technology 5 (2007)
Bas Haring en Maarten Lamers, Media technology 5 (2007)

Bas Haring en Maarten Lamers, Media technology 5 (2007)

Media technology (2007)

In 2007 publiceerde de Leidse universiteit de uitgave Media technology 5, die werd geredigeerd door Bas Haring en Maarten Lamers Het is een tweetalige uitgave met de teksten in het Nederlands en in het Engels.

Eerlijk gezegd is Media Technology nogal een vreemde naam voor Media Technology. (p. [5])

De naam van de studierichting heeft niets te maken met geluidstechnici of videomontages, maar is 'gestolen' van het Duitse Zentrum für Kunst und Medientechnologie en van het MIT.

Media Technology is een plek waar studenten hun eigen wetenschappelijke vragen mogen stellen. (p. [5])

Vragen als: 'Kun je meevoelen met een robot die geen gelaatsuitdrukking heeft?' Nadat de wetenschappelijk relevantie is vastgesteld, worden studenten gestimuleerd om concrete producten te maken, zoals software of hardware. Het onderzoek wordt afgesloten met een wetenschappelijke reflectie en publicatie of presentatie. De opleiding is een samenwerking tussen het Informatica-Instituut, de Faculteit Wiskunde & Natuurwetenschappen en de Faculteit der Kunsten in Leiden. Het programma startte in 2001 en het resultaat was het diploma 'Master of Science'.

Het boekje geeft een overzicht van dertien projecten, zoals 'The irony detector', 'PingPongPixel' en bijvoorbeeld een '3D video display', 'proxemics in public space' en 'playing Pac-Man against real crickets'.

Voor 'The irony detector' deed student Mirjam de Natris in 2003 onderzoek naar 'een softwareapplicatie die in staat is om ironie in teksten de detecteren op basis van taalkundige analyse'.

De zin "Nou, nou, dat is belangrijk wetenschappelijk werk," zal de applicatie als ironisch aanmerken - vermoedelijk. (p. 13)

Het werkstuk zelf werd een 'parodie op overtechnische wetenschappelijke details', het programma selecteerde willekeurige zinnen als ironisch en de werkelijke 'ironie-detector is de lezer zelf'.

'PingPongPixel', gemaakt door twee studenten, Jonathan den Breejen en Marenka Deenstra in 2005, bestond uit:

een gigantisch beeldscherm dat opgebouwd wordt uit ruim 8000 pingpongballen in zes verschillende grijstonen. De pingpongballen worden computergestuurd over het scherm verdeeld om aldus een beeld op te bouwen. Het scherm is 2 bij 3 meter groot (p. 19).

De illustratie bij dit project toont het scherm met een portret van Elvis Presley.

Het project 'Have'-A-Seat' uit 2005 werd uitgevoerd door drie studenten: Mika Igarashi, Michiel Stade en Sylvain Vriens.

Have-A-Seat lijkt op een normale bank; maar hij breekt in twee losse fauteuils zodra een tweede persoon op de bank plaatsneemt: de fauteuils schuivan langzaam een eindje uit elkaar. Wanneer één van beide opstaat schuiven de fauteuils weer langzaam ineen. Have-A-seat benadrukt de menselijke behoefte aan privéruimte door deze ruimte te vergroten. (p. 27)

In 2007 had het programma 'Media technology' 50 studenten opgeleid uit Nederland, China, Griekenland, Duitsland, de Verenigde Staten, Portugal, Japan, Pakistan, Brazilië, Polen, Israël en Frankrijk. Het boek over de opleiding is vormgegeven door Petra van der Lem/Catchydesign.

Bas Haring, Het aquarium van Walter Huijsmans (2009)
Bas Haring, Het aquarium van Walter Huijsmans (2009)

Bas Haring, Het aquarium van Walter Huijsmans (2009)

Bas Haring, Het aquarium van Walter Huijsmans (2009)
Bas Haring, Het aquarium van Walter Huijsmans (2009)

Bas Haring, Het aquarium van Walter Huijsmans (2009)

Bas Haring, Het aquarium van Walter Huijsmans (2009)
Bas Haring, Het aquarium van Walter Huijsmans (2009)

Bas Haring, Het aquarium van Walter Huijsmans (2009)

Bas Haring, Het aquarium van Walter Huijsmans (2009)
Bas Haring, Het aquarium van Walter Huijsmans (2009)

Bas Haring, Het aquarium van Walter Huijsmans (2009)

Waarom? (2009)

In 2009 bracht Luisterwijs in Diemen de audio-CD Waarom? van Bas Haring uit. (In hetzelfde jaar verscheen een CD-box met onderwerpen uit de wetenschap, De junior bèta canon, voor kinderen verklaard door Robbert Dijkgraaf, Louise Fresco en Bas Haring.)

Bas Haring, Plastic panda's (2011)
Bas Haring, Plastic panda's (2011)

Bas Haring, Plastic panda's (2011)

Bas Haring, Plastic panda's (2011)
Bas Haring, Plastic panda's (2011)

Bas Haring, Plastic panda's (2011)

Bas Haring, Plastic panda's (2011)
Bas Haring, Plastic panda's (2011)

Bas Haring, Plastic panda's (2011)

Bouwmeesters, op zoek naar een nieuwe verantwoordelijkheid jegens de natuur (2012)

In 2012 gaf Haring de veertiende Victor Westhofflezing, vernoemd naar de ‘nestor van de Nederlandse plantensociologie.’ Het doel van deze lezingen is ‘tegenwicht te bieden aan de overheersende belangstelling van economische groei en het onwankelbare vertrouwen in technologische ontwikkelingen.’ (achterzijde omslag). Dat jaar had de lezing het thema ‘biodiversiteit’.