Filosofie, politiek en theologie

De bijzondere collecties van de Koninklijke Bibliotheek bevatten meerdere edities van Spinoza's Tractatus theologico-politicus (1670, hierna: TTP), waaronder twee Nederlandse vertalingen (uit 1693 en 1694): dat is bijzonder voor een tekst die vier jaar na verschijnen op een lijst verboden boeken terecht kwam. Het Hof van Holland verbood, in opdracht vanstadhouder Willem III, het werk in 1674, tegelijk met Leviathan (1651) van Thomas Hobbes (1588-1679) en Philosophia S. Scripturae interpres (1666) van Lodewijk Meijer (1629-1681).

Anonieme uitgaven, fictieve titels

Dat zoveel edities intussen verschenen geeft aandat naar de TTP veel vraag moet zijn gewesst.Veel exemplaren verschenen nog tijdens Spinoza's leven, al is iedere uitgave anoniem: op de titelpagina's verscheen niet de naam van Spinoza. Sterker nog, veel Franse vertalingen verschenen zelfs met een fictieve titelpagina: bijvoorbeeld La clef du santuaire (1678), waarachter dan toch de tekst vande TTP schuilgaat. De auteur wordt niet vermeld en zelfs de uitgeversnaam ('Henricus Künraht te Hamburg') is een verhulling. Vaak wordt aangenomen dat Jan Rieuwertsz in Amsterdam, een vriend van Spinoza, als uitgever fungeerde, maar echt bewijs is er niet. Wel is inmiddels duidelijk dat het boek is gedrukt in Amsterdam, door de relatief onbekende drukker Israël de Paull.

Alles om maar te bewerkstelligen dat het boek verspreid kon worden:'Deze indrukwekkende en voor een clandestien werk ongeëvenaarde verspreiding werd, zoals uit de bronnen blijkt, mogelijk gemaakt door een ingewikkelde operatie die was ontworpen om de uitgave van achtereenvolgende nieuwe edities te maskeren en internationale verspreiding mogelijk te maken' (Israel, 2005, p. 309). Ook voor de titelpagina's van de Nederlandse vertaling geldt dat niet Henricus Koenraad uit Hamburg (1693) of H.J. von der Weyl uit Bremen (1694) de drukker was.

Wat was de inhoud van dit wijd verspreidde werk, waardoor het verboden werd? En hoe ontaardde het spinozisme door dit boek? Dat wordt hieronder behandeld.

Vrij filosoferen

Waarom schreef Spinoza de TTP? Volgens Henri Krop is het uitgangspunt van Spinoza's politieke filosofie de vraag naar een door alle burgers gedeeld geloof, dat in een staat de grondslag vormt voor de publieke moraal (Krop, 2002, p. 9). Om deze levenswijze te rechtvaardigen, moest Spinoza de toenmalige situatie beschrijven en de gevaren die haar bedreigen analyseren. Hij gebruikte de Tractatus theologico-politicus:

  • om de politieke situatie van de Republiek te beschrijven;
  • omeen publiek te bereiken voor de filosofie van de Ethica, waaraan hij al werkte;
  • ompolitiek en theologie nader te beschrijven.

Al in 1665 schreef Spinoza aan Henry Oldenburg waarom hij bezig was met een werk waarin hij de Bijbel wilde betrekken. Hij somde in die brief op dat hij

  1. zich wilde verzetten tegen de vooroordelen van theologen die filosofie in de weg staan;
  2. zich wilde bestrijden tegen beschuldigingen van atheïsme;
  3. verstandige mensen wilde aanmoedigen om te filosoferen en hij wilde dat de mensen kunnen zeggen wat zij denken.

In Spinoza's eigen voorrede gaf hij precies aan wat hem voor ogen stond en hoe hij dat zou aanpakken in het boek. Daarin zijn de punten uit de brief aan Oldenburg te herkennen.

Inhoud: bijgeloof & godsdiensten

Spinoza opende met een beschrijving van de gevaren van het bijgeloof, ontstaan door angst en onwetendheid. Door hoop en vrees doet de mens een beroep op de verbeelding en daardoor komt hij op waanvoorstellingen. Spinoza maakte hierin geen onderscheid tussen de mensen, want hij wist dat het nu eenmaal de natuur is van iedereen. Wanneer iemand iets onvoorstelbaars meemaakt, probeert hij een verklaring te zoeken door gebruik te maken van de verbeelding. Bijvoorbeeld wonderen worden verklaard door een godheid.

'Uit deze oorzaak nu van het bijgeloof volgt duidelijk dat alle mensen van nature eraan onderhevig zijn, wat anderen ook mogen zeggen, die menen dat dit komt doordat alle stervelingen een bepaalde verwarde voorstelling hebben van de godheid' (Spinoza, 1997, p. 84).

Bijgeloof ontstaat niet door de rede, maar door wisselende hartstochten. Rust is onmogelijk wanneer het bijgeloof veranderlijk blijft, zo verklaarde Spinoza onrust onder de bevolking die zou leiden tot oorlogen.

'Zo komt het dat het volk onder het mom van godsdienst er gemakkelijk toe gebracht wordt nu eens zijn koningen als goden te vereren, dan weer ze te vervloeken en ze als een pest van het hele mensdom te verafschuwen' (Spinoza, 1997, p. 84-85).

Godsdienst wordt dus gebruikt om de bevolking in bedwang te houden en dient vaak als middel in partijstrijd.Dit beperkte volgens Spinoza de gemeenschappelijke vrijheid, namelijk de vrijheid om te oordelen. De godsdienst zorgde alleen maar voor meningen en vooroordelen. Spinoza zag liever dat daden werden berecht en dat woorden ongestraft bleven, zodat meningsverschillen niet zouden leiden tot opstanden (Spinoza, 1997, p. 85-86). Hij bepleitte daarom een radicale scheiding tussen godsdienst en politieke macht. In de Nederlandse republiek zag Spinoza 'een staat waarin eenieder de onbeperkte vrijheid is toegestaan om te oordelen en God te vereren zoals het hem goeddunkt' (Spinoza, 1997, p. 86). Hieraan dankt zij haar welvaart.

Bijbelinterpretatie

Wat er volgens Spinoza mis kan gaan bij de godsdiensten, noemde hij al in de voorrede: de religieuze leiders misbruikten hun ambt, de rede werd onderdrukt door vooroordelen, de religie bestaat uit mysteries en de Bijbel werd verkeerd gebruikt. Een van de taken waartoe Spinoza zich voelde geroepen, was een onbevooroordeelde en vrijmoedige interpretatie van de Bijbel (Spinoza, 1997, p. 89).

Het opvallende hieraan is dat Spinoza in overeenstemming met de calvinistische leer benadrukte dat hij de Bijbel slechts enkel door haarzelf ('sola Scriptura') wilde onderzoeken. De TTP is het werk waarin hij dit onderzoek deed, waarbij onderwerpen als profetie, de profeten en apostelen, wonderen, de authenticiteit en de auteur(s) van de Bijbel bestudeerd werden. Spinoza besloot dat de Bijbel en de filosofie twee afzonderlijke domeinen zijn:

De 'geopenbaarde en de natuurlijke kennis moeten hun geldigheid elk op haar eigen gebied behouden – zonder dat ze met elkaar in strijd zijn – en de een moet niet dienstbaar zijn aan de ander' (Spinoza, 1997, p. 91).

Bestudering van de Bijbel leert dat de schrijvers elkaar tegenspreken, maar de grondslag van het geloof is overal en altijd dezelfde, namelijk deugdzaam leven, dat wil zeggen in gehoorzaamheid en liefde.De ene geloofsvoorstelling is meer bevredigend voor de een dan voor de ander, dus ieder zou de vrijheid moeten krijgen om zijn eigen voorstelling van God te maken. Met een oprecht en vrij gemoed God te kunnen gehoorzamen wil echter iedereen (Spinoza, 1997, p. 91). De opzet die Spinoza tot hier in de voorrede gaf, werkte hij uit in de eerste vijftien hoofdstukken. Dit is echter nog niet voldoende voor de praktijk.

Vrijheid van meningsuiting en de filosofische lezer

In de laatste vijf hoofdstukken van de TTP beschreef Spinoza zijn politieke filosofie. Daarin stelde hij dat niemand zijn volledige (natuur)recht af zal staan aan een soeverein. Niet alleen inzake de godsdienst, maar ook in de staat moet er dus vrijheid van denken en meningsuiting bestaan. De levenswijze van Spinoza zelf, na de verbanning uit de Amsterdamse joodse gemeenschap zonder traditionele geloofsovertuiging, sloot hierbij aan. Spinoza woonde tijdens het schrijven van de TTP niet meer in Amsterdam, maar hij had voor die stad nog wel veel eerbied. Hij zag Amsterdam als voorbeeld:

'In deze bloeiende staat en voortreffelijke stad immers leven alle mogelijke mensen van iedere natie en geloofsrichting met de grootste eendracht samen' (Spinoza, 1997, p. 434).

Spinoza vergeleek deze Amsterdamse samenleving, in navolging van de eerste vijftien hoofdstukken over het Oude Testament, met de Hebreeuwse staat. Het zou het beste zijn als de hoogste macht het profane én het sacrale recht verdedigt, uitlegt en toeziet.

'Ten slotte concludeer ik dat ze dit recht het best kunnen vasthouden en hun macht veilig kunnen handhaven door aan eenieder toe te staan om te denken wat hij wil en te zeggen wat hij denkt' (Spinoza, 1997, p. 92).

De slotopmerking in de voorrede is nog van groot belang voor de lezer. Spinoza verwachtte namelijk al dat niet iedereen hem zou begrijpen, want het volk is standvastig en niet makkelijk te overtuigen. Daarom zou het volk dit boek maar moeten overslaan, opdat zij het niet verkeerd zullen uitleggen zoals zij wel meer verkeerd uitleggen. De filosofisch ingestelde lezer mag doorlezen, met de wetenschap dat Spinoza schreef in overeenstemming met 'de wetten van het vaderland, de vroomheid en de goede zeden' (Spinoza, 1997, p. 94).

Reactie op de Tractatus theologico-politicus

De Tractatus theologico-politicus was bedoeld om de filosofische lezer in te leiden op de Ethica, maar het boek had niet de gewenste uitwerking. DitbrachtSpinoza ertoe om te verhinderen dat het werk in een Nederlandse vertaling zou verschijnenen het leidde er ook toe dat de Ethica ongepubliceerd bleef.

Ondanks de verbanning van het boek, kreeg het veel aandacht en werd het door heel Europa verspreid (Israel, 2005, p. 306). Al werd de TTP anoniem gepubliceerd, iedereen wist al snel wie de auteur was. Spinoza werd verweten dat de eigen keuze voor een godsdienst ook wel betekende dat je net zo goed geen godsdienst kon hebben.Wanneer goed en kwaad betrekkelijk zijn, een gedachte die in de Ethica nauwkeuriger werd beschreven, zou de ondergang van de maatschappij nabij zijn (Moreau, 2004, p. 125).

Vanwege de oproep van Spinoza om gelezen te worden door filosofische mensen, waren het om te beginnen vooral zijn vrienden die hem lazen. Daarnaast waren het theologen die zich bezighielden met het weerleggen van Spinoza.

'Zijn uitgangspunten op het gebied van de bijbelexegese leken de grondslagen van de theologie en de religie volledig te bedreigen, en daarom moesten ze krachtig worden bestreden en weerlegd' (Israel, 2005, p. 481).

Omdat Spinoza zich enkel op de Bijbel zelf concentreerde, was het voor theologen geen gemakkelijke taak om Spinoza te weerleggen. Sommigen werkten zich zelfs in de problemen, omdat ze niet anders konden dan Spinoza op sommige onderwerpen gelijk geven (Israel, 2005, p. 484). Daardoor werden zelfs degenen die trachtten zijn stellingen te weerleggen ervan beschuldigd spinozist te zijn: hun weerleggingen konden lijken op verhuld spinozisme (Moreau, 2004, p. 128).

Het verbieden van de Tractatus theologico-politicuswerkte averechts: Spinoza zou het mis hebben, maar hij werd wel erg serieus genomen.

Titelpagina van een bundeling van twee verboden boeken: Spinoza's Tractatus theologico-politicus en Lod. Meijers Philosophia S. Scripturae interpres

Titelpagina van een bundeling van twee verboden boeken: Spinoza's Tractatus theologico-politicus en Lod. Meijers *Philosophia S. Scripturae interpres *

Gefingeerde titelpagina (Reflexions curieuses d'un esprit des-interessé) van een naar het Frans vertaalde Tractatus theologico-policicus (1678)

Gefingeerde titelpagina (Reflexions curieuses d'un esprit des-interessé) van een naar het Frans vertaalde Tractatus theologico-policicus (1678)

Gefingeerde titelpagina (La clef du santaire) van een naar het Frans vertaalde uitgave van de Tractatus theologico-politicus [1678]

Gefingeerde titelpagina (La clef du santaire) van een naar het Frans vertaalde uitgave van de Tractatus theologico-politicus [1678]

Begin van de tekst van  Tractatus politicus (Hilversum: Heuvelspers, 1928): Spinoza wilde er zijn politieke gedachten uitwerken, maar het bleef onvoltooid en werd voro het eerst uitgegeven in Opera posthuma (1677)

Begin van de tekst van Tractatus politicus (Hilversum: Heuvelspers, 1928):Spinoza wilde er zijn politieke gedachten uitwerken, maar het bleef onvoltooid en werd voro het eerst uitgegeven in *Opera posthuma *(1677)

Aantekeningen in een exemplaar van de Tractatus theologico-politicus

Aantekeningen in een exemplaar van de Tractatus theologico-politicus

Een van de verschillende originele titelpagina's van de Tractatus theologico-politicus

Een van de verschillende originele titelpagina's van de Tractatus theologico-politicus

De eerste Nederlandse vertaling van de Tractatus theologico-politicus: De rechtzinnige theologant (1693)

De eerste Nederlandse vertaling van de Tractatus theologico-politicus: De rechtzinnige theologant (1693)

De tweede Nederlandse vertaling van de Tractatus theologico-politicus, met een iets andere titel: Een rechtsinnige theologant (1694)

De tweede Nederlandse vertaling van de Tractatus theologico-politicus, met een iets andere titel: Een rechtsinnige theologant (1694)

Aantekening in een exemplaar waarin de gefingeerde pagina's worden opgemerkt: Tractatus theologico-politicus (1673).

Aantekening in een exemplaar waarin de gefingeerde pagina's worden opgemerkt: Tractatus theologico-politicus (1673).

Daniel Heinsius: Operum historicorum collectio (1673): een van vele voorbeelden van gefingeerde titelpagina's van de Tractatus theologico-politicus

Daniel Heinsius: Operum historicorum collectio (1673): een vanvele voorbeelden van gefingeerde titelpagina's van de Tractatus theologico-politicus

Rug van een in perkament gebonden uitgave van de Tractatus theologico-politicus (1670)

Rug van een in perkament gebonden uitgave van de Tractatus theologico-politicus (1670)