Het leven van Spinoza (1632-1677)
Handschrift Spinoza
Handschrift van Spinoza's Korte verhandeling
Handschrift van Spinoza en aantekeningen in de marge
Handschrift van Spinoza's Korte verhandeling

Handschrift van Spinoza's Korte verhandeling van God, de mensch en deszelvs welstand (collectie Koninklijke Bibliotheek)

Amsterdam (1632-1660/1661)

Baruch de Spinoza werd geboren op 24 november 1632 in Amsterdam. Zijn moeder, Hanna, was de tweede vrouw van vader Michael de Spinoza, die van Portugese afkomst was. Hanna stierf in 1638, waarna Michael hertrouwde met Esther. Bento, zoals hij in het dagelijks leven werd genoemd, bezocht de Ets Haim ('boom des levens') school, maar het zag er niet naar uit dat hij rabbijn zou worden. In 1649 overleed Spinoza's halfbroer Isaac, die werkzaam was in het succesvolle familiebedrijf dat mediterraans fruit importeerde. Spinoza volgde zijn broer op en werd een zakenman totdat in de jaren vijftig van de zeventiende eeuw alles veranderde. Op de beurs maakte hij kennis met vrijzinnige christenen die zijn vrienden werden. Bento’s stiefmoeder stierf in 1653, zijn vader in 1654, waarna het bedrijf in financiële moeilijkheden kwam. Na de verbanning uit de Amsterdamse joodse gemeenschap (27 juli 1656) was zijn carrière als zakenman helemaal ten einde. Spinoza zou zich de rest van zijn leven bezighouden met het slijpen van lenzen. Een bezigheid die hem een introductie bezorgde in de wetenschappelijke wereld.

Momenten uit het leven van Spinoza
Momenten uit het leven van Spinoza (1977)

Momenten uit het leven van Spinoza, afgebeeld door Perle Hessing in Speculum Spinozanum (1977)

Het is nooit duidelijk geworden waarom Spinoza werd verbannen. De van oorsprong Portugese familie De Spinoza was joods, maar Baruch keerde zich tegen het jodendom, doordat hij de onsterfelijkheid van de ziel ontkende en alleen God in filosofische zin erkende. Het familiebedrijf was financieel instabiel geworden, maar ook vermeende godslastering zou een reden voor verbanning kunnen zijn. Het christendom was voor Spinoza geen alternatief. Na de verbanning veranderde Baruch zijn naam in Benedictus en volgde hij een opleiding bij de Amsterdamse school van Franciscus van den Enden (1602-1674). Van den Enden was een voormalig jezuïet uit Antwerpen en doceerde Latijn. Spinoza had inmiddels al veel kennis van het Oude Testament en het Hebreeuws.

Rijnsburg (1660/1661-1663) & de eerste werken

Spinoza vertrok waarschijnlijk uit Amsterdam in 1660 of 1661. Er zijn maar weinig bronnen met informatie over Spinoza's privéleven, waardoor veel onduidelijk is gebleven. In ieder geval woonde hij in 1661 in Rijnsburg: dit blijkt uit de briefwisseling met Henry Oldenburg (ca. 1618-1677). Oldenburg was secretaris van de Royal Society in Londen, de wetenschappelijke instelling die in 1660 was opgericht. Het plaatsje Rijnsburg bood de nodige rust voor contemplatie. Het viel onder direct toezicht van de Staten van Holland en was het centrum van het collegiantisme. Voor deze beweging hadden zijn vrienden veel sympathie. Deze collegianten of Rijnsburgers organiseerden bijeenkomsten waar vrijuit (dus van religie onafhankelijk) gesproken mocht worden. Het huis waar Spinoza in Rijnsburg woonde (tegenwoordig Spinozalaan 29) werd aan het eind van de negentiende eeuw als zijn woonhuis geïdentificeerd. Tegenwoordig is het pand een museum van de Vereniging Het Spinozahuis. Na een renovatie is het sinds 24 maart 2012 weer toegankelijk voor publiek.

De verblijfplaats van Spinoza in Rijnsburg
Verblijfplaats van Spinoza in Rijnsburg

De verblijfplaats van Spinoza in Rijnsburg (1660/61-1663), afbeelding voor in Korte Verhandeling (1986)

Het Spinozahuis in Rijnsburg
Spinozahuis in Rijnsburg

Het Spinozahuis in Rijnsburg. Na een renovatie is het museum in 2012 heropend. Uit The face of Benedictus Spinoza (1946)

In Rijnsburg schreef Spinoza zijn eerste filosofische werken. De onvoltooide Verhandeling over de verbetering van het verstand (Tractatus de intellectus emendatione) werd opgenomen in de Opera posthuma. De Korte verhandeling over God, de mensch en deszelvs verstand werd pas in de negentiende eeuw voor het eerst uitgegeven. Er zijn manuscripten van de Korte verhandeling die in de Koninklijke Bibliotheek worden bewaard. Het zijn zogeheten afschriften: vermoed wordt dat het origineel in de zeventiende eeuw is overgeschreven door kopiisten, het Latijnse origineel is later verloren gegaan. De Korte verhandeling is in zekere zin het voorwerk van de Ethica, hoewel Spinoza later de opzet heeft veranderd en delen heeft toegevoegd. De basis van Spinoza's filosofische werk was in Rijnsburg gelegd, maar terwijl hij er woonde was nog niets van zijn werk gepubliceerd.

Voorburg (1663-1669) & de eerste publicatie

In 1663 verhuisde Spinoza van Rijnsburg naar Voorburg. Spinoza zette zijn schrijven voort en dat resulteerde in de eerste publicatie: Renati Des Cartes principiorum philosophiae, pars I & II, more geometrico demonstratae (1663). Dit werk was een uitleg van de filosofie van René Descartes (1596-1650). Er zijn enige 'metafysische gedachten' aan toegevoegd waarmee Spinoza in discussie ging met de scholastiek. Volgens Spinoza had de cartesiaanse filosofie op dat moment het meest te bieden, al was Spinoza het niet overal mee eens (Moreau, 2004, p. 68). In 1664 verscheen de vertaling van het debuut: Renatus Des Cartes Beginzelen der wysbegeerte, I en II deel, na de meetkonstige wijze beweezen. Omdat niet alle vrienden van Spinoza het Latijn goed beheersten, werden veel teksten direct in het Nederlands vertaald. Daardoor kon snel na de Opera posthuma het verzamelde werk als De nagelate schriften verschijnen (beide in 1677).

Dat Spinoza al in 1663 begonnen was met de Ethica blijkt uit de correspondentie met Simon de Vries. Het werk van Spinoza werd onder vrienden verspreid en als volgt in Amsterdam besproken: 'één van ons […] leest voor, verklaart volgens zijn opvatting en bewijst vervolgens alles, in overeenstemming met de volgorde van uw stellingen' (Spinoza, 1992, p. 105).

Den Haag (1669-1670) & de weerstand

In een brief aan Henry Oldenburg van rond oktober 1665, schreef Spinoza dat hij bezig was met een werk over de Bijbel. Spinoza gaf daarvoor een drietal redenen:

  1. Spinoza wilde zich verzetten tegen de vooroordelen van theologen die filosofie in de weg stonden;
  2. Spinoza wilde beschuldigingen van atheïsme bestrijden;
  3. Spinoza wilde niet alleen de verstandige mensen aanmoedigen te filosoferen, hij wilde ook vrijheid om te filosoferen: men moest kunnen zeggen wat men dacht.

La clef du sanctuaire (fictieve titel)

Editie van de Tractatus theologico-politicus met drie fictieve titels (die in sommige exemplaren alledrie zjn ingevoegd): La clef du sanctuaire.

Reflexions curieuses d'un esprit des-interressé (fictieve titel)

Editie van de Tractatus theologico-politicus met drie fictieve titels (die in sommige exemplaren alle drie zijn ingevoegd): Reflexions curieuses d'un esprit des-interressé.