Het leven van Spinoza (1632-1677)

De Nederlandsewijsgeer Benedictus de Spinoza (1632-1677) stelde de rede centraal in zijnwerken. Filosofie zou zekerheid moeten bieden zoals de wiskunde dat doet. Dit uitgangspunt bracht Spinoza tot inzichten waar de Nederlandse republiek van zijn tijd niet op was voorbereid. Tractatus theologico-politicus (1670) werd anoniem uitgebracht en al in 1674 verbannen in opdracht van stadhouder Willem III (1650-1702). Spinoza besloot daarop niets meer te publiceren. Zijn hoofdwerk, de Ethica, werd vlak na zijn dood uitgegeven door zijn vrienden, samen met andere werken en brieven (in de Opera posthuma, direct vertaald als De nagelate schriften).

Een aantal thema'sin Spinoza's filosofie zijn noodzakelijkheid, monisme en tolerantie. Noodzakelijkheid betekent dat de natuurwetten regeren en alles onderdeel is van een keten van oorzaak en gevolg. Spinoza’s filosofie is monistisch, want er is slechts plaats voor één werkelijkheid: de natuur, die daarmee hetzelfde is als God. Tolerant is Spinoza in zijn politieke gedachten: vrijheid van filosoferen bestaat in het alledaagse leven als een vrijheid van meningsuiting. Hij zag die vrijheid gerealiseerd in Amsterdam, juist de plaats waar hij in 1656 uit de joodse gemeenschap werd verbannen. De joodse autoriteiten verboden toen al onder andere de werken van Spinoza te lezen, terwijl Spinoza toen nog niets had gepubliceerd.

Amsterdam (1632-1660/1661)

Baruch de Spinoza werd geboren op 24 november 1632 in Amsterdam. Zijn moeder, Hanna, was de tweede vrouw van vader Michael de Spinoza, die van Portugese afkomst was. Hanna stierf in 1638, waarna Michael hertrouwde met Esther. Bento, zoals hij in het dagelijks leven werd genoemd, bezocht de Ets Haim ('boom des levens') school, maar het zag er niet naar uit dat hij rabbijn zou worden. In 1649 overleed Spinoza's halfbroer Isaac, die werkzaam was in het succesvolle familiebedrijf dat mediterraans fruit importeerde. Spinoza volgde zijn broer op en werd een zakenman totdat in de jaren vijftig van de zeventiende eeuw alles veranderde. Op de beurs maakte hij kennis met vrijzinnige christenen die zijn vrienden werden. Bento’s stiefmoeder stierf in 1653, zijn vader in 1654, waarna het bedrijf in financiële moeilijkheden kwam. Na de verbanning uit de Amsterdamse joodse gemeenschap (27 juli 1656) was zijn carrière als zakenman helemaal ten einde. Spinoza zou zich de rest van zijn leven bezighouden met het slijpen van lenzen. Een bezigheid die hem een introductie bezorgde in de wetenschappelijke wereld.

Het is nooit duidelijk geworden waarom Spinoza werd verbannen. De van oorsprong Portugese familie De Spinoza was joods, maar Baruch keerde zich tegen het jodendom, doordat hij de onsterfelijkheid van de ziel ontkende en alleen God in filosofische zin erkende. Het familiebedrijf was financieel instabiel geworden, maar ook vermeende godslastering zou een reden voor verbanning kunnen zijn. Het christendom was voor Spinoza geen alternatief. Na de verbanning veranderde Baruch zijn naam in Benedictus en volgde hij een opleiding bij de Amsterdamse school van Franciscus van den Enden (1602-1674). Van den Enden was een voormalig jezuïet uit Antwerpen en doceerde Latijn. Spinoza had inmiddels al veel kennis van het Oude Testament en het Hebreeuws.

Rijnsburg (1660/1661-1663) & de eerste werken

Spinoza vertrok waarschijnlijk uit Amsterdam in 1660 of 1661. Er zijn maar weinig bronnen met informatie over Spinoza's privéleven, waardoor veel onduidelijk is gebleven. In ieder geval woonde hij in 1661 in Rijnsburg: dit blijkt uit de briefwisseling met Henry Oldenburg (ca. 1618-1677). Oldenburg was secretaris van de Royal Society in Londen, de wetenschappelijke instelling die in 1660 was opgericht. Het plaatsje Rijnsburg bood de nodige rust voor contemplatie. Het viel onder direct toezicht van de Staten van Holland en was het centrum van het collegiantisme. Voor deze beweging hadden zijn vrienden veel sympathie.Deze collegianten of Rijnsburgers organiseerden bijeenkomsten waar vrijuit (dus van religie onafhankelijk) gesproken mocht worden. Het huis waar Spinoza in Rijnsburg woonde (tegenwoordig Spinozalaan 29) werd aan het eind van de negentiende eeuw als zijn woonhuis geïdentificeerd. Tegenwoordig is het pand een museum van de Vereniging Het Spinozahuis. Na een renovatie is het sinds 24 maart 2012 weer toegankelijk voor publiek.

In Rijnsburg schreef Spinoza zijn eerste filosofische werken. De onvoltooide Verhandeling over de verbetering van het verstand (Tractatus de intellectus emendatione) werd opgenomen in de Opera posthuma. De Korte verhandeling over God, de mensch en deszelvs verstand werd pas in de negentiende eeuw voor het eerst uitgegeven. Er zijn manuscripten van de Korte verhandeling *die in de Koninklijke Bibliotheek worden bewaard. Het zijn zogeheten afschriften: vermoed wordt dat het origineel in de zeventiende eeuw is overgeschreven door kopiisten, het Latijnse origineel is later verloren gegaan. De *Korte verhandeling is in zekere zin het voorwerk van de Ethica, hoewel Spinoza later de opzet heeft veranderd en delen heeft toegevoegd. De basis van Spinoza's filosofische werk was in Rijnsburg gelegd, maar terwijl hij er woonde was nog niets van zijn werk gepubliceerd.

Voorburg (1663-1669) & de eerste publicatie

In 1663 verhuisde Spinoza van Rijnsburg naar Voorburg. Spinoza zette zijn schrijven voort en dat resulteerde in de eerste publicatie: Renati Des Cartes principiorum philosophiae, pars I & II, more geometrico demonstratae (1663). Dit werk was een uitleg van de filosofie van René Descartes (1596-1650). Er zijn enige 'metafysische gedachten' aan toegevoegd waarmee Spinoza in discussie ging met de scholastiek. Volgens Spinoza had de cartesiaanse filosofie op dat moment het meest te bieden, al was Spinoza het niet overal mee eens (Moreau, 2004, p. 68). In 1664 verscheen de vertaling van het debuut: Renatus Des Cartes Beginzelen der wysbegeerte, I en II deel, na de meetkonstige wijze beweezen. Omdat niet alle vrienden van Spinoza het Latijn goed beheersten, werden veel teksten direct in het Nederlands vertaald. Daardoor kon snel na de Opera posthuma het verzamelde werk als De nagelate schriften verschijnen (beide in 1677).

Dat Spinoza al in 1663 begonnen was met de Ethica blijkt uit de correspondentie met Simon de Vries. Het werk van Spinoza werd onder vrienden verspreid en als volgt in Amsterdam besproken: 'één van ons […] leest voor, verklaart volgens zijn opvatting en bewijst vervolgens alles, in overeenstemming met de volgorde van uw stellingen' (Spinoza, 1992, p. 105).

Den Haag (1669-1670) & de weerstand

In een brief aan Henry Oldenburg van rond oktober 1665, schreef Spinoza dat hij bezig was met een werk over de Bijbel. Spinoza gaf daarvoor een drietal redenen:

  1. Spinoza wilde zich verzetten tegen de vooroordelen van theologen die filosofie in de weg stonden;
  2. Spinoza wilde beschuldigingen van atheïsme bestrijden;
  3. Spinoza wilde niet alleen de verstandige mensen aanmoedigen te filosoferen, hij wilde ook vrijheid om te filosoferen: men moest kunnen zeggen wat men dacht.

Dit werk over de Bijbel met daarin de drie bovenstaande punten verscheen vijf jaar later toen Spinoza in Den Haag, de politieke hoofdstad van de Republiek, woonde: Tractatus theologico-politicus (1670). Het boek veroorzaakte opschudding bij predikanten, cartesianen en zelfs bondgenoten. Spinoza las de Bijbel als louter een product van menselijke verbeelding en bestudeerde de Bijbel waarbij hij alleen de tekst van het Oude Testament gebruikte. Zijn conclusie is dat gezien de tegenspraken in de Bijbel de openbaring geen goed middel is om tot kennis van God te komen. Alleen de rede is daartoe in staat. Wat de Bijbel wel vertelt, kan ook met behulp van het verstand worden beredeneerd: wees rechtvaardig en heb je naasten lief. Spinoza concludeerde verder dat de beste regering een democratische staat zou zijn, waarin de burgers zoveel mogelijk vrijheid genieten en hun meningen mogen uiten. De controle van een staat over de kerk was voor een stadsbestuur als dat van Amsterdam een groot taboe. Juist predikanten maakten deel uit van de aanhang van de stadhouder (Krop, 2002, p. 16-17).

Den Haag (1673-1674) & niet elders

In februari 1673 werd Spinoza aangeschreven door deuniversiteit van het Duitse Heidelberg. De vraag was of Spinoza interesse had om bij hen 'gewoon hoogleraar in de filosofie' te worden. In deze brief werd Spinoza een standaard jaarloon, vrijheid om te filosoferen en een aangenaam leven in Heidelberg aangeboden. Anderhalve maand later (30 maart) schreef Spinoza terug en bedankte hij voor de eer: 'Maar aangezien ik nooit lust heb gevoeld in het openbaar te doceren, kan ik er niet toe komen deze prachtige gelegenheid aan te grijpen, hoewel ik de zaak lange tijd bij mijzelf overwogen heb' (Spinoza, 1992, p. 301). Spinoza schreef ook dat hij in zijn omgeving zag hoe zijn woorden werden verdraaid en veroordeeld, dat hem al belemmeringen genoeg in de weg werden gelegd en dat hij 'een ambteloos en teruggetrokken leven' leidde.

Spinoza zou de republiek nooit verlaten, al had hij wel contact met vrienden in het buitenland. Henry Oldenburg is al genoemd, maar Spinoza correspondeerde ook met andere Duitse filosofen, zoals Gottfried Leibniz (1646-1716), die een keer bij Spinoza in Den Haag op bezoek ging. Mysterieus was de reis die Spinoza later in 1673 ondernam: een bezoek aan het Franse leger in Utrecht. Al kon Spinoza goed met de Franse officieren discussiëren, het is onduidelijk of hij ook een politieke bedoeling met deze gesprekken had. Spinoza was voorzichtig, zoals zijn wapenspreuk 'caute' aangeeft. 'Caute' betekent niet alleen 'voorzichtig', maar ook 'pas op' - het Latijnse 'spinosus' betekent 'doornachtig'. In 1674 zou een Nederlandse vertaling van Tractatus theologico-politicus verschijnen, maar Spinoza verzette zich daartegen. In 1674 werd de Latijnse uitgave officieel verboden, al had de uitgever verschillende trucs om het boek ook in Franse vertaling te blijven verspreiden.

Het impressum op de titelpagina was vanaf de eerste druk gefingeerd: niet Henricus Künraht te Hamburg, maar Jan Rieuwertsz. te Amsterdam wordt sinds lang als de uitgever beschouwd. Onderzoek heeft uitgewezen dat Israël de Paull in Amsterdam het boek gedrukt heeft. De auteursnaam werd niet vermeld en hoewel al snel bekend werd wie de auteur van het werk was, stond Spinoza's naam niet vermeld op de titelpagina. Er werden valse titelpagina's gebruikt, ook voor Franse vertalingen. Bijvoorbeeld La clef du santuaire, Reflexions curieuses d'un esprit des-interressé en Traitté des ceremonies superstitieuses des juifs.

Den Haag (1675-1677): Ethica en de dood van Spinoza

Ondertussen werkte Spinoza aan zijn volgende grote werk: Ethica. Henry Oldenburg vroeg in juli 1675 of hij een aantal exemplaren mocht ontvangen en waarschuwde Spinoza, dat hij 'niets opneemt dat ook maar enigszins de indruk zou kunnen wekken de beoefening der godsdienstige deugden te ondermijnen' (Spinoza, 1992, p. 351). Spinoza reageerde hierop met de mededeling dat hij voorlopig zou afzien van publicatie, omdat had opgemerkt dat bepaalde theologen hem verdacht maakten door het gerucht te verspreiden dat Spinoza een boek wilde uitbrengen waarin hij zou aantonen dat er geen God bestaat. De vijfdelige Ethica bleef ongepubliceerd tot Spinoza's dood in 1677. Na een aantal jaren aan tuberculose te hebben geleden, werd de ziekte hem op 21 februari 1677 fataal. Spinozawerd 44 jaar oud.

Het huis waar Spinoza stierf, Paviljoensgracht 72-74 in Den Haag, is nu in het bezit van de Vereniging het Spinozahuis. Spinoza werd op 25 februari 1677 in de Nieuwe Kerk in Den Haag begraven. In december verschenen zijn nagelaten geschriften, waaronder de Ethica, brieven en onvoltooid werk uit Spinoza's laatste jaren. De auteur werd op de titelpagina van het nagelaten werk weergegeven als 'BdS'. Het enige werk dat Spinoza niet anoniem publiceerde, was het werk over René Descartes.

Portret van Spinoza door een onbekende graveur, ca. 1680 bij de handschriften van de Korte verhandeling Korte verhandeling van God, de mensch, en deszelvs welstand (handschrift, collectie Koninklijke Bibliotheek)

Portret van Spinoza door een onbekende graveur, ca. 1680 bij de handschriften van de Korte verhandeling Korte verhandeling van God, de mensch, en deszelvs welstand (handschrift, collectie Koninklijke Bibliotheek)

Spinoza's wapenspreuk: 'caute'. Omslag van Opera quotquot reperta sunt (1914)

Spinoza's wapenspreuk: 'caute'. Omslag van Opera quotquot reperta sunt (1914)

De verblijfplaats van Spinoza in Rijnsburg (1660/61-1663), afbeelding voor in Korte Verhandeling (1986)

De verblijfplaats van Spinoza in Rijnsburg (1660/61-1663), afbeelding voor in Korte Verhandeling (1986)

Momenten uit het leven van Spinoza, afgebeeld door Perle Hessing in Speculum Spinozanum (1977)

Momenten uit het leven van Spinoza, afgebeeld door Perle Hessing in Speculum Spinozanum (1977)

De Nieuwe Kerk in Den Haag, waar Spinoza in 1677 werd begraven. Uit The face of Benedictus Spinoza (1946)

De Nieuwe Kerk in Den Haag, waar Spinoza in 1677 werd begraven. Uit The face of Benedictus Spinoza (1946)

Het Spinozahuis in Rijnsburg. Na een renovatie is het museum in 2012 heropend. Uit The face of Benedictus Spinoza (1946)

Het Spinozahuis in Rijnsburg. Na een renovatie is het museum in 2012 heropend. Uit The face of Benedictus Spinoza (1946)

Handschrift van Spinoza's Korte verhandeling van God, de mensch en deszelvs welstand (collectie Koninklijke Bibliotheek)

Handschrift van Spinoza's Korte verhandeling van God, de mensch en deszelvs welstand (collectie Koninklijke Bibliotheek)

Spinoza's verblijfplaats in Den Haag aan de Paviljoensgracht, uit The face of Benedictus Spinoza (1946)

Spinoza's verblijfplaats in Den Haag aan de Paviljoensgracht, uit The face of Benedictus Spinoza (1946)

Editie van de Tractatus theologico-politicus met drie fictieve titels (die in sommige exemplaren alledrie zjn ingevoegd): La clef du sanctuaire.

Editie van de Tractatus theologico-politicus met drie fictieve titels (die in sommige exemplaren alledrie zjn ingevoegd): La clef du sanctuaire.

Editie van de Tractatus theologico-politicus met drie fictieve titels (die in sommige exemplaren alledrie zjn ingevoegd): Reflexions curieuses d'un esprit des-interressé.

Editie van de Tractatus theologico-politicus met drie fictieve titels (die in sommige exemplaren alledrie zjn ingevoegd): Reflexions curieuses d'un esprit des-interressé.

Titelpagina van B.d.S., Opera postuma (1677)

Titelpagina van B.d.S., Opera postuma (1677)