Het leven van Desiderius Erasmus (1)

Holland (1466 tot 1495)

Om de geboorte en vroege levensjaren van Erasmus hangt een waas van geheimzinnigheid. Niet in de laatste plaats komt dit door Erasmus eigen weifelachtige opstelling betreffende zijn levensbegin. Dit had grotendeels te maken met de onwettige status van zijn geboorte en zijn min of meer gedwongen toetreding tot het kloosterleven.

Gedicht Hegius Carmina et gravia et elegantia
Carmina et gravia et elegantia (1503)

Gedicht van Alexander Hegius over het belang van Grieks. Carmina et gravia et elegantia. -Impressum Daventrie:permeRichardumpaffraet, 1503.

Kaart van Gouda met daarop klooster Stein

Fragment van een kaart van Gouda door Pieter Dirksz Crabeth. Rode pijl wijst naar Klooster Stein te Gouda. Bron: Wikimedia Commons.

Priester-secretaris van de Bisschop van Kamerijk

Op 25 april 1492 onderging Erasmus de priesterwijding in het bisschop Utrecht. Er zijn in het geheel geen brieven van Erasmus uit deze periode, wat wellicht in verband staat met zijn groeiende wens het klooster te verlaten. Deze kans kreeg Erasmus in 1493, toen hij het aanbod aannam om secretaris te worden van de bisschop van Kamerijk, Hendrik van Bergen. Deze bisschop hoopte de kardinaalstitel te verwerven in Rome en had Erasmus vooral nodig vanwege zijn vaardigheden op het gebied van Latijn om zo de nodige indruk te maken in Rome. Erasmus verheugde zich zeer op de reis naar Rome, maar deze ging helaas niet door toen de bisschop over te weinig geld beschikte om de kardinaalshoed te verwerven. Erasmus was niet van plan terug te keren naar het klooster en drong er bij de bisschop op aan hem met een stipendium naar Parijs te laten gaan om theologie te studeren. In de nazomer van 1495 kwam Erasmus aan op deze beroemde universiteit.

Collège Montaigu in Parijs (1495-1499)

Te Parijs verbleef Erasmus in Collège Montaigu, waar een zeer streng regime werd gehanteerd van onthouding en kastijding. Het is niet verrassend dat Erasmus hier een diepe afkeer aan overhield van elke vorm van te strenge en rechtlijnige zedenleer. Niet dat Erasmus tegen discipline en strenge mores was, maar dit kon volgens hem alleen gedijen in een sfeer van vertrouwen en humaniteit.

Parijs: ontmoeting met humanist Robert Gagun

Erasmus' doel in Parijs was de graad van doctor in de theologie. Dat hij deze uiteindelijk niet behaalde had verschillende redenen. Niet op de laatste plaats stonden de ontberingen van Collège Montaigu; Erasmus kon vanwege zijn fysieke en geestelijke bouw niet goed tegen de ontberingen waaraan hij op het Collège was blootgesteld. Daarbij bevielen ook de droge, technische theologische en filosofische disputen van het scholasticisme hem niet. Daarvoor hield hij teveel van de elegantie van het geschreven woord. De rest van zijn leven stond de scholastiek voor Erasmus voor alles wat verouderd is, onzinnig en twistziek. Liever verwees hij naar zichzelf als poëet en orator.

Toch was ook in Parijs de geest van het humanisme langzaam doorgedrongen. De leider van het Parijse humanisme was de dichter Robert Gaguin, bij wie Erasmus zich introduceerde en een correspondentie opstartte. Juist in 1495 had Gaguin een humanistische geschiedschrijving over de Frankrijk afgerond en Erasmus zag kans een lange brief van aanprijzing onder zijn naam mee te laten drukken. Dit was een belangrijke zet: in korte tijd werd zijn naam bij een wijder publiek bekend. Dit maakte Erasmus bewust van de ongekende mogelijkheden van de nieuwe boekdrukkunst. Hij zal daar de rest van zijn leven dankbaar gebruik van blijven maken.

Om aan inkomsten te komen gaf Erasmus onderwijs aan jonge zonen van adellijke komaf. In het najaar van 1498 kreeg Erasmus de jonge lord Mountjoy, William Blount, er als nieuwe leerling bij. Met deze Mountjoy vertrekt Erasmus in 1499 voor een eerste bezoek aan Engeland.

Engeland (1499-1500)

Het eerste verblijf van Erasmus in Engeland duurde van de zomer 1499 tot begin van 1500. De historicus Johan Huizinga duidt deze tijd aan als een periode van innerlijke groei voor Erasmus. Dit kwam in het bijzonder door zijn kennismaking met twee grote geesten, de theoloogJohn Coleten de jurist en filosoof Thomas More.

Portret van John Colet
John Colet

Schets voor portret van John Colet, door Hans Holbein de Jonge, Royal Collection, Windsor Castle, c. 1535. Bron: Wikimedia Commons.

Portret van Thomas More
Sir Thomas More

Sir Thomas More door Hans Holbein de Jonge, 1527. Bron: Wikimedia Commons.

Vriendschap met John Colet en Thomas More

Erasmus ontmoette John Colet tijdens zijn verblijf in Oxford in oktober 1499. Colet was reeds op de hoogte van Erasmus’ kwaliteiten. Het is mede dankzij dit contact met Colet dat Erasmus zich serieus begint toe te leggen op het herstel van de godgeleerdheid in al haar zuiverheid. Dit is niet verwonderlijk. John Colet was een bevlogen theoloog, begaan met de noodzaak voor een heropleving van het christendom. Erasmus nam dit doel grotendeels over, maar wilde dan wel eerst het Oudgrieks uitstekend beheersen. Dit in tegenstelling tot Colet zelf, die de brieven Paulus van commentaar verzag zonder grondige kennis van de brontaal.

Over de eerste ontmoeting tussen Erasmus en Thomas More bestaan verschillende legendes. Een vertelling heeft het dat Thomas More eens zat te eten met de Lord Mayor van Londen toen een vreemdeling verzocht More te spreken. Deze vreemdeling, Erasmus, begroette More met de woorden 'Aut tu es Morus aut nullus'. (U bent More of u bent niemand.) Waarop More antwoorde: 'Et tu es Deus aut deamon aut meus Erasmus'. (En u bent God óf een demoon óf mijn Erasmus.) Dit is echter ver bezijden de waarheid. Geen van beide heren was op het moment van de ontmoeting beroemd of bekend. Thomas More was net over de twintig, en Erasmus zo'n tien jaar ouder. Hun vriendschap groeide uit tot een van de meest hechte en meest befaamde van het Noord-Europese humanisme.

Panegyricus van Erasmus
Panegyricus ad Philippum & Carmen (1518)

Panegyricus ad Philippum & Carmen. - Venetiis: in aedibvs Aldi, et Andreae Soceri, 1518.

Portret van Filips de Schone
Portret van Filips de Schone

Filips de Schone (1479-1506), schilder anoniem, Rijksmuseum Amsterdam. Bron: Wikimedia Commons.

Portret van Thomas Linacre
Thomas Linacre

Portret van Thomas Linacre (of Lynaker). Kopij van William Miller (College Beadle en amateurschilder) uit 1810, naar een schilderij uit Windsor Castle. Het schilderij wordt gewoonlijk gezien als een portret van Linacre, maar omdat deze identificatie door kunsthistorici is aangevochten is het nu gecatologiseerd als 'Een oudere man'. Bron: Wikimedia Commons.

Portret van Henry de zevende van Tudor
Henry VII of Tudor

Portret Henry VII of Tudor, c. 1500, door Michael Sittow. Het portret beeldt Henry af die de rode roos van het Huis van Lancaster vasthoud en een halsketting omheeft van de Orde van het Gulden Vlies. Bron: Wikimedia Commons.

Van de prebende kwam uiteindelijk niets terecht, maar Erasmus zag wel een kans een lange droom uit te laten komen: een reis maken naar Italië. In het voorjaar van 1506 kreeg Erasmus namelijk een uitnodiging van Giambattista Boerio, geneesheer van Koning Henry VII, om zijn twee zonen als onderwijzer te vergezellen tijdens een reis naar Italië.

Verblijf in Italië (1506-1509)

In zomer 1506 trok Erasmus te paard de Alpen over, een reis tijdens welke hij één van zijn meest geliefde gedichten op papier zette, de Carmen equestre vel potius alpestre. Het gedicht is een overpeinzing van het ouder worden, een kwaal waar 'geen medicijn tegen is opgewassen'. Het reisgezelschap bereikte Turijn op 4 september 1506, waar Erasmus spontaan de doctorsgraad in theologie ontving. Dit ontwapende de kritiek van enkele van zijn tegenstanders die hun afkeur hadden uitgesproken over de theologische schrijfsels van deze ongetrainde man der letteren. Via de rivier de Po daalde Erasmus af naar Pavia, om zich vervolgens naar Florence te begeven. Er zijn niet veel brieven van Erasmus uit deze tijd, maar in de weinige informatie die wij hebben spreekt Erasmus niet over de imposante kathedralen die hij moet hebben bezichtigd, noch over belangrijke kunstwerken.

Diploma van Erasmus uit Turijn

Diploma van Doctor in de Theologie die Erasmus ontving bij zijn bezoek aan Turijn op 4 september 1506. Bron: Daniël van Damme: Ephéméride illustrée de la vie d'Erasme, 1936, p. 16.

Toen Erasmus en de zijnen Bologna bereiken, waren zij net op tijd voor de triomftocht van paus Julius II op 22 november 1506 ter gelegenheid van zijn overwinning op deze stad. Het was voor de vredelievende Erasmus schokkend om te zien hoe de plaatsvervanger van Christus zich liet onthalen als een Caesar nadat zoveel bloed was gevloeid. Na het overlijden van deze paus schreef Erasmus een satirisch stukje over Julius, de Julius exclusus, waarin de paus ondanks al zijn mooie woorden wordt geweigerd bij de hemelpoort.

Aldus Manutius en de Nieuwe Academie in Venetië

Erasmus had beloofd om voor één jaar als onderwijzer op te treden voor de twee jonge zoons van Boerio. Hij voldeed aan deze onderwijsverplichting door een jaar in Bologna te verblijven, waar hij zichzelf tevens ingroef in de studie der humaniora. Nog steeds worstelende met Grieks, vond Erasmus in Bologna helaas niet veel hulp. Toen hij aan zijn onderwijsverplichtingen had voldaan vertrok Erasmus in het najaar van 1507 naar Venetië, waar hij zich bij de drukkerij van Aldus Manutius introduceerde met zijn vertalingen van twee Griekse tragedies. Deze werden prompt door Aldus gedrukt. Aldus' werkplaats stond bekend als de 'Nieuwe Academie'. Zij werd bevolkt door meer dan dertig geleerden en drukkers van wie velen waren gevlucht uit Byzantium na de val van Constantinopel in 1453. Daarnaast beschikte Aldus over een aanzienlijke bibliotheek vol met onvertaalde Griekse werken. Men spreekt dan ook wel van een Griekse kolonie in Venetië. Het is niet onwaarschijnlijk dat Erasmus juist bij deze vluchtelingen zijn Griekse taalkunsten heeft weten te scherpen. Het belangrijkste werk dat Erasmus in deze jaren uitgeeft is het tweede volume van de Adagia, de Adagiorum Chiliades (1508), nu inderdaad uitgegroeid tot duizenden spreekwoorden, velen ontleend aan Griekse auteurs.

Ruim acht maanden verbleef Erasmus in Venetië. Pas in het najaar van 1508 pakte hij weer in om naar de universiteitsstad Padua te reizen. Daar zag hij kans tutor in Latijn en Retorica te worden van Alexander Stewart, de onwettige zoon van James IV, koning van Schotland. Maar nauwelijks een maand later, in december 1508, vertrok Erasmus weer uit Padua, beducht voor een aanstaande oorlog. Hij bereikte via Ferrara en Siena in het voorjaar van 1509 Rome.

Portret van Aldus Manutius
Aldus Manutius

Aldus Manutius, drukker te Venetië (1449-1515). Bron: Wikimedia Commons.

Drukkersmerk van Aldus Manutius
Printersmerk Aldus Manutius

Printersmerk van Aldus Manutius: dolfijn en anker, haast je langzaam (festina lente) is zijn motto. Bron: Wikimedia Commons. Afbeelding gemaakt door Arminiuzz.

Portret van Paus Julius de tweede
Paul Julius II

Paus Julius II, c. 1511-1512, door Rafaël (1492-1520). Erasmus zag paus Julius II in het najaar van 1506 met een triomftocht Bologna binnentrekken, na deze stad teruggewonnen te hebben op de familie Bentivoglio. Later zou Erasmus een satirisch werkje over Julius II schrijven, waarin de 'oorlogspaus' geweigerd wordt voor de hemelpoort (Julius Exclusus). Bron: Wikimedia Commons.

Het vroeg zestiende-eeuwse Rome stak bleek af bij andere steden zoals Florence of Venetië. Rome was niet meer dan een stadje met 40.000 inwoners. Weliswaar waren er ruïnes uit de oudheid, maar het merendeel moest nog ontdekt worden. Van de Sint-Pietersbasiliek lagen er slechts nog wat stenen, terwijl Michelangelo net begonnen was aan de Sixtijnse Kapel. Waar Erasmus wel getuige van was, was de blasfemie en corruptie aan het pauselijke hof. Tijdens de viering van Goede Vrijdag hoorde hij zelfs Paus Julius II geprezen worden als Jupiter Optimus Maximus. In de Ciceroniaan zal Erasmus hierop verzuchten wat dit van doen heeft met Julius als hoofd van het Christendom. Ondanks zijn grote liefde voor de klassieken, vond Erasmus deze vermenging van christelijke en heidense elementen verwerpelijk. De schone letteren moesten vooral spreken van Christus, niet van afgoden.

In deze tijd besloot Erasmus om terug te keren naar Engeland. Op 22 mei 1509 besteeg koning Henry VIII de troon, en Lord Mountjoy schreef naar Erasmus dat hij een gouden eeuw van geleerdheid verwachtte. Erasmus maakte nog een laatste excursie naar Napels en ving toen de terugweg aan over de Alpen, op weg naar zijn vriend Thomas More. Spelend met de achternaam van deze vriend componeerde Erasmus naar eigen zeggen tijdens deze reis wat nu bekend staat als zijn grootste kunstwerk, de Moriae encomium of de Lof der zotheid.

Engeland en de Lof der zotheid (1509-1511)

Over Erasmus' derde verblijf in Engeland is weinig bekend. Eind zomer 1509 kwam hij in Londen aan, waar hij voor langere tijd bij Thomas More verbleef. In slechts enkele dagen schreef hij daar de Lof der zotheid, naar eigen zeggen om de pijn die nierstenen hem bezorgen te doen vergeten. Vervolgens treedt er een stilte op omtrent Erasmus die ruim twee jaar duurt. Stilte wil zeggen dat wij geen brieven hebben uit deze periode. Een natuurlijke verklaring hiervoor is Erasmus' zwakke gesteldheid, geteisterd door ziektes en kwalen. Een eerste bericht uit Erasmus' leven krijgen wij weer in april 1511, ditmaal vanuit Dover, vanwaar hij weer onderweg was naar het continent.

We weten dat Erasmus, na een tijd bij More te hebben verkeerd, voor enige tijd onderdak had bij de Italiaanse humanist en secretaris van koning Henry VII, Andreas Ammonio(ca. 1478-1517). Verder heeft Erasmus waarschijnlijk enige tijd met Colet doorgebracht. Het is mogelijk dat hij mee heeft geholpen met de oprichting van diens jongensschool, de St. Paul's School (1509). Twee didactische werken van Erasmus, de De copia verborum ac rerum (1512) en De ratione studii (1512), kan men beschouwen als de vruchten van de relatie met Colet.

Queens College in Cambridge (1511-1514)

In de tussentijd nam de bekendheid van Erasmus toe. De Adagiorum Chiliades ontving veel lof, alsook Erasmus' vertalingen van Latijnse en Griekse teksten. In 1511 keerde Erasmus voor korte tijd terug naar Parijs om toe te zien op de druk van de Lof der Zotheid. In datzelfde jaar ontving Erasmus de uitnodiging om Oudgrieks en theologie te doceren aan de Universiteit van Cambridge. Sloeg Erasmus dergelijke aanbiedingen eerst af, nu verbleef hij tot 1514 in Queens' College, Cambridge. In deze tijd werkte Erasmus met hernieuwde krachten aan zijn vertaling van het Nieuwe Testament.

In 1514 ontving Erasmus wederom een brief van overste Servaas Rogier, ditmaal met het dringende verzoek terug te keren naar klooster Steyn. Erasmus kon er nu niet meer om heen; hij moest bekennen dat hij niet meer zou terugkeren naar het kloosterleven. In zijn argumentatie verwees hij naar de onvrijwillige wijze waarop hij in zijn jeugd de kloosterbeloften had afgelegd. Met een beroep op het kanonieke recht legde Erasmus uit dat hij God beter kan dienen buiten de kloostermuren.

Op moment van schrijven had Erasmus Engeland al verlaten. De komende drie jaar bleef hij min of meer op doorreis.