Coornhert over verdraagzaamheid (2): Bijbelse en kentheoretische argumenten

Bijbelse argumenten

Coornhert maakt in zijn filosofische werk vrijwel nooit gebruik van argumenten op basis van autoriteit. Het uitgangspunt van zijn reflecties is altijd de redelijkheid. De Bijbel vormt de uitzondering op deze regel. Het is de enige autoriteit die Coornhert erkent, omdat daar Gods woord verkondigd wordt. Als een bepaalde stelling in strijd is met de Bijbel, dan is dat voor Coornhert een reden om deze te verwerpen. Aan de andere kant staat een stelling sterk, als deze steun vindt in de Bijbel. Zowel Coornhert als zijn tegenstanders beriepen zich op Bijbelse argumenten in hun discussie over kettervervolgingen.

Pleit de Bijbel vóór kettervervolgingen?

Maarten van Heemskerck, gegraveerd door Dirck Volckertsz Coornhert, 'Barmhartige Samaritaan verzorgt de wonden' (1549) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Maarten van Heemskerck, gegraveerd door Dirck Volckertsz Coornhert, 'Barmhartige Samaritaan verzorgt de wonden' (1549) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Het is niet moeilijk te zien hoe de Gulden Regel als tolerantiemotief kan gelden. Aanvankelijk werden de protestanten genadeloos vervolgd door de rooms-katholieken. Eenmaal aan de macht, veranderden zij echter van vervolgde in vervolger. Dit is een duidelijke overtreding van de Gulden Regel. Als de protestanten eerder niet vervolgd wilden worden, dan zouden ze anderen ook niet mogen vervolgen. Niemand wil gedood worden vanwege zijn geloof. Uit de Gulden Regel volgt dus dat men ook niemand anders mag doden om deze reden.

De parabel van het onkruid

De tweede Bijbelplaats die Coornhert aanhaalt, is Matteüs 13:24-30, 36-43. Op deze plekken vindt men de parabel van het onkruid en diens uitleg. Het is een sleuteltekst in de discussie omtrent kettervervolging en verdraagzaamheid. De parabel luidt als volgt:

'Het is met het koninkrijk van de hemel als met een mens die goed zaad op zijn akker uitzaaide. Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand onkruid tussen het graan zaaien en vertrok weer. Toen het jonge gewas opschoot en vrucht begon te dragen, kwam ook het onkruid tevoorschijn. (…) De knechten zeiden tegen [de heer des huizes]: "Wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?" Hij antwoordde: "Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken. Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: 'Wied eerst het onkruid, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur.'”’

Isaac Claesz. van Swanenburg, 'De gelijkenis van het onkruid onder de tarwe', olieverf op paneel (1590-1610) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Isaac Claesz. van Swanenburg, 'De gelijkenis van het onkruid onder de tarwe', olieverf op paneel (1590-1610) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

De tarwe in de parabel staat voor de ware gelovigen, het onkruid voor de ketters. De dienaren van de koning vragen hem of ze het onkruid uit de grond moeten halen of niet. De koning antwoordt ontkennend. De tarwe en het onkruid moeten samen opgroeien, en pas als de tijd van oogsten komt, moeten zij gescheiden worden. Als zij dit nu zouden doen, dan bestaat immers de kans dat ze ook het tarwe uit de grond halen, in plaats van het onkruid.

Zo moeten ook de dienaren van God niet proberen de ketters van de ware gelovigen te scheiden. Zij zouden daarbij ware gelovigen om kunnen brengen. Pas als het tijd is om te oogsten, aan het einde der tijden, zal God de ware gelovigen belonen en de ketters straffen. Tot die tijd zullen ze samen moeten opgroeien. Zoals het in I Korinthe 4:5 heet: ‘Oordeel daarom niets vóór de tijd, totdat de Heere komt.’

Maarten van Heemskerck, gegraveerd door Dirck Volckertsz Coornhert, 'Laatste Oordeel', gravure en ets (1552) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Maarten van Heemskerck, gegraveerd door Dirck Volckertsz Coornhert, 'Laatste Oordeel', gravure en ets (1552) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Gamaliëls raad

Een derde tolerantiemotief vindt Coornhert in Gamaliëls raad (Handelingen 5:34-39). Het verhaal gaat dat de leden van de Sanhedrin de apostelen van Christus om wilden laten brengen. Een hooggeëerde wetsleraar genaamd Gamaliël had hier echter bezwaar tegen. Hij sprak: ‘Houd u afzijdig van deze mensen en laat hen begaan, want als het mensenwerk is wat ze nastreven, zal het op niets uitlopen, maar als het Gods werk is, zult u niets tegen hen kunnen uitrichten, of het zou wel eens kunnen blijken dat u tegen God strijdt.’

Adriaan de Weerdt, gegraveerd door Dirck Volckertsz Coornhert, 'Waarheid beschermt de gelovige tegen al het kwaad', gravure en ets (1566-1578) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Adriaan de Weerdt, gegraveerd door Dirck Volckertsz Coornhert, 'Waarheid beschermt de gelovige tegen al het kwaad', gravure en ets (1566-1578) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Verschillende van Coornherts argumenten zijn in deze uitspraak geformuleerd. Ten eerste: dat Gods Waarheid zal overwinnen, zelfs al worden de zogenaamde ketters omgebracht. Ten tweede: dat de mens niet kan uitmaken of de ander een ketter is of een ware gelovige. En ten derde, daaruit voortvloeiende: achteraf zou kunnen blijken dat bij de vervolgingen geen ketters zijn gedood, maar ware gelovigen. Dit is een grote zonde. Anderen in leven laten, ongeacht hun geloofsovertuiging, kan echter nooit zondig zijn.

Kentheoretische argumenten

Naast Bijbelse, draagt Coornhert ook kentheoretische argumenten aan. Coornhert trekt in twijfel of er met zekerheid te zeggen valt welke kerk de ware is. De twist tussen de katholieken en de gereformeerden ging over deze vraag. Het is voor beide kampen belangrijk de status van ware kerk te hebben. Dit zou het vervolgen van andersdenkenden kunnen legitimeren. Immers, als objectief aangetoond kan worden dat de ene kerk waar is, dan moeten de andere kerken wel ketters zijn. Daarmee is de strijd tegen de andere, onware partij gerechtvaardigd.

Anoniem, 'De strijd tussen het ware geloof en de valse geestelijkheid', ets (1520-1540) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Anoniem, 'De strijd tussen het ware geloof en de valse geestelijkheid', ets (1520-1540) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

De ware kerk

Katholieken en protestanten hebben verschillende argumenten aangedragen om de juistheid van hun leer te bewijzen. Het belangrijkste argument voor beide partijen, is dat ze zich op de Bijbel baseren. Gezien hun leer desalniettemin van elkaar verschilt, kan dit niet het doorslaggevende argument zijn. In Synode over gewetensvrijheid noemt Coornhert zes andere argumenten, namelijk argumenten op basis van: 1. Ouderdom, gewoonte en tradities 2. Verordeningen en ceremonies die niet Bijbels zijn. 3. De geschriften van kerkvaders. 4. Het gezag van concilies. 5. De kerkgeschiedenis. 6. Heidense auteurs.

Vervolgens haalt hij deze argumenten systematisch onderuit (Coornhert, 2008, pp. 39-85).

Gerechtigheid (Justitia) wordt door de wereld verworpen, 1550. Prent van Coornhert naar een ontwerp van Maarten van Heemskerck

Maarten van Heemskerck, gegraveerd door Dirck Volckertsz Coornhert, 'Gerechtigheid (Justitia) wordt door de wereld verworpen', ets en gravure (1550) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Coornhert beschrijft de geloofstwist tussen de katholieken en protestanten vaak alsof het een gerechtelijk geschil is. Bij zo’n geschil spelen vier partijen een rol: de rechter, de aanklager, de verdediger en de getuigen. Niemand mag twee rollen tegelijkertijd op zich nemen. Dat zou oneerlijk zijn en een goede rechtsgang in de weg zitten. Toch is dit precies wat zowel katholieken als protestanten doen, als zij de ander als ketter vervolgen. Zij spelen de rol van zowel aanklager als rechter.

Geen enkel mens is in staat het ware geloof aan te wijzen. Niemand kan voor rechter spelen in geloofszaken, betoogt Coornhert. Iedereen is immers partijdig: ‘wie zal zijn eigen leer voor slecht houden?’ (Coornhert, 2008, p. 103) Bij gebrek aan een rechter die over de ware kerk kan beslissen, zullen alle kerken moeten worden verdragen.

Anoniem, 'De Rede maant de kerken tot verdraagzaamheid', ets (1600-1624) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]  Het hert waar de keukenmeid aan de linkerkant mee staat afgebeeld is vermoedelijk een verwijzing naar Coornhert

Anoniem, 'De Rede maant de kerken tot verdraagzaamheid', ets (1600-1624) [bron: Rijksmuseum Amsterdam] Het hert waar de keukenmeid aan de linkerkant mee staat afgebeeld is vermoedelijk een verwijzing naar Coornhert

Geen relativisme

Volgens Coornhert mag niemand de ander veroordelen in geloofszaken. Immers, er zijn geen objectieve argumenten om over het ware geloof te beslissen. Dit betekent echter niet dat Coornhert een relativistisch standpunt inneemt. Dat niemand kan beoordelen welke kerk de ware is, wil niet zeggen dat alle kerken waar zijn.

Er is maar één ware kerk, zegt Coornhert, maar alleen God weet wie tot deze kerk behoort. God is de enige rechter in geloofszaken. Alleen Hij heeft gezag over het geweten van de mens. Het is zaak op Zijn oordeel te vertrouwen. Hij zal ervoor zorgen dat de ware kerk zal overwinnen. Tot die tijd is het zaak de ander te verdragen.

De Waarheid zal overwinnen

Maarten van Heemskerck, gegraveerd door Dirck Volckertsz Coornhert, 'Triomf van Christus', gravure en ets (1559) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Maarten van Heemskerck, gegraveerd door Dirck Volckertsz Coornhert, 'Triomf van Christus', gravure en ets (1559) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Katholieken en gereformeerden voelden er maar weinig voor om op een toekomstig oordeel van Gods te wachten, in plaats van zelf in te grijpen. Als ketterij niet mag worden neergeslagen, kan de valse leer aanhang winnen en de ware leer verdrijven. Hoe kan men er immers zeker van zijn dat de ware kerk zal overwinnen, als men niet voor deze overwinning mag strijden?

Coornhert is van mening dat de Waarheid van God altijd zal overwinnen, ook zonder menselijk ingrijpen. De Waarheid is sterker dan de mens. ‘[D]e Waarheid, niet het zwaard, kan leugen, dwaling en ketterij verjagen en doden.’ (Coornhert, 2009b, p. 78) Hij beroept zich op Gamaliëls raad: ‘als het Gods werk is, zult u niets tegen hen [de zogenaamde ketters] kunnen uitrichten’ (Handelingen 5:39).