Coornhert over verdraagzaamheid (4): gewetensvrijheid en de samenleving

Coornhert argumenteerde in zijn strijd om gewetensvrijheid met name op principiële gronden. Maar naast deze argumenten, bracht hij ook praktische overwegingen naar voren. Zijn tegenstanders beweerden dat zijn ideeën alleen maar voor onrust in de samenleving zouden zorgen. Hier was Coornhert het niet mee eens. Gewetensvrijheid zou de samenleving alleen maar goed doen, vond hij.

De oorzaak van onrust

De Beeldenstorm, de Haarlemse Noon: het zijn enkele voorbeelden die de onrust in de zestiende-eeuwse Nederlanden schetsen. Wat was de oorzaak van die onrust? De tegenstanders van Coornhert meenden dat het de verschillende religies in het land was. De katholieke afgevaardigde in Synodus over gewetensvrijheid zegt daarom: ‘[Er is] geen beter middel om oproer te onderdrukken dan de radicale bestrijding van de oorzaak: met religieuze verdeeldheid moet korte metten worden gemaakt!’ (Coornhert, 2008, p. 127)

Dirck van Delen, 'Beeldenstorm in een kerk', olieverf op paneel (1630) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Dirck van Delen, 'Beeldenstorm in een kerk', olieverf op paneel (1630) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Coornhert was het niet met deze analyse eens. Onderdrukking van gewetensvrijheid leidt niet tot rust, maar juist tot onrust in de samenleving. Het vervolgen van andersdenkenden zorgt niet voor religieuze eenheid, maar zorgt juist voor meer afscheidingen. ‘[Het vervolgen van ketters] is het verkeerde en slecht gebleken middel dat Karel en Filips gebruikten: het bleek niet anders dan olie op het vuur zoals duidelijk is bewezen door die overvloedige vermenigvuldiging van verschillende sekten en sektariërs.’ (Coornhert, 2009b, p. 78)

Gewetensvrijheid brengt rust in de samenleving

De onderdrukking van gewetensvrijheid zorgt voor onrust. Maar omgekeerd geldt ook dat gewetensvrijheid de samenleving rust brengt. Coornhert haalt als voorbeeld de toenmalige situatie in Polen, Duitsland en Frankrijk aan. Daar waren experimenten uitgevoerd met religievrede. Het resultaat was geslaagd te noemen: in deze streken was er sprake van rust en eendracht. Coornhert concludeert: ‘Toelaten of tenminste oogluikend gedogen [van andersgelovigen] is geboden, is noodzakelijk en nuttig voor een sterke eendracht en welwillende mildheid. En het gaat oorlog tegen.’ (Coornhert, 2008, p. 134)

Hoewel het in principe niets afdoet van zijn punt, moet worden opgemerkt dat Coornherts voorbeelden misleidend zijn. De religievredes in Polen, Duitsland en Frankrijk waren instanties van het cuius region, eius religio-principe. Alleen de landvoogden hadden gewetensvrijheid. Hun onderdanen moesten zich schikken naar de geloofsovertuiging van hun meesters (Voogt, 2000, p. 172-174). Coornherts voorstel voor gewetensvrijheid was daarentegen op alle burgers van toepassing.

Het motief van de Opstand

De Nederlandse Opstand tegen de Spanjaarden is - zo meende Coornhert althans - begonnen omwille van gewetensvrijheid. De Spaanse onderdrukking van de gereformeerde leer was volgens hem zelfs het hoofdmotief van deze strijd (Bonger, 1954, p. 1). Het verloochenen van de gewetensvrijheid is voor Coornhert dus het verloochenen van de Opstand. Waar hebben we oorlog voor gevoerd, vraagt hij, als het niet vrijheid van geloof was?

‘Is deze nieuwe tirannie van gewetensdwang zwaarder dat elke voorgaande tirannie, zeg toch, alstublieft, welke gewetensvrijheid hebben wij dan verworven door deze bloedige oorlog? Door het verscheuren van de plakkaten? En door de Pacificatie van Gent? Volstrekt geen! Het is gebleven bij een loos woord, een zoete droom en een povere garantie’ (Coornhert, 2009b, p. 83).

Jacobus Buys, gegraveerd door Reinier Vinkeles, 'Afkondiging van de Pacificatie van Gent, 1576', ets (1787) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Jacobus Buys, gegraveerd door Reinier Vinkeles, 'Afkondiging van de Pacificatie van Gent, 1576', ets (1787) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

De rol van de overheid

Coornhert pleit voor een verregaande gewetensvrijheid voor iedereen in de samenleving. Volgens hem zal dit de maatschappij goed doen. Maar hoe moet deze vrijheid in de praktijk gebracht worden? Wat is de rol van de overheid in geloofszaken? Is het überhaupt wel mogelijk gewetensvrijheid te garanderen en tegelijkertijd de openbare orde te handhaven?

Religie: een zaak van de overheid of het individu?

Dit betekent niet dat de overheid helemaal geen rol heeft in geloofszaken. De rol van de overheid is het garanderen van gewetensvrijheid. ‘Zij [de overheid] moet ervoor zorgen dat alle kerken in vrijheid hun geloof beleven en uitoefenen, vooropgesteld dat daarmee niet tegen de politieke wetten wordt ingegaan, dat zij in eendracht en vrede naast elkaar bestaan en de openbare orde niet verstoren.’ (Coornhert, 2009b, p. 72) De overheid moet voorkomen dat de ene kerk de andere onderdrukt.

Dit houdt in dat kerk en staat gescheiden moeten zijn, in die zin dat de staat geen enkele kerk voordelen verleent boven de andere. De overheid moet zich verdraagzaam opstellen tegenover alle geloven. Daarnaast moet ze vrije drukpers en rationele discussie toestaan.

Grenzen aan verdraagzaamheid

Zoals Coornhert aangaf: gewetensvrijheid moet gegarandeerd worden, vooropgesteld dat daarmee de openbare orde niet verstoord wordt. Als de geloofsbelijdenis van de ene kerk de vrijheid van een andere kerk in gevaar brengt, moet er worden ingegrepen.