Coornherts ethiek

Coornhert heeft, naast zijn werk als voorvechter van verdraagzaamheid, veel geschreven over ethiek. In 1585 schreef hij zijn bekendste boek: Zedekunst dat is wellevenskunste. Het was de eerste ethica in een Europese volkstaal. Coornhert schreef zijn ethische werken niet in het Latijn, zoals in die tijd gebruikelijk was. Zijn doelgroep bestond immers niet uit geleerden, die in de klassieke talen waren onderwezen. In plaats daarvan richtte hij zich op de leek. Ethiek is iets wat alle mensen aangaat, vond hij.

Perfectisme

De kern van Coornherts ethiek is het perfectisme: het idee dat God wil dat alle mensen in dit leven zalig worden. Hij zet zich hiermee af tegen het leerstuk van de erfzonde, zoals dat geleerd werd in de Rooms-Katholieke en Protestantse Kerk. Het idee achter de erfzonde is dat de mens, na Adams zondeval in het paradijs, zondig geboren wordt. De mens kan in dit leven niet zonder zonde zijn en mag slechts in het hiernamaals hopen op vergiffenis.

Maarten van Heemskerck, gegraveerd door Dirck Volckertsz Coornhert, 'Adam en Eva', gravure en ets (1551) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Maarten van Heemskerck, gegraveerd door Dirck Volckertsz Coornhert, 'Adam en Eva', gravure en ets (1551) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Coornhert keert zich tegen deze opvatting. De ware erfzonde is volgens hem ‘het aanleren van het slechte’ (Coornhert, 2011a, p. 75). De mens, zegt Coornhert, is in staat het goede te leren en zo zalig te worden. In zijn ogen kan men in dit leven Gods genade ontvangen door zich naar Hem te richten en Zijn geboden te gehoorzamen. Dat wil zeggen: de mens moet God eren en anderen behandelen zoals hij zelf wil worden behandeld. Deugdzaam handelen zal door God worden beloond.

Adriaan de Weerdt, gegraveerd door Dirck Volckertsz Coornhert, 'Van hoog tot laag wordt de mens beloond voor zijn deugdzaamheid', gravure en ets (1604) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Adriaan de Weerdt, gegraveerd door Dirck Volckertsz Coornhert, 'Van hoog tot laag wordt de mens beloond voor zijn deugdzaamheid', gravure en ets (1604) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Deugd, zonde en middelbare handelingen

Menselijk handelen valt volgens Coornhert in te delen in drie ethische categorieën: deugdzaam, zondig en middelbaar. Onder deugd verstaat hij ‘een oprechte gewoonte van het gemoed waardoor mensen goed leven’ (Coornhert, 1982, p. 144-145). Het is de positieve tegenhanger van de zonde, wat ‘een kwade gewoonte van het gemoed waardoor de zondaren kwalijk leven’ (Coornhert, 1982, p. 161). Ten slotte zijn er de middelbare handelingen die voortkomen uit de natuur van de mens. Een voorbeeld hiervan is ademen. Deze soort handelingen zijn niet goed of slecht (Coornhert, 2011a, p. 71).

Maarten van Heemskerck, gegraveerd door Dirck Volckertsz Coornhert, 'De Deugdzame vrouw doet aan naastenliefde', gravure en ets (1555) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Maarten van Heemskerck, gegraveerd door Dirck Volckertsz Coornhert, 'De Deugdzame vrouw doet aan naastenliefde', gravure en ets (1555) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Alleen de eerste twee soorten handeling zijn goed of slecht te noemen. Dit is het geval, omdat deugd en zonde voortkomen uit de vrije wil. Het bestaan van de vrije wil staat voor Coornhert vast. Zou de wil niet bestaan, dan zouden deugd en zonde noodzakelijk zijn, in plaats van een keuze (Coornhert, 2011b, p. 97). Een noodzakelijke handeling kan ethisch bezien echter niet goed of slecht worden genoemd, want op zo’n handeling heeft de mens geen invloed. Bovendien zou het ontkennen van de vrije wil God tot een wrede tiran maken. Hij zou mensen dan immers straffen om iets waar ze geen invloed op hebben. Er moet volgens Coornhert dus wel een vrije wil bestaan.

Zonde komt voort uit onwetendheid

Deugd en zonde komen voort uit de vrije wil. Coornhert heeft een optimistisch beeld van de mens. In zijn ogen wil niemand het slechte doen. Toch doet men dit vaak wel. Hoe kan er iets als zonde zijn, als de mens altijd het goede wil doen? Het bestaan van de zonde lijkt onverenigbaar met Coornherts optimistische mensbeeld. Hoe lost hij de spanning op tussen de zonde enerzijds en de goedheid van de mens anderzijds?

Maarten van Heemskerck, gegraveerd door Dirck Volckertsz Coornhert, 'Adam en Eva plukken de verboden vrucht', ets (1548) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Maarten van Heemskerck, gegraveerd door Dirck Volckertsz Coornhert, 'Adam en Eva plukken de verboden vrucht', ets (1548) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Coornhert zoekt de oplossing van dit probleem in het gebruik van de rede. Iemand die het slechte doet, handelt uit onverstand: hij luistert niet naar zijn rede. ‘Als je iets goed kent, kies je het beste: goud boven koper, koren boven kaf, medicijn boven vergif. Zo is makkelijk in te zien dat het kiezen van het allerslechtste boven het allerbeste puur door moedwillige en verwijtbare onwetendheid wordt veroorzaakt’ (Coornhert, 2011a, p. 72).

De rede

Als de vrije wil twijfelt aan een handeling, dan gaat ze bij de rede te rade. Deugd en redelijkheid hangen nauw samen. Coornhert zegt zelfs dat ‘deugd bestaat in het gebruik zelf van de rede’ (Coornhert, 1987, p. 94). De rede is het vermogen waarmee goed of slecht onderscheiden kan worden. Zij beslist of een bepaalde handeling goed of slecht is. Is ze goed, dan moet de handeling worden verricht. Is ze slecht, dan moet men haar laten.

Coornhert verdeelt de rede in een ‘overste’ en een ‘nederste’ deel. Via de overste rede heeft de mens een onmiddellijk inzicht hoe zalig te worden. Dit doet men door God te eren en zich aan de Gulden Wet te houden. Of, beter gezegd: God te eren dóór zich aan de Gulden Wet te houden. Coornhert meent namelijk dat deze twee dingen in essentie hetzelfde zijn. Wie de ander behandelt zoals hij zelf wil worden behandeld, dient God.

Waarheid leert de mens God aanbidden, 1566-1578. Prent van Coornhert naar een ontwerp van Adriaan de Weerdt

Adriaan de Weerdt, gegraveerd door Dirck Volckertsz Coornhert, 'Waarheid leert de mens God aanbidden', gravure en ets (1566-1578) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

De nederste rede is het vermogen waarmee we indrukken ontvangen en tot gedachten verwerken. Ook via dit deel is het mogelijk erachter te komen hoe men zalig wordt, maar op een meer verwarde manier. Coornhert omschrijft de overste rede vaak als een soort licht. Via de nederste rede kan, bij wijze van spreken, slechts een weerkaatsing van dit licht worden waargenomen. Iemand die alleen via de nederste rede het goede probeert te doen, komt een heel eind. De Gulden Wet waar de overste rede op wijst, is echter noodzakelijk om volledige zaligheid te verkrijgen (Coornhert, 1982, p. 112).

De trappen van zedelijkheid

Gebod der liefde veroorzaakt de dood van de zonde, 1550. Prent van Coornhert naar een ontwerp van Maarten van Heemskerck

Maarten van Heemskerck, gegraveerd door Dirck Volckertz Coornhert, 'Gebod der liefde veroorzaakt de dood van de zonde', ets (1550) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Er zijn maar weinig mensen die de laatste trede hebben bereikt. Coornhert noemt onder andere Mozes en Maria als voorbeelden. Desalniettemin is het een staat om naar te streven. Daarom zegt Coornhert: ‘Stop met slapen, luie mensen! (…) Dit alles [zaligheid door een deugdzaam leven] gunt God je, zoveel is zeker. En je zult het verkrijgen, zolang je het jezelf maar niet misgunt’ (Coornhert, 2011a, p. 82-83).