Het leven van Coornhert tot 1576

Dirck Volckertszoon Coornhert (1522-1590) was een filosoof, theoloog, toneelschrijver en kunstenaar. Zijn hele leven zette hij zich in voor tolerantie en godsdienstvrijheid. Hij kwam op voor zowel protestanten als katholieken. Coornhert was nauw betrokken bij de Nederlandse Opstand, maar had ook kritiek op de gewelddadigheden van de geuzen. Vanwege zijn overtuigingen heeft hij Nederland meermaals moeten ontvluchten.

Portret van Coornhert, ca. 1591
Coornhert (ca. 1591)

Portret van Coornhert door Hendrick Goltzius (ca. 1591) (Bron: Wikimedia Commons)

Portret van Coornhert, ca. 1590
Coornhert (ca. 1590)

Portret van Coornhert door Jan Harmensz Muller (ca. 1590-1592) (Bron: Rijksmuseum)

Portret van Coornhert, ca. 1586
Coornhert (ca. 1586)

Portret van Coornhert, naar Cornelis Cornelisz. van Haarlem (ca. 1586-1588) (Bron: Wikimedia Commons)

De jeugd van Coornhert (1522-1540)

Coornhert werd in 1522 geboren in Amsterdam. De datum van zijn geboorte is niet bekend, maar het moet ergens tussen 21 mei en 2 oktober zijn geweest. Zijn vader, Volckert Janszoon, was een lakenkoopman en zijn moeder, Truy Clements, stamde uit een aanzienlijk Amsterdams geslacht. Coornhert genoot een ruime katholieke opvoeding. Hij kon Duitse fluit en klavecimbel spelen, was een goed schermer, kon zwemmen en schreef gedichten. De stedelijke Latijnse school heeft hij om onbekende redenen nooit bezocht.

Coornhert groeide op ten tijde van een groeiende godsdienstige onrust. In 1531 werden tien Amsterdamse dopers vanwege hun geloof onthoofd. Vier jaar later, toen Coornhert dertien was, vond de Wederdopersoproer plaats. De opstand werd hard neergeslagen. De dopers werden opgepakt, publiekelijk vernederd en ter dood veroordeeld. De gebeurtenis maakte een enorme indruk op de jonge Coornhert. Godsdienstvrijheid zou later een centrale plek in zijn werk innemen.

Barend Dircksz., gegraveerd door anoniem, 'Naaktlopers te Amsterdam, 1535', gravure (1612-1614) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Barend Dircksz., gegraveerd door anoniem, 'Naaktlopers te Amsterdam, 1535', gravure (1612-1614) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Op zestienjarige leeftijd, in 1538, stuurden zijn ouders hem op reis naar Spanje en Portugal, wat in die tijd niet ongebruikelijk was. Over de reis is niets bekend, afgezien van het feit dat hij Lissabon heeft bezocht. Eenmaal terug in Nederland, trouwde Coornhert met de twaalf jaar oudere Cornelia (Neeltje) Symonsdochter. Hij was zelf nog maar zeventien jaar oud. Zijn moeder – vader was inmiddels overleden – keurde het huwelijk af en onterfde hem. Het is een veelzeggende gebeurtenis: ook in zijn latere leven zou Coornhert consequent voor zijn principes kiezen, ongeacht de gevolgen.

Filosofie, gravures en toneelstukken (1541-1561)

Via zijn vrouw Neeltje kwam Coornhert in 1541 aan een baan als conciërge bij de Brederodes. Neeltjes zuster, Anna Symonsdochter, was een van de maîtresses van Reinoud van Brederode, op dat moment een van de rijkste grondbezitters van de Nederlanden. Op het hof las Coornhert voor het eerst de boeken van Luther, Calvijn en Menno Simons. De boeken maakten een zodanige indruk, dat hij, na zijn ontslag, begon met een studie Latijn. Hij wilde het probleem van de erfzonde bestuderen. Zijn eerste filosofische werk, Verschooninghe van de Roomsche afgoderije (1560), werd door Calvijn gelezen. Deze vond het maar een gevaarlijk werk en raadde iedereen aan de schrijver te mijden als de pest.

Coornhert verhuisde in 1546 naar Haarlem. Daar verdiende hij de kost met etsen en graveren voor met name Maarten van Heemskerck. Hij schreef ook toneelstukken waar zijn ethische opvattingen uit bleken. De Comedie vande Rijckeman (omstreeks 1550) gaat bijvoorbeeld over een rijkaard die door zijn gebrek aan naastenliefde in de hel terechtkomt.

In 1560 begon hij met enkele vrienden een drukkerij onder de naam Van Zuren. Ze drukten onder andere werk van Cicero, Seneca en de eerste twaalf boeken van de Odyssee, allen door Coornhert vertaald. Mede door deze vertalingen werd Haarlem een centrum van renaissancistische activiteiten. Vier jaar later moest Van Zuren echter sluiten, omdat de regering drukkerijen aan banden legde.

Secretaris van de burgermeesters van Haarlem (1561-1566)

Aan zijn werk bij de drukkerij had Coornhert geen volledige dagtaak. Een jaar na de oprichting van de drukkerij werd hij op voorstel van de burgermeesters notaris. Het jaar daarop kreeg hij een functie als secretaris van het stadsbestuur. Na een reorganisatie, in 1564, werd hij gepromoveerd tot secretaris van de burgermeesters van Haarlem. In die rol werd hij bij besluitvorming betrokken, kreeg opdrachten om te onderhandelen en gaf hij politieke adviezen.

Gaspar Bouttats, 'Beeldenstorm in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal te Antwerpen, 1566', ets en gravure (1650-1695) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Gaspar Bouttats, 'Beeldenstorm in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal te Antwerpen, 1566', ets en gravure (1650-1695) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Haarlem dreigde hetzelfde lot te ondergaan, maar mede dankzij Coornhert trok de beweging langs de stad. Samen met de pensionaris van Alckemade werd hij op mogelijke beeldenstormers afgestuurd met het verzoek de stad te verlaten. Ook nam Coornhert persoonlijk kerkelijke kostbaarheden van het Sint-Cecilliënklooster, dat naast zijn huis lag, in bewaring.

Gevangenschap en vlucht (1567-1572)

Coornherts optreden tijdens de Beeldenstorm ten spijt, kwam zijn contact met Willem van Oranje hem duur te staan. Na Alva's komst in 1567 werd hij gearresteerd en in Den Haag gevangen genomen. In gevangenschap schreef hij een schets die hij later zou uitwerken tot Boeventucht. In dat boek pleit hij voor het heropvoeden van criminelen, in plaats van hen met lijfstraffen aan te pakken.

De vooruitzichten in Nederland waren voor Coornhert hopeloos. Hij vluchtte, na eerst in Leiden en Haarlem te hebben ondergedoken, naar Keulen. Zijn vrouw kwam hem iets later na. Op 1 september 1568 verbande Alva hem voor eeuwig uit de landen van de koning. Zou hij terugkeren, dan wachtte hem de doodstraf. Tijdens zijn vijfjarige ballingschap zamelde Coornhert geld in voor de prins om de Opstand mee te financieren.

Tweede ballingschap (1572-1576)

Toen Willem van Oranje grote stukken van Holland had veroverd, leek de situatie veilig genoeg: Coornhert keerde in 1572 terug naar Nederland. Hij werd secretaris van de Vrije Statenvergadering van Holland. Eén van zijn eerste opdrachten was het maken van een rapport over het optreden van geuzenleider Willem II van der Marck, heer van Lumey. Deze had verschillende wandaden begaan tegen katholieken – waaronder het ophangen van negentien onschuldige geestelijken in Den Briel. Lumey merkte dat Coornherts oordeel niet positief uit zou vallen en gaf hij de opdracht hem te doden.

Jan Punt, 'Portret van Willem II van der Marck, graaf van Lumey', ets en gravure (1749) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Jan Punt, 'Portret van Willem II van der Marck, graaf van Lumey', ets en gravure (1749) [bron: Rijksmuseum Amsterdam]

Coornhert vluchtte opnieuw, ditmaal naar Xanten. Hij wist daarmee aan het beleg van Haarlem te ontkomen. Het tweede ballingschap viel hem zwaar. Doordat de prins zich in Nederland bevond, kon hij niets voor hem betekenen. Om in zijn onderhoud te kunnen voorzien, werkte Coornhert weer als graveur.