Het leven van Gerard Heymans vanaf 1910

De dood van zijn vrouw en de Eerste Wereldoorlog

Op 6 december 1910 overlijdt plotseling Heymans' vrouw, Antoinette, die op dat moment enkele maanden in Amsterdam verblijft om in alle rust te kunnen schilderen. Waar Heymans daarvoor al bekendstond als een introvert mens, draagt de dood van zijn vrouw daar nog meer aan bij.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zette Heymans, die er vredelievende denkbeelden op na hield, zich in voor de vrede en pleitte voor vervanging van geweld door recht. Niet het geweld maar het recht moet geschillen tussen staten beslissen. Heymans had al eerder blijk gegeven van een sterk ontwikkeld gevoel voor rechtvaardigheid. Zo voelde hij zich door de Dreyfus-affaire zo gekrenkt in zijn rechtsgevoel dat hij in 1898 zijn medaille van het Legioen van Eer uit ongenoegen over de partijdigheid van de Franse regering terugstuurde. Om zijn woorden kracht bij te zetten, werd hij medeoprichter van De Europeesche Statenbond in 1914 en schrijft een brochure getiteld Aan de burgers der oorlogvoerende Staten. Hij wijst daarin op het zinloze van oorlog en geweld en stelt dat geen van de in oorlog verkerende volken dit echt zo gewild heeft. De brochure verschijnt ook in het Engels, Frans en Duits.

In 1919 wordt in Brussel het International Research Counsel (IRC) opgericht door de academies van de geallieerde landen. Het IRC heeft tot doel de door de oorlog verstoorde relaties te herstellen. De academies van Duitsland, Oostenrijk, Hongarije en Bulgarije zijn evenwel uitgesloten van deelname, iets waartegen Heymans en zijn vriend de astronoom Jacobus Cornelis Kapteyn (1851-1922) zich verzetten. Zij proberen zelfs de Amerikaanse president Wilson te overtuigen de boycot op te heffen, maar de Amerikaanse Senaat ziet daar niets in. Als Heymans en Kapteyn vervolgens de medeleden van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen (KAW) proberen ervan te overtuigen de KAW niet aan te sluiten bij de IRC, wordt hun voorstel bij stemming verworpen. Hierop zegt Heymans zijn lidmaatschap van de KAW op (Dekker, 2011, p. 56-59, 63, 64).

De oorlog en de vredesbeweging
G. Heymans: De oorlog en de vredesbeweging (1914)

Voorzijde van De oorlog en de vredesbeweging. -Groningen: Wolters, 1914.

Titelpagina van Aan de burgers der oorlogvoerende staten. - Amsterdam: Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur, 1914.
G. Heymans: Aan de burgers der oorlogvoerende staten (1914)

Titelpagina van Aan de burgers der oorlogvoerende staten. -Amsterdam: Maatschappij voor Goede en Goedkoope Lectuur, 1914.

Pedagogiek als studierichting

In mei 1913 wordt aan de Universiteit van Amsterdam het Eerste Nederlandsch Congres voor Kinderstudie (Paedologie) gehouden.

Vanaf 1913 keert het tij enigszins en worden er plannen gemaakt een buitengewone leerstoel pedagogiek te vestigen. In 1918 was Heymans initiator en medeoprichter van de Vereeniging voor Paedogogisch Onderwijs aan de Rijks Universiteit te Groningen en in 1919 werd op zijn initiatief een lectoraat in de pedagogiek ingesteld, dat in 1927 werd omgezet in een professoraat psychologie en pedagogiek. Hiermee bood de universiteit Groningen als eerste universiteit in Nederland pedagogiek als studierichting. Vanaf 1919 heeft Heymans een huisgenote, Jitsche van Binnendijk (1888-1962), met wie hij samenwoont. In 1920 verhuist hij met Van Binnendijk naar een nieuwe woning aan het Eemskanaal (Dekker, 2011, p. 59-63, 66-68).

Jitsche van Binnendijk

Portret van Jitsche van Binnendijk (uit: Dekker, Gerard Heymans herlezen, 2011)

Internationale congressen voor psychologie

Heymans was groot voorstander van internationale samenwerking tussen wetenschappers en nam vanaf 1892 deel aan internationale congressen voor psychologie en psychiatrie. In 1926 organiseerde Heymans het 8e Internationale Congres voor Psychologie in Groningen om de internationale samenwerking tussen wetenschappers, die vanwege de Eerste Wereldoorlog verslechterd was, te herstellen. Als voorzitter kiest Heymans in zijn openingstoespraak positie tegen het behaviorisme, de Gestalt-psychologie en de Verstehende Psychologie, omdat deze niet zouden rusten op een methodisch-statistische aanpak met hypothesetoetsend onderzoek. Zijn slotwoord is evenwel positief te noemen. Volgens Heymans leidt de psychologie “tot vermeerdering van kennis van onszelf en de medemens, en in zoverre het de psychologie zal lukken onze blik op menselijke verborgenheden en verwikkelingen te scherpen zullen vrede en gerechtigheid naderbij worden gebracht” (Dekker, 2011, p. 75).

Als dank voor zijn inspanningen voor dit congres werd Heymans benoemd tot Commandeur in de Orde van Oranje Nassau en ontving hij tijdens het congres het Diploma for Honorary Members van de British Psychological Society. Hiermee behoorde hij met Freud, Janet, Titchener en enkele anderen tot de eerste personen die dit diploma ontvingen.

Heymans' afscheid als hoogleraar en zijn opvolging

Op 2 juni 1927 geeft Heymans zijn afscheidscollege. Op aandringen van de Faculteit der Letteren en Wijsbegeerte hadden de Curatoren van de Rijksuniversiteit Groningen de minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen verzocht Heymans bij zijn ontslag een eervolle vermelding te geven. Hij krijgt deze vermelding, niet in het minst omdat hij al die tijd verbonden is gebleven aan de Rijksuniversiteit Groningen, ondanks het feit dat andere universiteiten in Nederland en Duitsland hem een hoogleraarspost hadden aangeboden. Bij zijn vertrek verschijnt een selectie uit Heymans’ publicaties, de uit drie delen bestaande Gesammelte kleinere Schriften zur Philosophie und Psychologie, in verschillende uitvoeringen. Daarbij werd vanaf Heymans’ emeritaat zijn naam blijvend aan het psychologisch laboratorium verbonden en heet sindsdien het Psychologisch Instituut Heymans, een eerbetoon voor 38 jaar trouwe dienst als denker, docent en onderzoeker.

Gerard Heymans in 1927
Gerard Heymans

Gerard Heymans in 1927, bij zijn afscheid van de Universiteit van Groningen

Gesammelte kleinere Schriften zur Philosophie und Psychologie
G. Heymans: Gesammelte kleinere Schriften (1927)

Voorzijde omslag van Gesammelte kleinere Schriften zur Philosophie und Psychologie. -Haag: Martinus Nijhoff, 1927. - 3 dl

Heymans is in zijn afscheidscollege tamelijk pessimistisch. Juist op het moment dat hij afscheid neemt van de universiteit is er binnen de psychologie een beweging gaande, die zich afkeert van zijn experimentele benadering die voor Heymans essentieel was als methode van onderzoek. Deze kentering bleek al tijdens het 8e Internationale Congres dat gekenmerkt werd door een splitsing van richtingen binnen de psychologie: de Europese benaderingen van de psychologie doen de door Heymans voorgestane aanpak – de op Duitse leest geschoeide onderzoeksvraagstelling in combinatie met een Anglo-Amerikaanse methodisch-statistische aanpak - in de ban, terwijl deze aanpak in de Verenigde Staten ten tijde van Heymans’ afscheid standaard was en in de jaren zestig vanuit de VS werd ‘geimporteerd’.Hij beseft echter dat een voortzetting van zijn positie als hoogleraar, gezien zijn afnemende gezondheid en met name zijn overmatige bijziendheid, niet mogelijk is. Over de toekomst van de psychologie blijft hij optimistisch. Hij spreekt de verwachting uit dat in de loop der tijd de psychologie zich verder zal verscherpen en de richtingenstrijd uiteindelijk zal leiden tot de terugkeer van de beproefde methoden, maar dan helderder, zuiverder en versterkt.

Met het vertrek van Heymans ontstaat een vacature aan de universiteit, en daarmee een probleem; er is geen opvolger. Gezien de enorme toename van werkdruk gedurende het hoogleraarschap van Heymans die behalve filosofie ook psychologie en het beheer van een psychologische laboratorium op zich nam, was het moeilijk iemand te vinden. Daarom werd voorgesteld de leerstoel te splitsen, daarmee gehoorgevend aan een wens van Heymans hieromtrent. Het in juli 1919 ingestelde lectoraat pedagogiek werd omgezet in een hoogleraarschap Zielkunde, pedagogiek en psychotechniek. Hiervoor was H.J.F.W. Brugmans (1884-1961) de aangewezen kandidaat, omdat hij sinds 1919 lector pedagogiek was en vanaf 1920 directeur van de Dr. D. Bos-stichting, een instituut voor psychotechniek te Groningen. Over de kandidaten voor de leerstoel filosofie was verschil van mening. Daarom zegde Heymans toe de colleges te blijven verzorgen tot de vervanging geregeld zou zijn. In september 1928 wordt, na enige inmenging van Heymans, Leo Polak (1880-1941) benoemd tot hoogleraar Wijsbegeerte (Dekker, 2011, p. 80-90).

 H.J.F.W. Brugmans
H.J.F.W. Brugmans

Portret van H.J.F.W. Brugmans (uit: Dekker, Gerard Heymans herlezen, 2011)

Leo Polak
Leo Polak

Portret van Leo Polak (Bron: Bijzondere Collecties UvA).

Het emiraat, Heymans' dood en nalatenschap

Heymans kan dus eindelijk met emeritaat, maar dit is maar van korte duur. Op voorstel van de Redactie der Volkuniversiteits-Bibliotheek schrijft Heymans in 1929 een uit twee delen bestaande Inleiding tot de speciale psychologie, Inleiding tot de algemene psychologie en Inleiding tot de logica en de methodologie. Het laatste boek verschijnt postuum in 1941, bewerkt en voltooid door W.A. Pannenborg. De Nederlandse vertaling van zijn Einführung in die Metaphysik auf Grundlage der Erfahrung uit 1905 heeft Heymans niet kunnen voltooien vanwege zijn slechte ogen. De vertaling van dit boek wordt voltooid door H. Tulner onder toezicht van Leo Polak, Heymans opvolger als hoogleraar Wijsbegeerte. Het is postuum gepubliceerd in 1933.

In de laatste weken van zijn leven is Heymans erg verzwakt, maar ontvangt nog enkele vrienden en bekenden. Op 18 februari 1930 overlijdt hij. Mevrouw Van Binnendijk, Heymans’ huisgenote, draagt zorg voor de overlijdensadvertentie en erft Heymans’ nalatenschap, inclusief het auteursrecht. In de Nederlandse dag- en weekbladen wordt veel aandacht besteed aan zijn overlijden en er verschijnen necrologieën, onder andere in de Provinciale Groninger Courant,waarin gewezen werd op Heymans’ nobele karakter en op zijn vernieuwende, methodische aanpak in de psychologie. Bij de begrafenis waren veel afgevaardigden en belangstellenden aanwezig.

Gerard Heymans 72 jaar (1930)
Krantenknipsel ter nagedachtenis aan G. Heymans

Krantenknipsel ter nagedachtenis aan Gerard Heymans (bron: Collectie Veenhuijzen, Centraal Bureau voor Genealogie, Den Haag)

Begin van artikel over Gerard Heymans naar aanleiding van zijn overlijden (1930)
Artikel over Heymans naar aanleiding van zijn overlijden

Begin van artikel over Gerard Heymans naar aanleiding van zijn overlijden (Het nieuws van den dag, 27 maart 1930)

De bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam huisvest de collectie Heymans waaronder het materiaal van het Heymans Genootschap dat in 1944 werd opgericht en tot 1962 heeft bestaan. De afdeling Kostbare werken van de universiteitsbibliotheek te Groningen bezit enkele brieven van Heymans en een verzameling overdrukken. De instrumenten, apparaten en toestellen uit Heymans’ laboratorium bevinden zich in het depot van het universiteitsmuseum Groningen. Het onderzoeksmateriaal uit het laboratorium, bestaande uit 66 archiefdozen, zijn ondergebracht bij het Regionaal Historisch Centrum Groninger Archieven. Er is ook archiefmateriaal ondergebracht bij het Archief en Documentatiecentrum Nederlandse Gedragswetenschappen (ADNG) te Groningen. In het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen bevindt zich de fraaie Heymanszaal waar een borstbeeld van Heymans te zien is. Dit is vervaardigd door Willem Valk(1898-1977), stadsbeeldhouwer van Groningen, ter ere van Heymans’ 70e verjaardag.

Heymans heeft gedurende zijn werkzame leven veel gepubliceerd en veel artikelen, veelal in het Duits, verschenen in buitenlandse tijdschriften. Zijn bibliografie telt meer dan 260 titels. Hij bestreek een breed terrein. Wat betreft de filosofie o.a. over ruimte, causaliteit, rechtskundige kwesties en een groot aantal over het psychisch monisme. Wat de psychologie aangaat, doen de meeste artikelen verslag van zijn experimenteel onderzoek en een substantieel deel gaat over methodologische kwesties (Dekker, 2011, 90-97).

Document(en)