Discipline opnieuw uitgevonden

Discipline heeft vaak een negatieve bijsmaak. Het klinkt als dressuur, gehoorzaamheid zonder na te denken en keiharde regelmaat. Maar discipline is essentieel voor een goed leven, zo betoogt Marli Huijer.

Marli Huijer: 'discipline herwaarderen'

Leven wij in tijden van egoïsme, verloedering en slecht studiegedrag? Volgens sommige critici wel. Zowel conservatieve als progressieve denkers maken zich zorgen over de manier waarop mensen in de westerse samenleving met elkaar en met zichzelf omgaan. Zij verschillen van mening over de precieze oorzaak, maar allen zijn er van overtuigd dat er iets mis is met ons disciplineringsniveau (Discipline, 2013, p. 195 en 13).

Marli Huijer nuanceert dergelijke ‘cultuurkritiek’. Feiten en cijfers tonen aan dat de levensstandaard in Nederland hoog is. Zo ervaren Nederlanders het zelf, en ook objectief gezien is de leefsituatie tussen 2000 en 2013 sterk verbeterd. Onderzoek wijst uit dat het onderwijs in Nederland erg goed is, ook vergeleken met andere landen. (Discipline, 2013, p. 198-199). Aan de andere kant hebben de critici volgens Huijer ook een punt.

‘Woodstock’. Bron: Wikimedia Commons.

‘Woodstock’. [Bron: Wikimedia Commons]

Theodore Dalrymple, Beschaving, of wat ervan over is: nieuwe essays van een spraakmakend cultuurcriticus; vertaling [uit het Engels] door Ronald Kuil. - Amsterdam: Nieuw Amsterdam, 2008.

Theodore Dalrymple, Beschaving, of wat ervan over is: nieuwe essays van een spraakmakend cultuurcriticus / vertaling [uit het Engels] door Ronald Kuil. - Amsterdam: Nieuw Amsterdam, 2008.

Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt. - Rotterdam: Lemniscaat, 2010.

Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt. - Rotterdam: Lemniscaat, 2010.

Hans Achterhuis schrijft in De utopie van de vrije markt hoe de vrijemarktwerking de motor is achter de huidige ‘allesoverheersende prestatie- en concurrentiemoraal’ (Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt. - Rotterdam: Lemniscaat, 2010, p. 98, 296). In het neoliberale systeem komen mensen als concurrenten tegenover elkaar te staan. Hebzucht en afgunst zijn geen negatieve eigenschappen, maar helpen een mens juist vooruit. Wie de concurrentiestrijd niet kan of wil aangaan riskeert sociale uitsluiting. Niet meedoen betekent dat je als een verliezer te kijk wordt gezet. Deze factoren dragen volgens de progressieve denkers bij aan een toename van depressie en sociale problemen (Discipline, 2013, p. 172-173).

De oplossing die de progressief denkenden voorstellen, is om het neoliberale systeem in evenwicht te brengen met de burgermaatschappij. Hans Achterhuis beroept zich hierin op Aristoteles en pleit voor diens vier morele deugden ‘praktische wijsheid’, ‘moed’, ‘zelfbeheersing en maatgevoel’, en ‘rechtvaardigheid’ (Hans Achterhuis, De utopie van de vrije markt. - Rotterdam: Lemniscaat, 2010, p. 300-302). Andere progressieve denkers noemen dergelijke morele waarden om een nieuw evenwicht te brengen tussen markt, staat en burgers.

Van discipline naar zelfdiscipline

Marli Huijer zet vraagtekens bij de overtuigingen van beide posities. Zij vindt de nadruk op de cultuur van de jaren zestig aan de ene kant en de nadruk op het neoliberalisme aan de andere kant te kort door de bocht: ook zonder de uitspatting van vrijheid in die periode zou de toename aan welvaart kunnen hebben gezorgd voor ongeremdheid en ongezonde leefstijlen. En ook zonder het Neoliberalisme zou het afbreken van de discipline in de jaren zestig tot excessen hebben geleid (Discipline, 2013, p. 200 en 180).

De discipline waar de conservatieve denkers voor pleiten, kan volgens Huijer averechts werken. De jongeren en jongvolwassenen van nu hebben geleerd om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun handelen en niet klakkeloos te luisteren naar wat autoriteiten zeggen, schrijft zij. De herinvoering van tucht zorgt er alleen maar voor dat mensen zonder nadenken naar een autoriteit luisteren. Dit is misschien wel discipline, maar geen zelfdiscipline (Discipline, 2013, p. 201).

Het morele appèl van de progressieve denkers is volgens Marli Huijer ook geen volledige oplossing. Zij is van mening dat morele waarden vooral weerklank zullen vinden bij diegenen die redelijk gedisciplineerd zijn. Lagere sociaaleconomische klassen missen vaak de nodige zelfdiscipline, omdat ze die in hun opvoeding niet hebben meegekregen (Discipline, 2013, p. 178-179).

Gebrekkige zelfdiscipline kan niet door morele waarden worden rechtgezet. Wie niet jong leert om zelfgedisciplineerd te zijn, loopt een achterstand op die moeilijk is in te halen. Marli Huijer maakt zich zorgen over de kloof die zo ontstaat tussen gedisciplineerde en ongedisciplineerde mensen (Discipline, 2013, p. 153).

Opvoeding en discipline: een maatschappelijke kloof

Huijer ziet een tweedeling in onze maatschappij, bestaande uit mensen die met en die zonder zelfdiscipline zijn opgegroeid. Mensen met zelfdiscipline hebben over het algemeen een betere gezondheid, leven langer en hebben meer voorspoed in het leven, schrijft zij (Discipline, 2013, p. 153). Hoe is deze kloof ontstaan?

Om dit te verklaren, kijkt Huijer naar de manier waarop kinderen zelfdiscipline aanleren. Zij verwijst naar Norbert Elias, die in zijn boek Het civilisatieproces beschrijft hoe kinderen datgene wat beschaafd wordt geacht in de samenleving, zelf ook als beschaafd gaan opvatten. Als het bijvoorbeeld beschaafd gevonden wordt om je neus te snuiten in een zakdoek, en niet in de hand, dan leert een kind het ook om dat beschaafd te vinden (Discipline, 2013, p. 72).