Brand in de Amsterdamse schouwburg, 1772

Jaar:
1772
Genre:

"Maar in het vyfde Tooneel des derden Deels, even na half negen uren, wanneer men op het punt stond van Tooneel te veranderen, werd 'er eene kleine Vlam ontdekt, die uit den Smeerkoker agter het beeld van Thalia te voorschyn kwam. Zoo ras als men de Vlam bespeurde, heeft de Tooneelspeler MOST, den Aanschouweren toegeroepen dat zy zich maar stil moesten houden, want dat alles wel zoude gered worden." (Historie van den Amsterdamschen schouwburg, p. 50)

Op 11 mei 1772 brandde de Amsterdamse schouwburg tot op de grond af. De brand, die aan 18 mensen het leven kostte, begon toen een smeerkoker (een pot met vet en een lont, die diende als toneelverlichting, en die met een schuif werd afgedekt bij nachtelijke scenes) vlam vatte. Het vuur greep razendsnel om zich heen, zodat het vuur 'in minder dan tien minuten tyds, aan de Noordzyde van het Dak, uitsloeg' (Historie, p. 53). In de 'allerbeklaaglykste wanorde' (p. 55) zochten de bezoekers zich een weg naar buiten. Verscheidene bezoekers konden zich in veiligheid brengen door de deur naar de Prinsengracht; van de toeschouwers die op de 'twaalf stuivers plaats' zaten, wisten velen zich te redden doordat iemand de ladder van de lantarenopsteker tegen een muur op de binnenplaats had gezet. Omdat er die avond een opera werd opgevoerd (De deserteur van Michel Jean Sedaine) en de musici in de bak stonden waar anders de staanplaatsen waren geweest, was de deur tussen de zaal en de binnenplaats afgesloten, waardoor de chaos nog vergroot werd.

De brand was een groot spektakel. Bij een aantal geschriften naar aanleiding van de brand zijn gravures gevoegd die een grote mensenmassa op Prinsen- en Keizersgracht tonen. De stad was door de brand 'zoo verligt dat men op vele Toorens de Uurwyzers zeer duidelyk onderscheiden' kon (p. 60), en 'zelfs dagt men in verscheidenen Noordhollandsche Dorpen dat de brand zeer naby was' (p.61). Dertig huizen in de nabijheid van de schouwburg raakten beschadigd, en men zag vonken tot op de 'Overtoomschen Weg' neerdwarrelen. De brandweer rukte uit met 41 brandspuiten, die gedeeltelijk op de Prinsengracht, en gedeeltelijk op de Keizersgracht werden geplaatst. Om twee uur 's nachts was men, mede dankzij de afgenomen wind, de brand meester, maar pas op zaterdag 16 mei was het gevaar voor het weer oplaaien van het vuur helemaal geweken en konden de laatste brandspuiten weggehaald worden.

Zoals altijd bij gebeurtenissen die veel ophef veroorzaakten, lieten de vlugschriften niet lang op zich wachten. In de KB-collectie bevinden zich vier banden (3035 C 1-4) met in totaal 82 geschriften die de brand en de daaruit voortvloeiende gebeurtenissen tot onderwerp hebben. Het belangrijkste werk is de hierboven al genoemde Historie van den Amsteldamschen schouwburg, dat als eerste werk in de eerste band is gebonden. Het is duidelijk wat later gedrukt dan sommige van de andere stukken, want verscheidene geruchten die bijvoorbeeld in de Naeuwkeurige en schilderachtige brief, van een Amsteldamsch heer aan zynen vriend te Haerlem * worden genoemd, worden in de *Historie ontzenuwd. Zo ook het aantal van 31 doden uit de *Afgeperste missive, dienende tot antwoort op de brief van mevrouwe Machthilda ****.

In de pamfletten roerden voor- en tegenstanders van het toneel zich, en met verve: maar liefst 58 van de 236 pamfletten (25%) die nu (februari 2003) uit de jaren 1772 en 1773 in de STCN te vinden zijn, houden verband met de brand en zijn nasleep. De brand bood met name het streng gelovige volksdeel een houvast om zijn afkeer van het toneel te ventileren. 'Het afbranden van uwen schouwburg houde ik voor een byzonder Oordeel van God over dat Goddeloos Tooneel' schrijft 'Elias Vroomaart' in Een drietal merkwaardige [=opmerkelijke] brieven, waar in het ongeval van den brand [...] zediglyk beschouwd [...] wordt. Anderen pleitten ervoor om na deze ramp de zaken anders te gaan aanpakken. 'Willen wy onze Schouburgen tot hunne eerste Zuiverheid doen wederkeren, dat onze Spelers dan alleen Mannen zyn', betoogde de anonieme auteur van de Verhandeling aangaande het nut des schouburgs.

Ook het genre van de samenspraak was vertegenwoordigd: In de Ernstige zamenspraak gehouden in de trekschuit van ‘sGravenhage op Leyden discussieren een vrome Amsterdammer, een Hagenaar, een jonge heer en de schipper onder andere over deze kwestie. De -alweer- anonieme auteur laat de Amsterdammer verklaren liever een 'verstandige Predikatie' te horen, en de Hagenaar zijn ongenoegen spuien over de stroom publicaties die op gang is gekomen: 'voor't overige verveeld het miserabel dagelyks zo veel geschriften op die Brand te voorscheyn te zien koomen, die voor een groot gedeelte niet veel willen zeggen'. Elizabeth Wolff mengde zich in de discussie toen J.C. Mohr in zijn Ontzaglijke doch nuttige beschouwing van het akelig treurtoneel suggereerde dat de slachtoffers van het vuur linea recta waren overgegaan naar de hel. Er waren lierzangen en disputaties, en tot groot genoegen van bibliografen bevat de Verzaameling van een ses-en-tnegentig-tal differente gedichten [...] ter gelegenheid van den ongelukkige brand in den Amsteldamsche schouwburg een 'Naaukeurige lyst, van alle de geschriften [...] die [...] wegens den brand des Amsteldamschen schouwburg, in het licht zyn gekoomen'. De Amsterdamse drukker Tiedeman, tenslotte, zag er geen been in de vertaling van een meer dan een halve eeuw oude academische redenvoering van Petrus Burmannus de Jongere, Redevoering voor de comedie [...] over den toneeldichter Terentius, nog eens op de pers te leggen.

De acteurs van de schouwburg waren natuurlijk brodeloos geworden. Na een tijd van geruchten kwam een aantal van hen uiteindelijk in 1773 in de Rotterdamse schouwburg terecht. De grond waarop de schouwburg gestaan had werd op 17 augustus 1772 geveild, en het 'vrome' volkje keek op zijn neus: de gemeenteraad besloot tot de bouw van een nieuwe schouwburg aan het Leidseplein, waarvoor de eerste schop op 23 april 1773 de grond in ging. Ook die schouwburg brandde af, op 20 februari 1890. De huidige (stads-)schouwburg dateert van 1894.

Erik Geleijns

STCN-beschrijving

Historie
Historie van den Amsterdamschen schouwburg. Amsterdam, G. Warnars and P. den Hengst, 1772. 8o: 4(1+π1) A-E8 F6.
Ascribed to Jan Fokke or Myndert de Boer (Van Doorninck). Anr issue of the 4o-edition Amsterdam, G. Warnars and P. den Hengst, 1772.
Vingerafdruk: 177208 - a1=a2 *3 da - b1 A g : b2 F5 Sc
Koninklijke Bibliotheek 3035 C 1:1 (record in STCN)

Historie, titelpagina

Historie, titelpagina

Het begin van de brand

Het begin van de brand

Toeschouwers op de Prinsengracht

Toeschouwers op de Prinsengracht