De konst van bereiding, behandeling, bewerking en beschildering der beste soorten van lakken en vernissen
Jaar:
1771

Hendrik Cocq, De konst van bereiding, behandeling, bewerking en beschildering der beste soorten van lakken en vernissen, tot haar volkomenheid gebragt, door eene dertig-jaarige oeffening derzelve. Zeer dienstig voor alle liefhebbers der verlakkonst, rytuig- en kladschilders, witwerkers, enz., Leiden: Andries Coster, 1771.

Hendrik Cocq, ‘in leven konst-verlakker te Amsterdam’, is één van de eerste Nederlandse auteurs van een boek over kladschilderkunst. Zijn specialisaties zijn rijtuigen en buitenwerk. De editie in de bibliotheek van het Rijksmuseum komt uit 1771, maar de titelpagina verduidelijkt dat het boekje al eens eerder is verschenen: het is ‘vermeerdert met eenige nadere proeven, dienende, zo tot gemak en bewaaring der gezondheid, als tot voorkoming van ongelukken; door denzelven schryver’. In de inleiding wordt deze uitbreiding verklaard. De dan zeventigjarige auteur schrijft zich te hebben gerealiseerd dat zijn handboek ook bij amateurs terecht kan komen. Om te voorkomen dat deze onervaren liefhebbers zichzelf in gevaar brengen, drukt Hendrik Cocq zijn lezers in de nieuwe editie bijvoorbeeld op het hart oliën af te laten koelen alvorens deze te vermengen.

Het is duidelijk dat dit boek werd geschreven door een professional met dertig jaar ervaring. De recepten zijn zeer gedetailleerd en beslaan meerdere pagina’s. Ondanks de precisie lijkt het traktaat van Hendrik Cocq geen standaardwerk te zijn geworden, in tegenstelling tot de boeken met vergelijkbare inhoud van Lambertus Simis (Grondig onderwijs in de schilder- en verwkunst), die vanaf de eerste uitgave in 1801 tot en met 1992 werden herdrukt. De instructies van Simis zijn oppervlakkiger, maar daarom wel in eerste instantie gemakkelijker te begrijpen. Dat de ware verlakker zich tot Cocq wendde voor de fijne kneepjes van het vak zou kunnen blijken uit zijn beschrijving van ‘vuurlak’. Deze zwarte lak, die in de achttiende eeuw werd aangebracht op metalen objecten, werd in eerste instantie ontwikkeld om oosterse kunstvoorwerpen te imiteren. Door twee pond ‘Wyburger pik’ en een half pond fijngemalen amber op ‘een vuur van glimmende koolen’ te zetten, en te vermengen met zes pond ‘bykans jaarige’ lijnzaadolie en veertien pond terpentijnolie maakte Hendrik Cocq zijn vuurlak. Nadat de laklaag op een voorwerp was gekwast werd deze eraan vastgebakken. Daarvoor gebruikte Cocq een ‘stook-machine’, een ‘zeker werktuig, dat ik met den naam moffel bestempeld heb’.

Het is opmerkelijk dat de lakken die men tegenwoordig laat uitharden boven de 130 graden moffellakken worden genoemd (gebruikt voor lampen en verkeersborden). De benaming ‘moffel’ wordt door Simis en in andere traktaten niet overgenomen voor de oven die nodig is tijdens het proces. Simis spreekt van een oven ‘omtrent op die wyze als een bakkersoven’. Cocq ontleende de term waarschijnlijk aan woorden voor ‘oven’ in het Hoogduits (Muffel) en het Frans (moufle). Op een zeker moment moet het woord in gebruik zijn geweest om een porselein- of emailleeroven mee aan te duiden in het Nederlands, maar een vermelding zo vroeg als 1771, is nog niet eerder gevonden.

Werd de moffel uitgevonden door Hendrik Cocq? Zoals zoveel originaliteitsbeweringen in traktaten, snijdt deze geen hout. Bij andere Leidse uitgevers verschenen twee editites van het boek over vernissen en lakken door de schilder Filippo Bonanni (Verhandeling over de vernissen waar in de wyze opgegeeven wordt, om ‘er een toe te stellen, dat ’t Chineesch vernis volmaakt gelykt, 1742, en Zeer korte en teffens klaare beschryving van de Chineese vernis, 1756). Bonanni beschrijft hierin een lak met vergelijkbare ingrediënten die zeer langzaam droogt. Om dit proces te versnellen zegt hij een stoof of oven te hebben ontwikkeld waar het verlakte voorwerp in kan worden geplaatst. Aangezien het Italiaanse traktaat van Bonanni voor het Nederlandse publiek uit het Frans werd vertaald kan het woord ‘moufle’ in het verlakkersjargon zijn geslopen, al wordt in de vertaling consequent gesproken van een oven. Waarschijnlijk in navolging van dit traktaat spreekt J.B. Pictorius in Den geheimen illumineer-kunst uit 1747 niet van een moffel, maar van een ‘bak oven’, waarin verlakt ‘blik werk’ kan worden geplaatst.

Mocht Hendrik Cocq daarom toch voor het Nederlands de naamgever van deze laksoort en het -proces zijn, dan is dat wellicht een aanwijzing voor de tot nog toe onbekende populariteit van zijn traktaat. Dat deze oven in ieder geval in 1858 volop in gebruik was, blijkt uit Vettewinkels Handleiding tot het verkrijgen van de kennis en het doelmatig gebruik van lakken, vernissen, enz. voor huisschilders, uitgegeven door J. Leendertz in Amsterdam. Bij zijn beschrijving van vuurlakken verschijnt de volgende voetnoot:

‘Een moffel is een bij schilders en vooral bij kunstlakkers algemeen bekend toestel, meestal van ijzerblik vervaardigd, waarin de gelakte voorwerpen worden geplaatst, om door vuurhitte de lak spoedig te doen droogen en hard worden.’ (LW)

Literatuur:
W. Fock, Het Nederlandse interieur in beeld 1600-1900, Zwolle 2001.

C. van Rappard-Boon,* Imitatie en inspiratie : Japanse invloed op Nederlandse kunst van 1650 tot heden*, Amsterdam 1992.

Etymologiebank

Link naar het genoemde boek in de STCN-database:
De konst van bereiding, behandeling, bewerking en beschildering der beste soorten van lakken en vernissen