De Post van den Neder-Rhijn, 1781-1787
Jaar:
1781
Genre:

De Post van den Neder-Rhijn was een van de eerste opinieweekbladen in ons land. Tot ongeveer 1780 waren pamfletten de enige manier geweest om snel en actueel commentaar te leveren op politieke gebeurtenissen. En er werd veel commentaar geleverd. In jaren waarin een politiek conflict een hoogtepunt bereikte, verscheen vaak een ware stortvloed aan pamfletten. Zo ging ook de strijd tussen de patriotten en de orangisten vanaf 1780 gepaard met een enorm aantal pamfletten van voor- en tegenstanders van Oranjehuis en burgerlijke inspraak.
Maar de burgers kregen ook de beschikking over een aantal tijdschriften om hun mening te verkondigen en, meer nog, de mening van anderen te lezen.

De Post van den Neder-Rhijn verscheen een of tweemaal per week, van 20 januari 1781 tot eind september 1787, en was op zeer veel plaatsen te koop of in ieder geval in te zien. Redacteur was de burger Pieter ’t Hoen (1744-1828). In de vorm van brieven gericht aan “Mijne heeren de Post!” waarop Mijnheer de Post omstandig antwoord gaf, werden de gebeurtenissen rond stadhouder en patriotse strijders becommentarieerd en werden de burgers zelf aangezet tot actie.

Het blad was zeer succesvol, met een oplage van misschien wel 3000 exemplaren. Het werd uitgegeven 'te Utrecht, bij Gisbert Timon van Paddenburg, en zoon, en alomme bij de meeste boekverkoopers in Nederland, daar dezelve weeklijks wordt uitgegeven'. Utrecht vormde het bolwerk van de patriotse beweging en had als eerste stad in de Republiek een raad die democratisch was gekozen. Ook Holland was overwegend patriottisch gezind. Stadhouder Willem V was uit Den Haag naar Nijmegen gevlucht omdat hij zich in Holland niet meer veilig voelde. In september 1787 was het succes echter plotseling voorbij toen de Pruisen het land binnenvielen. De patriotten in Utrecht en daarmee De Post van den Neder-Rhijn moesten het veld ruimen. Er kwamen nog 12 afleveringen uit in Amsterdam, bij Harmanus Keyzer op de Gelderse Kaai, maar na drie weken viel ook Amsterdam en hield De Post van den Neder-Rhijn voorlopig op te bestaan.

De officiële reden voor de inval van de Pruisen was de aanhouding bij Goejanverwellesluis, eerder in 1787, van Wilhelmina van Pruisen, echtgenote van de stadhouder en tevens zuster van de Pruisische koning Frederik-Willem II. Op 28 juni had zij een reis per koets gemaakt van Nijmegen naar Holland. De prinses wilde naar Den Haag om overleg te plegen met de Staten over de heikele toestand in de Republiek. Helaas had zij haar reis niet goed geheim gehouden, en bij Schoonhoven werd zij aangehouden door patriotse strijders, die haar de doortocht naar Holland verhinderden. Bij de Goejanverwellesluis bij Gouda werd zij enige tijd vastgehouden, waarna zij de volgende dag terugreisde naar Nijmegen (zie de afbeelding van pamflet 21566).

De prinses werd met alle egards behandeld; zij hoefde geen beledigingen te verduren. In De Post van den Neder-Rhijn wordt dit aspekt benadrukt: zij zou 'overeenkomstig haar caracter aangesprooken en behandeld' zijn, men heeft het alleen 'noodzakelijk geoordeeld, haar in het voortzetten van haare reize herwaard te verhinderen, uit eene regtmatige vreeze [...] voor de gedugte gevolgen welke haare komste alhier zoude hebben teweeg gebracht' (afl. 583, 21 juli 1787). Sommige briefschrijvers vreesden toch voor een oorlog n.a.v. dit incident, waarin alle burgerlijke verworvenheden weer verloren zouden gaan (afl. 584, 24 juli). Maar Mijnheer de Post geloofde niet dat de Pruisische koning om zo’n futiele reden als 'de aanhouding der princesse' een oorlog zou beginnen. Bovendien verwachtte hij hulp van Frankrijk, ook als het tot een oorlog mocht komen (afl. 598, 7 sept.)

Maar hij kreeg geen gelijk. Uiteindelijk wist de Oranjepartij de Pruisische koning over te halen de behandeling van zijn zuster te wreken, en op 13 september viel de hertog van Brunswijk met een leger van 20.000 man de Republiek binnen. Mijnheer de Post zag nog steeds geen duidelijke reden voor een dergelijke inval (afl. 602, uitgegeven in Amsterdam). De patriotten boden nauwelijks verzet. Ze vluchtten naar België en Noord-Frankrijk en daarmee was de patriotse beweging voorlopig de kop in gedrukt. De stadhouder en de prinses verhuisden terug naar Den Haag, waar zij met veel eerbetoon werden binnengehaald (zie de afbeelding van pamflet 21589a).

De geschiedenis van De Post van den Neder-Rhijn was hiermee echter niet voorbij. In maart 1795 pakte Pieter ’t Hoen 'naa eene zeevenjaarige ballingschap' het tijdschrift weer op als De nieuwe post van den Neder-Rhyn. Het werd weer uitgegeven in Utrecht, nu bij J.Mulder, en zou bestaan tot december 1799.

Judith Grootendorst

STCN-beschrijving

Hoen, Pieter 't
De post van den Neder-Rhijn. : 12 parts. [By Pieter 't Hoen].
Utrecht, G.T. van Paddenburg, 1781-1787.
8o: 7 vols.
*Periodical. Instalments 1-601 issued between 20 Jan. 1781 and 14 Sept. 1787; inst. 602-614 not dated; inst. 615-624 published in 1797 as a continuation (not by P. 't Hoen), entitled: 'De post van den Neder-Rhijn. No. 615 tot 624. Behelzende een naauwkeurig historiesch verhaal van het gebeurde binnen deze republiek, sedert de omwenteling van 1787 tot de revolutie van 1797'. Vol. 5, part 7, inst. 313 - Vol. 7, part 12, inst. 601: Utrecht, G.T. van Paddenburg en zoon, 1786-1787. Cols vol. 7, part 12, inst. 602-614: Amsterdam, H. de Keyzer, 1787. Engr. tpp. parts 9-12 dated 1798. With add. vols: Bijlagen tot de post van den Neder-Rhijn, 24 parts, 1783-1787; and Grondig en volledig register over de ses eerste (zes laatste) deelen, 1786, 1798. Cont. as: P. 't Hoen, De nieuwe post van den Neder-Rhyn. *
Koninklijke Bibliotheek 946 F 1 (vols 1-7; with engr. tpp. parts 9-12 and add. vols (Bijlagen, Registers)) ; 506 G 37 (Bijlagen, part 11) (record in STCN)