Een Vlaming in Haarlem II
Jaar:
1636

Rond 1600 maakten Vlamingen een aanzienlijk deel uit van de bevolking van Haarlem. Zij waren naar de Noordelijke Nederlanden getrokken na de val van Antwerpen (1585). In Haarlem hadden zij rond 1600 reeds een aantal eigen kerken opgericht, en een eigen armenzorg geregeld.

In Leiden, Gouda, Amsterdam en Haarlem verrezen ook Vlaamse rederijkerskamers. In Haarlem was de naam van deze kamer de Witte Angieren, met als lijfspreuk "In Liefde getrouw". Het meest prominente lid was Karel van Mander. Het is niet onmogelijk dat hij tot de oprichters van deze Vlaamse kamer behoorde.

Van de Witte Angieren bestaan geen ledenlijsten. Het jaar van oprichting was vermoedelijk 1592; pas in 1613 zien we de eerste publicatie, Der reden-rijcken springh-ader.

Den Spieghel der schoonheden dateert uit 1635 / 1536. Het is een bundel samengesteld uit bijdragen van de kamers in Hoorn, Alkmaar, Gouda en Vlissingen. Daarnaast werkten ook een aantal 'particulieren' mee, en een van de andere Haarlemse kamers, de Wijngaardranken. Ook uit andere bronnen kunnen we opmaken dat er tussen de leden van de drie Haarlemse kamers - de derde was de toonaangevende, nog steeds bestaande Rethorijckkamer der Pellicanisten, beter bekend onder hun lijfspreuk 'Trou Moet Blycken' - geen enkele rivaliteit bestond, integendeel: men droeg veelvuldig bij aan de literaire productie en activiteiten van andere kamers. Zo is van Karel van Mander bekend, dat hij het blazoen van 'Trou' heeft vormgegeven.

STCN-beschrijving

Spiegel
Den spieghel des schoonheden [...] vervatet in neghenthien refereynen [...] Voor gestelt by de Vlaemsche kamer: de Wit Angieren, binnen Haerlem 1635. Haerlem, printed by J.P. de Does, 1636.
8º: <>8 A-F8 G10
Vingerafdruk 163608 - a1 <
>2 t$te$ : a2 <***>5 ef - b1 A ae : b2 G7 $gele
Haarlem, Stadsbibliotheek: 2 F 10 (record in STCN)