Binding met de band: bibliofiele bezitters

Het UB VU-exemplaar XP.05629 bevat twee ex-libris, één van Ulco Proost en één van Johan Carl Fenthür.

Ex-libris "J.C. Fenthur"

Het oudste eigendomskenmerk in dit exemplaar bevindt zich op het eerste schutblad. Het is een lichtbruin getint blad met witte rand. De anonieme afbeelding stelt het interieur van een 18e-eeuwse geleerdenbibliotheek voor. Rechts op de voorgrond ziet men een man, met in zijn linkerhand een geopend boek, gezeten aan een tafel voor twee boekenkasten, afsluitbaar met gordijnen, en bovenop een buste en een globe. Met de rechterhand begroet de zittende figuur een bezoeker, die door de deur links net is binnengetreden. In de benedenrand staat in 20e-eeuws handschrift 'J.C. Fenthur.'

De voorstelling is ontleend aan een afbeelding uit de Fabelen en Vertelsels van C.F. Gellert (1715-1769). Dit was een populaire bundel korte verhaaltjes in dichtvorm met begeleidende prenten, oorspronkelijk in het Duits verschenen, maar al snel in het Nederlands vertaald. Deze illustratie maakte deel uit van een grote serie die speciaal voor een Nederlandse uitgave van de Fabels vervaardigd werd. De tekenaar Jacobus Buys (1724-1801) zorgde voor het ontwerp, dat vervolgens in verschillende formaten werd gegraveerd en gedrukt. Het plaatje hoort bij de korte fabel 'Het goed bezoek'. Anders dan de combinatie van titel en afbeelding op het eerste gezicht suggereert, is het niet de binnenkomende die het goed bezoek genoemd wordt. Deze vlotte jongeman beklaagt de dichter die zo eenzaam in zijn bibliotheek zit. Diens antwoord luidt echter: "'k Ben niet alleen geweest, dan sints gy zyt gekomen." Met andere woorden: boeken zijn vaak beter gezelschap dan mensen. Of J.C. Fenthür er ook zo over dacht is onbekend. In elk geval heeft hij de gravure lithografisch laten reproduceren en door de handgeschreven naamsvermelding omgevormd tot eigendomsmerk.

Het is zeer wel mogelijk dat dit exemplaar in het bezit is geweest van Johan Carl Fenthür (ca. 1870 -1942). Boekbinder van beroep, was hij voorzitter van de in 1904 opgerichte Boekbindersbond die in 1906 opging in de oudste vakbond in Nederland, de Algemeene Nederlandsche Typografenbond, waarvan hij sinds 1896 lid was. Fenthür bleef een bijzondere positie in de georganiseerde boekbinderswereld innemen en was o.a. mederedacteur 'voor boekbinders' van het eveneens in 1906 opgerichte Grafisch Weekblad, waarin meerdere artikelen van zijn hand verschenen. Achter de vermelding van zijn naam in de kop van het Grafisch Weekblad staat tussen haakjes 'strijdartikelen', duidend op de teneur van zijn bijdragen. Daarnaast was hij secretaris van de bondsafdeling Amsterdam-binders en redacteur van het maandblad De Boekbinder. Tevens was hij een van de stuwende krachten achter de oprichting van de Amsterdamsche Grafische School (geopend 1 juni 1918), waaraan hij vervolgens leraar werd. Van zijn hand verschenen Het boekbinden weder ambacht, uitgegeven door de Amsterdamsche Grafische School in 1924, en Dertig jaar geschiedenis, 1900-1930, uitgegeven door de Algemeene Nederlandsche Typografenbond in 1930.

Een veiling van Fenthür's boekerij is niet bekend. Evenmin zijn andere exemplaren uit zijn collectie getraceerd. Mogelijk is Fenthür's exemplaar van Het rechte gebruyck rechtstreeks overgegaan in de handen van Ulco Proost, door verkoop of misschien door schenking. In de Amsterdamse wereld van papier, grafische vormgeving en boekbinden moeten zij elkaar gekend hebben. Minder dan de inhoud en misschien ook minder dan de typografie van de 18e-eeuwse tekst verbond deze eigenaren de voorkeur voor de vorm, zeker van deze rijk gedecoreerde contemporaine boekband uit de Minnewit-binderij.

Ex-libris "U.P"

Het jongere eigendomsmerk staat op de binnenkant van het voorplat. Dit is een echt ex-libris, geel-beige gekleurd met in groenblauw de robuuste initialen U.P , waaronder een opengeslagen boek op de rug gezien, geflankeerd door twee kleine kapitalen J en N. Dit zijn de initialen van Jacob Nuiver (1892-1953), onder meer verzorger lay-out van reclamewerk bij Philips Eindhoven, grafisch ontwerper bij papiergroothandel P. Proost & Zoon te Amsterdam en ontwerper van boekbanden. De hele rechthoek wordt aan de vier zijden omgeven door de woorden "Ex Libris", over een groenblauw fond binnen tweekleurige lijn uitgevoerd in vier verschillende lettertypen: middeleeuws handschrift, civilité, gotisch en romein, met in elke hoek een stervormig vignetje. Helemaal onderaan op het ex-libris staat in een uitgespaard vakje na een voorgedrukt "No." in handschrift het bibliotheeknummer 2590.

Oudere bibliofielen zullen hierin onmiddellijk het eigendomsmerk herkennen van Ulco Proost (1885-1966), medefirmant van de vermaarde, eeuwenoude papiergroothandel, die vandaag de dag nog bestaat onder de naam Proost en Brandt. De oorspronkelijke firma Brandt hield zich nog niet bezig met de papierhandel, maar was vooral actief in twee andere takken van het grafisch bedrijf, namelijk als boekbinders en als uitgevers van bijbels, psalmboeken en andere stichtelijke lectuur. Zo verschenen in de 18e eeuw bij een van de vroege voorgangers van Ulco Proost, Hendrik Brandt, ook twee uitgaven van Het rechte gebruyck. Nadat de Leeuwarder boekbinder Pieter Proost in 1822 door huwelijk mede-eigenaar van het bedrijf was geworden, breidde hij dit in 1842 uit met een papierhandel, welke werd gevoerd onder de naam P. Proost & Zoon. Sinds 1950 worden beide firma's verenigd voortgezet onder de handelsnaam Proost en Brandt.

In zijn werkzame jaren zagen van de hand van Ulco Proost meerdere bijdragen aan de boekhistorische literatuur het licht. In november 1941 verscheen de derde druk van het in eigen beheer (dwz. niet in de handel) uitgegeven Papierkennis: een cursus voor de praktijk van den papierverwerker. In 1942 [door de tijdsomstandigheden de facto 1943] werd het grote overzicht Twee eeuwen Brandt en Proost: een bijdrage tot de geschiedenis van de boekbinderij, de uitgeverij van bijbels en kerkboeken en den papierhandel in Nederland gepubliceerd en in 1952 verscheen een overzicht van enige belangrijke Bijbeluitgaven, gedrukt in de Nederlandse taal, getiteld: Nederlandse Bijbels en hun uitgevers 1477-1952. In deze beide publikaties belicht Proost de prominente rol van de opeenvolgende generaties Brandt als Bijbeldrukkers.

Ulco Proost was een belangrijk verzamelaar op het gebied van handschriften, oude drukken, bijzondere moderne uitgaven, fraaie banden, papierfabricage, typografie en bibliografie. Zijn prestigieuze bibliotheek werd door de firma J.L. Beijers in Utrecht geveild op 7 en 8 november 1967 onder de anonieme titel The fine library of a well-known Amsterdam collector. De achterflap van de veilingcatalogus is echter wel gesierd met een afbeelding van het U.P ex-libris. Het exemplaar van Het rechte gebruyck is hierin opgenomen in kavel 1624 onder het kopje DECORATED BINDINGS, en wel samen met nog twee fraaie bandjes, bevattende een Frans Nieuw Testament uit 1677, en - opmerkelijk genoeg - een concurrerend avondmaalsboekje, Het heilige avondmaal van B. Hakvoord uit 1691, inderdaad gestoken in een al even fraai bandje, mogelijk zelfs uit dezelfde binderij, met ex-libris nummer 1439, eveneens thans in de UB VU.

Na afronding van onderzoek en tekst is gebleken, dat er naast het hiervoor behandelde provisorische eigendomsmerk met handgeschreven naamstoevoeging ook een gedrukte versie van Fenthür's eigendomsmerk bestaat: een echt ex-libris met dezelfde voorstelling in gelijke grootte en kleurstelling, maar nu met bijgedrukte naam en randmotto, net als het ex-libris van Ulco Proost uitgevoerd met grafisch-typografische accentueringen van de vier hoeken en de vier zijden in meerdere kleuren.

Nynke Leistra