Een nieuw huis onder de vlag van een oudeerwaardig huis: het ex-libris "Mr. H. Bos"

Maar liefst drie exemplaren van Het rechte gebruyck van des Heeren H. avondtmael in de Bijzondere Collecties van de Bibliotheek van de Vrije Universiteit (UB VU) zijn afkomstig uit de "Mr. Bos-bibliotheek": XI.08314 uit 1697, XP.08286 uit 1705 en XP.07798 uit 1723.

Mr. Henderikus Bos Kierzoon (Wildervank 21 maart 1881 - 's-Gravenhage 3 september 1970) was houthandelaar, afgestudeerd jurist, vele jaren lid van het college van directeuren van de Vrije Universiteit, en verzamelaar van boeken op het gebied van de wijsbegeerte, theologie en rechts- en staatsleer uit de eerste vier eeuwen van de boekdrukkunst. Hoezeer Bos oog zal hebben gehad voor luxueus gemarmerde en goudgestempelde banden zoals XP.08286 uit de Small Format binderij of XP.07798, in eerste aanleg was hij, net als hoogleraar Van Ruler, gericht op het woord en minder op de aankleding daarvan. Dat komt ook naar voren uit zijn streven om uit de editiegeschiedenis van teksten telkens representatieve varianten te verwerven: van Het rechte gebruyck bezat hij beide versies.

Als laatste wens had Bos te kennen gegeven, zijn collectie te willen onderbrengen bij de afdeling Handschriften en Oude Drukken, die als nieuwe afdeling in het bibliotheekgebouw van de Vrije Universiteit zou komen, dat destijds bijna gereed was. De collectie zou de naam "Mr. H. Bos-bibliotheek" krijgen, zodat zijn naam als schenker zou blijven voortbestaan, ook wanneer er geen mannelijke nakomelingen meer van zijn familie zouden zijn. De boeken die hierdoor in het nieuwe boekenhuis van de VU werden ondergebracht, varen alle onder de vlag van een ex-libris, in dit geval geen eigendomsmerk bij leven maar een herkomstmerk, met onderaan de vermelding MR. H. BOS-BIBLIOTHEEK VRIJE UNIVERSITEIT. Daarboven prijkt de gedeeltelijke reproductie van een portret-gravure (borstbeeld) van Johannes Althusius oftewel Johann Althaus, de vermaarde Duits-calvinistische rechtsgeleerde en politiek theoreticus, leraar aan de hogeschool van Steinfurt, hoogleraar aan de calvinistische academie in Herborn en later syndicus oftewel stadssecretaris van Emden, een politieke functie die hij tot zijn dood vervulde.

Het randschrift om dit ovale portret van Johannes Althusius luidt: IOHANNES ALTUSIUS I.U.D. STEINFURTENSIS PROF. POST. REIP EMDANAE SYNDICUS VIXIT ANN. LXXXI. ~ 1557 - 1638 ~. In een veld onderaan in het ovaal zijn de symbolen van het recht afgebeeld: de blinddoek, het zwaard en de weegschaal. In de beide benedenhoeken van het ex-libris is als naamsverbeelding een gestileerd naaldbos te zien. Daaronder de handtekening van Mr. Bos en het spiegelbeeld daarvan. In de bovenhoeken zijn al even emblematische boombladeren afgebeeld met links een opengeslagen boek en rechts een pamflet-achtig blad waarop staat geschreven: 'Ik heb het u alles ge(geven), evenals (het groene) kruid'. Dit is het woord van God tot Noach na de zondvloed in Genesis 9:3 in de NBG-vertaling van 1951.

Het portret van Althusius stamt uit het tweede vervolg van de Bibliotheca chalcographica hoc est Virtute et eruditione clarorum virorum imagines, gedrukt op kosten van Clemens Ammon, boekhandelaar en drukker te Frankfurt am Main in 1669. De auteur van dit werk is de Franse oudheidkundige Jean-Jacques Boissard (1528-1602), die in de 16de eeuw al verscheidene portrettenboekjes met afbeeldingen van beroemde mannen uit zijn tijd uitgaf. Deze bleven tot ver in de 17e eeuw in trek, vooral in Duitsland, waar ze later werden opgenomen in de Bibliotheca chalcographica reeks.

De ongesigneerde kopergravure met het portret van Althusius is zoals de gehele serie van de hand van Théodore de Bry (1528-1598), de befaamde Vlaams-Duitse kopergraveur en uitgever van prachtige plaatwerken op allerlei gebied in Frankfurt am Main. Het ovale portretveld is in dit werk van quarto-formaat identiek, het is alleen iets groter dan in het ex-libris. Ook het randschrift is identiek, alleen laat de gravure een witruimte waar het ex-libris de leefjaren van Althusius toevoegt. Bij de bewerking van de gravure voor het ex-libris is de arcering in de hoekvelden en in het portretovaal op sommige plaatsen aangepast. Helemaal onderaan vinden we in de gravure een veld (in het ex-libris gebruikt voor de naamsvermelding van Bos) met een gegraveerd Latijns distichon. Dit tweeregelige gedicht luidt in vertaling (met dank aan Eric Wierda): "Deze Althusius hier wordt terecht het Oude Huis van de onvervalste Themis genoemd, die hij in zijn hart heeft bewaard", met woordspel-associatie van Althusius, Althaus en Oudeerwaardig Huis.

Themis was in de Griekse mythologie een Titanide en de personificatie van orde en recht. De nadruk lag hierbij op de goddelijke gerechtigheid. Zij heerste over de oudste Orakels (inclusief het Orakel van Delphi, voordat deze functie werd overgenomen door Apollo), en was de goddelijke stem die de mensheid onderwees in de fundamentele wetten van gerechtigheid en zedenleer. Verder was zij de belangrijkste raadgever van de oppergod Zeus. Haar attributen zijn blinddoek, weegschaal en zwaard. In Themis en Althusius komen orde en recht samen, maar ook symboliseren zij gereformeerde orthodoxie en soevereiniteit in eigen kring, de relaties tussen bevolking en landsheer, en tussen wetenschap en overheid. Geenszins toevallig ook banden en verbanden tussen Mr. Bos en de Vrije Universiteit.

Johannes Althusius studeerde in Marburg, Keulen, Basel en Genève, was hoogleraar in Herborn sinds 1588 en publiceerde daar in 1603 zijn Politica methodice digesta et exemplis sacris et profanis illustrata, de belangrijkste neerslag van zijn staatsrechtelijk denken. In 1610 verscheen een uitgebreidere uitgave, in Groningen gedrukt door Jan van den Rade, met een opdracht aan de Staten van Friesland, door de auteur gedagtekend 21 februari 1610 in zijn nieuwe woonplaats Emden. Naast deze uitgave bezit de UB VU tevens een uitgave uit hetzelfde jaar van de Arnhemmer Jan Jansz. Dit exemplaar is afkomstig uit de bibliotheek van Mr. Bos, die ook een fotografische reproductie bezat van de editio princeps van 1603. Een nogmaals gereviseerde uitgave verscheen in 1614. In Emden, het Genève van het Noorden met een overwegend calvinistische bevolking, zou Althusius tot aan zijn dood een vooraanstaande positie innemen. Als vurig calvinist en democraat streed hij voor de gereformeerde belijdenis en voor de rechten van de burgers tegenover de adel en de landsheer. In de politieke en religieuze conflicten van zijn tijd en in het bijzonder van zijn stad speelde hij een prominente rol, vanuit zijn hoge ambtelijke positie en bovenal zijn politiek-juridische ideeën. De Politica biedt een stelsel van theorieën met betrekking tot kerk, staat en samenleving en wel vanuit hetzelfde principe van vrijheid van elke vorm van overheidsdwang, dat later door Abraham Kuyper van toepassing werd verklaard op de door hem in 1880 opgerichte universiteit op calvinistische grondslag, die derhalve als 'Vrije' door het leven zou gaan, en waarvan Mr. Bos bestuurder was.

Tot op heden wordt Althusius' werk beschouwd als het meest volledig ontwikkelde schema van calvinistische politieke theorie. Reeds bij eerste verschijnen werd de Politica alom geprezen in heel Europa, zeker in de opkomende Republiek in de aanloop naar het Twaalfjarig Bestand met de afgezworen landsheer, waar men in de Politica een legitimatie vond voor de onafhankelijkheidsstrijd. Zo ook in het Oostfriese Emden: de publicatie van deze politieke theorie kwam deze stad juist toen uiterst gelegen als ideologische grondslag voor haar politiek-religieuze keuzes, hetgeen ongetwijfeld heeft bijgedragen aan de benoeming van Althusius tot secretaris van die stad in 1604. Aan het einde van de 16e eeuw was namelijk een een felle strijd uitgebroken tussen graaf Edzard II van Oost-Friesland, die het lutheranisme en daarmee zijn gezag in zijn hele gebied wilde bevestigen, en het calvinistische Emden, dat zijn staatkundige en kerkelijke onafhankelijkheid van de landsheer wenste te handhaven. Beide partijen deden een beroep op de Staten-Generaal in Den Haag, met als resultaat, dat Emden in 1595 semi-onafhankelijkheid verkreeg. De opvolger van graaf Edzard II, graaf Enno III, probeerde in 1602 Emden opnieuw in te nemen, waarop de stad de hulp inriep van Nederlandse troepen. Op 8 april 1603 moest de graaf zijn nederlaag erkennen bij het verdrag van 's-Gravenhage. Emden werd een vrije rijksstad onder protectie van de Nederlandse Republiek. In 1609 brak er opnieuw een conflict uit tussen de stad en de graaf, waarbij het in Emden gelegerde Nederlandse garnizoen een rol speelde. Op 24 mei 1611 werd het Akkoord van Osterhusen getekend, waarin de soevereiniteit van de graaf werd beperkt en de rechten van de steden werden erkend; tot 1744 behield de stad een Nederlands garnizoen.

Als schriftelijke neerslag verscheen in 1612 in Emden een Recess vnd accord buch, das ist, Zusamen verfassung aller ordnung, decreten, resolution, recessen, accorden vnd verträgen, so zwischen [...] Herrn Edtzarten [...] Graffen zu Ostfriesslandt, &c. vnd jetzigem regierenden Graffen [...] Enno [...] vnd den dreyen Stenden, als Ritterschaft, Stetten vn[d] Haussmansstandt, vn[d] in specie der Stadt Embden [...] zu vnderschiedlichen zeiten vffgericht vnd publiciret worden, een bundeling van verdragsteksten uit het tijdvak 1589 tot 1611 in het Duits, Nederduits en Nederlands (en daarom ook opgenomen in de STCN), door Althusius bijeengebracht en voorzien van commentaar, kruisverwijzingen en een uitvoerige inhoudsopgave. Het voorwoord noemt als doel van deze publicatie, het gebruik door alle rechters en ambtenaren: "zur Konservation eines jederen Recht, Gerechtigkeiten und Privilegien". Van de twee exemplaren in de UB VU stamt er een uit de Bos-collectie.

Mr. Bos, zelf pas op latere leeftijd aan zijn rechtenstudie begonnen (in 1928 verwierf hij het meesterschap in de rechten te Leiden), had speciale belangstelling voor de reformatie en de juridische implicaties daarvan voor kerk en overheid. In de figuur van de rechtsfilosoof Johannes Althusius vond hij dan ook een inspirerende leermeester. Tot op hoge leeftijd heeft Bos nog de hoop gekoesterd een proefschrift over het gemeenschapsbegrip van deze politiek-theoretische denker te schrijven. Daaraan is hij echter niet meer toegekomen. Mr. Henderikus Bos Kzn. overleed op 89-jarige leeftijd, acht jaar ouder geworden dan zijn bewonderde Johannes Althusius. In het ex-libris van de "Mr. H. Bos-bibliotheek" zijn zij voor altijd verenigd.

Nynke Leistra en Mathieu Knops