Van Jannetje op Jannetje: aantekeningen in een avondmaalsboekje

Van de 39 exemplaren van Het rechte gebruyck van des Heeren H. avondtmael aanwezig in de bibliotheek van de Vrije Universiteit heeft slechts een enkel een contemporaine aantekening in handschrift. Meestal gaat het om de naam van de bezitter, en dat zonder jaartal. Maar in een aantal exemplaren vinden we wat uitgebreidere aantekeningen, gedaan op een schutblad voor- of achterin, over belijdenis, geboorte en doop.

De namen van de dominees die in de aantekeningen worden genoemd, vallen in de meeste gevallen met enige zekerheid te achterhalen. Naar de overige namen kunnen we alleen gissen. Waarschijnlijk is dat het boekje cadeau werd gedaan aan wie belijdenis ging doen. Na je belijdenis mocht je immers deelnemen aan het Avondmaal. Zo heeft in exemplaar XP.08286 (gedrukt in Den Haag bij Joannes van Heekeren rond 1705) iemand aangetekend dat hij of zij op maandag 18 juni 1714 belijdenis heeft gedaan bij dominee Schulting. We weten dus niet wie belijdenis deed, maar de genoemde dominee is hoogstwaarschijnlijk Cornelis Schulting (1660-1725), die in 1714 predikant was in Amsterdam.

In exemplaar XP.07323 (in 1735 gedrukt bij de weduwe van Jacobus van Egmont in Amsterdam) staan enkele interessante aantekeningen waardoor we een kijkje kunnen nemen in het leven van de vermoedelijke bezitsters van het boekje, Jannetje Faas en later Jannetje van der Heijde.

Op 19 april 1738 deed Jannetje (ijannetie) Abramsse Faas haar belijdenis bij dominee Snetlake. De kans is groot dat Jannetje deze aantekening zelf heeft gemaakt, ervan uitgaande dat ze een jaar of 12 was toen ze haar belijdenis deed. Het handschrift is wat onhandig en er zit een schrijffout in de naam van de dominee ("domene Setlaken"), reden waarom ze op het voorafgaande blad opnieuw begint. Ook dan schrijft ze de naam nog niet helemaal goed. Waarschijnlijk gaat het om Martinus Snethlage, die vanaf 1737 predikant was in Amsterdam.

Getuigen bij de belijdenis waren, zo schrijft ze, Alexander (alixsander) van der Heijde en diens echtgenote Elisabet (elisebt) Paris en waarschijnlijk zijn zij het geweest die haar het boekje bij deze gelegenheid cadeau hebben gedaan. De naam Alexander van der Heijde komt terug in de volgende aantekening in het boek. Jannetje Faas was namelijk 15 jaar later, op 23 april 1753, getuige bij de belijdenis van ene Jannetje van der Heijde, samen met deze Alexander van der Heijde. De dominee bij deze belijdenis was "Kallekoen" (= Johannes Calkoen, vanaf 1752 predikant in Amsterdam?). Wat de relatie was tussen Jannetje Faas en Alexander van der Heijde is jammer genoeg niet duidelijk. En was Alexander de vader van de andere Jannetje, Jannetje van der Heijde? Van Jannetje Faas horen we verder niets meer, maar waarschijnlijk is dat zij haar boekje als belijdeniscadeau aan Jannetje van der Heijde heeft doorgegeven.

Er volgen nog 3 pagina's met geboorte- en doopberichten van de kinderen van Jannetje van der Heijde: op 7 januari 1765, maandagmorgen om half 5, werd Johannes Windemoet geboren, zoon van Jannetje van der Heijde en Cornelis Windemoet. Intussen was Jannetje van der Heijde dus getrouwd. De naam Windemoet komt waarschijnlijk uit Duitsland (Windemuth). De kleine Johannes werd gedoopt in de Nieuwe Kerk door dominee Muylman, mogelijk Wigbold Muilman (1728-1793), in 1765 predikant in Den Haag. Dit zou betekenen dat het boekje samen met Jannetje van der Heijde van Amsterdam naar Den Haag is verhuisd. Getuige bij de doop was Johanna Halverhoyt. Jannetje van der Heijde kreeg hierna nog 2 dochtertjes: Cornelia, geboren op woensdag 26 augustus 1767, 's avonds om half 10 en eveneens gedoopt in de Nieuwe Kerk, op de 30e, met als getuige Johanna Halverhoyt; en Johanna, geboren op 3 december 1774, 's avonds om half 8, gedoopt in de Nieuwe Kerk met weer als getuige Johanna Halverhoyt.

Jammer genoeg voor ons houden de aantekeningen hier op. Want wie was deze Johanna Halverhout? En hoe liep het af met de familie Windemoet? Nader onderzoek, bijvoorbeeld in de archieven van de Nieuwe Kerk in Den Haag, zou dat misschien kunnen uitwijzen.

Het bovengenoemde voorbeeld maakt duidelijk dat ook in andere genres dan bijbels, aantekeningen van familiaire aard zijn vastgelegd. Nadere bestudering van dit type boek kan dan ook een belangrijke bijdrage leveren aan de studie naar het boekenbezit en de leescultuur in deze periode.

Judith Grootendorst