Van zuiver zwart tot frivool verguld: De banden om 'Het rechte gebruyck van des Heeren H. avondtmael' in de VU

Als je alle 39 exemplaren van Het rechte gebruyck van des Heeren H. avondtmael uit de collectie van de UB VU naast elkaar legt, dient zich vanzelf een tweedeling aan: enerzijds bandjes met versiering en van een kostbaar materiaal, anderzijds bandjes die geen verdere pretenties hebben en gewoon in perkament of ongedecoreerd leer zijn gebonden. In de eerste categorie vinden we vier soorten, die ik hieronder behandel naar frequentie. Een soortgelijke frequentieverhouding treffen we overigens ook aan in de KB en de UvA.

Het eerste en meest voorkomende type band is van bruin kalfsleer met in goudstempeling twee kaders op de platten, hoekornamentjes op de hoeken van het binnenste kader en een al dan niet uit meerdere stempels samengesteld ornament op het midden van de platten. Dit type band wordt gerekend tot het semi-luxe bindwerk.

De tweede groep bestaat uit bandjes van zwart 'haaienleer' met meestal een blindgestempeld kader op de platten. Dit zeer duurzame en van een structuur voorziene leer is niet van haaien afkomstig, maar wordt gewoonlijk wel zo genoemd. Van welk dier het wel afkomstig is, is niet duidelijk; misschien van robben of walvissen.

De derde groep springt het meest in het oog. Het zijn bruine kalfsleren bandjes met een symmetrische goudstempeling die is opgebouwd uit vele losse stempels en het hele plat vult. De oorsprong van dit type bandstempeling ligt in Frankrijk in de eerste helft van de 17e eeuw. Rond 1660 komt deze stijl naar Nederland en de banden van dit type zijn voor het overgrote deel in Amsterdam gebonden. Zij behoren aanvankelijk tot het meest luxe bindwerk. De beroemdste exponent van deze stijl was de boekbinder Albertus Magnus (1642-1689). Deze stijl werd met wisselende kwaliteit tot circa 1730 nog gebruikt, maar na 1700 steeds meer gereserveerd voor kleine religieuze werkjes, waaronder Het rechte gebruyck. De VU bezit vijf exemplaren uit deze groep, waarvan er één zeker aan de Minnewit binderij is toe te schrijven (XP.05629) (Nynke-Fenthur), één aan de Small format binderij (XP.08286) en twee aan een aan Albertus Magnus gerelateerde groep (XI.06336 en XI.07862). Deze twee bandjes hebben een grotendeels identieke stempeling en zijn uit dezelfde binderij afkomstig.

De vierde groep bestaat uit bandjes van fluweel, waarvan de VU één tot de draad toe versleten exemplaar bezit (XP.08283). Deze vier groepen vallen alle onder semi-luxe en luxe bindwerk. Buitengewoon luxe bindwerk dat we voor deze periode wel op bijbels aantreffen, zoals schildpad, volledig zilveren banden dan wel met zeer rijke ornamentiek en met goud versierde banden, lijkt niet op Het rechte gebruyck zijn toegepast.

Beslag

Al deze typen meer of minder luxe banden kunnen voorzien zijn van zilveren sloten. Dit kunnen een of twee klampsluitingen zijn, die meestal van bescheiden afmetingen zijn, waarvan hierboven een voorbeeld is gegeven. Vaak hebben de muiters (de op het plat bevestigde delen van de sloten) een hartvorm, wat terug te voeren is op 1 Samuel 16:7, waar dit motief staat voor de innerlijke mens. (Doch de HEERE zeide tot Samuël: Zie zijn gestalte niet aan, noch de hoogte zijner statuur, want Ik heb hem verworpen; want het is niet gelijk de mens ziet; want de mens ziet aan, wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan.)

Een enkele sluiting is gedateerd. De jaarletter voor het jaar 1727 van het UB VU-exemplaar XP.06421 biedt voor de betreffende, ongedateerde druk met gegraveerd jaartal 1723 de mogelijkheid het verschijningsjaar tussen 1723 en 1727 te veronderstellen.

Over de decoratie op het zilverwerk valt op te merken dat de orthodoxe protestanten hierop geen figuratieve elementen wensten op grond van het Tweede Gebod (Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is. Exodus 20:4). Bij de iets minder strenge protestanten was een versiering van plant- en diermotieven, toegestaan. Bij meer vrijzinnige gemeentes tref je ook bijbelse figuren aan en zelfs allegorische afbeeldingen. Deze laatste zijn echter nog niet geattesteerd voor Het rechte gebruyck.

Uitgeversband

Alhoewel er voor de 17e en vroege 18e eeuw geen bewijs voorhanden is, zijn er wel indicaties dat we in deze periode waarschijnlijk te maken hebben met boekjes die gebonden verkocht werden. Voor de tweede helft van de 18e eeuw is een dergelijk bewijs wel te geven, in de vorm van een fondslijst van Hendrik Brandt waarin avondmaalsboekjes ongebonden en in verschillende banden te koop werden aangeboden. Een andere aanwijzing is het feit dat de meeste avondmaalsboekjes houten platkernen hebben. Houten platkernen worden gebruikt bij boeken waar men beslag op aanbrengt omdat het hout een grotere stevigheid heeft dan karton. Bij de avondmaalsboekjes heeft echter het overgrote merendeel van de boekjes met houten platkernen geen beslag. Dit is een indicatie voor het feit dat iemand, hoogstwaarschijnlijk de uitgever of boekhandelaar, de band heeft laten maken zonder beslag, maar met de mogelijkheid om er wel beslag op aan te laten brengen.

Waarschijnlijk moeten we ons voorstellen dat je bij de boekhandelaar kon kiezen uit reeds gebonden exemplaren, in ieder geval uit de eerste drie luxe groepen, en dat de koper kon beslissen of er nog beslag op het boek aangebracht moest worden. Het zou kunnen dat de boekhandelaar van ieder type enkele exemplaren op voorraad had en er bij liet maken zodra hij er wat verkocht had. Dit vermoeden wordt versterkt door het feit dat de uitgevers van de avondmaalsboekjes een compagnie hadden waaraan ook binderijen gelieerd waren.

De functie van de band en de banddecoratie

Decoraties zijn niet noodzakelijk voor het gebruik en behoud van boek of band. Wat kan het motief zijn geweest voor een decoratie of het gebruik van duurder materiaal? Deze vraag brengt ons naar het gebruik van het boek. Werd het meegenomen naar de kerk, of gebruikte men het alleen thuis in de familiekring? Het antwoord op deze vraag is niet eenduidig te geven Werd het boekje meegenomen naar de kerk, dan speelde statusuitdrukking zeker mee en was het tevens de bedoeling dat een ander kon zien wat de eigenaar zich kon veroorloven. Werd het alleen in de huiselijke sfeer of zelfs alleen individueel gebruikt, dan kan pronkzucht niet als motief gelden.

Een mogelijke verklaring voor de luxebanden is dat men deze boekjes als geschenk kreeg bij of ter voorbereiding op de belijdenis, waarna men aan het avondmaal deel mocht nemen. Dit was een plechtige viering waarbij een mooi cadeau, bijvoorbeeld een avondmaalsboekje of een Bijbel in een mooi bandje met zilverwerk, paste. Een soortgelijk gebruik zien we immers ook bij liedboekjes, die als presentjes in mooie bandjes werden gegeven ter gelegenheid van iets feestelijks. Een bevestiging van deze stelling in de vorm van een opdracht met een aanleiding is in een avondmaalsboekje niet overgeleverd, wel wordt er soms expliciet melding gemaakt dat iemand belijdenis heeft gedaan.

Een andere verklaring voor de verschillende bandtypen is het gebruik van verschillende typen door verschillende gezindten. Je zou kunnen denken aan een soberder type voor een strenger gezindte. Nu wil het feit dat van Het rechte gebruyck een versie voor strengere en voor minder strenge gelovigen bestaat. Een vergelijking van beide leert ons echter dat alle typen banden bij zowel de strengere als de minder strenge edities voorkomen.

'Avondmaalsbanden'?

De bandtypen die ik heb aangetroffen komen in deze tijd alle ook voor bij anderssoortige werken. Misschien kan het rijk gestempelde decor tussen 1710 en ca. 1730 als specifiek voor avondmaalsboekjes worden gezien. Een specifiekere context hebben ook de banden van zwart 'haaienleer'. Zij zijn dan wel niet exclusief bestemd voor Het rechte gebruyck, maar komen wel bijna uitsluitend voor om religieuze werken. In 1708 wordt in de Buchbinderphilosophie van Johann Gottfried Zeidler van zwart leer, in dit geval de zeer kostbare geiteleersoort, gezegd dat het wordt gebruikt: vor Geistlichen und zu geistlichen Büchern. Kennelijk geldt dit in Nederland ook voor 'haaienleer'. De enige uitzondering hierop vormen almanakken, die ook soms ook in zwart 'haaienleer' werden gebonden.

Een kwestie van geld...

Tot slot nog de vraag is welke bandjes het kostbaarst waren en wat men destijds het mooiste vond. Een antwoord hierop is niet met zekerheid te geven, maar waarschijnlijk waren de 'haaienleren' bandjes het duurst en hoogst gewaardeerd. Hierna wellicht de rijk gestempelde bandjes en dan de kaderbandjes. Zilverwerk was dan uiteraard nog weer extra luxe. De minder draagkrachtigen moesten het met perkament of ongedecoreerd leer doen.

Edwin Bloemsaat