Jan van Hoogstraten
Jaar:
1710

De dichter Jan van Hoogstraten (Rotterdam 1662 - Gouda 1756) woonde vanaf omstreeks 1712 in Gouda, alwaar hij in 1756 overleed. Hij was duidelijk een ‘minor poet’, die zich vooral verdienstelijk maakte als huisdichter van een aantal Goudse regenten.

Een van zijn minder bekende werken is zijn Stedekroon, of Aangeboren lof eeniger Hollandse steden, uit 1710, waarin hij het genre van het stedendicht beoefent (Gouda, SAMH, 512 F 69:3). Ook Gouda wordt bezongen:

[…]
Myn Schilderkunst in glas vind nergens wederga;
Dog dit is ’t minste van den Lof die ‘k heb verkoren,
Om boven andre, my te heffen, elk ten toon:
De groote Beverning uyt mynen schoot geboren,
Is ’t waardste siersel aan de parel van myn kroon.

Met Beverning wordt Hiëronymus van Beverningh bedoeld. Hij was een belangrijk en invloedrijk diplomaat, die zich bemoeid heeft met de Eerste Vrede van Westminster (1654). Hij werd gezien als de bedenker van de Akte van Seclusie, waarbij Willem III uitgesloten werd van de troonsopvolging. Ook aan andere vredesbesprekingen nam hij deel (Vrede van Breda; Vrede van Aken; Vrede van Nijmegen).

STCN-beschrijvingen

Hoogstraten, Jan van Stedenkroon, of Aangeboren lof eeniger Hollandse steden. [By Jan van Hoogstraten]. [1710]
4º: A4
Vingerafdruk: 000008 - b1 A ,$ : b2 A3 e$par
Part of: J. v. Hoogstraten. Mengelwerk, not before 1712
Gouda, Streekarchief Midden-Holland 512 F 69:3 (record in STCN)