Konstig en vermaakelijk tyd-verdryf der Hollandsche jufferen
Jaar:
1686

Anonymus, Konstig en vermaakelijk tyd-verdryf der Hollandsche jufferen, of onderricht der papiere sny-konst om in’t kort, uit wit papier alderley figuren […] of het konstige te konnen snyden. Beneffens een aanwijsinge en onderricht van het gereedschap, stof, en modellen of voorbeelden, daar toe dienende: met geestige manieren van snyden, en konstige waarnemingen soo door het schaartje, als door het mesje verrijkt, het eerste deel, Amsterdam: Jan Claesz ten Hoorn, 1686.

Dat de doelgroep van de vroegmoderne kunstenaarshandleidingen niet slechts professionals omvatte kwam al eerder aan de orde. De anonieme handleiding in het onderricht der ‘papiere sny-konst’, of ‘witte konst’ (‘ten aansien dat der een papiere prent-konst is, die de swarte konst genoemd wordt’) richt zich primair op een publiek van amateurkunstenaars die zich ‘eenige uuren […] met deeze aangenaame liefhebbery willen verlustigen.’ Meer specifiek was dit leerboek bedoeld voor welgestelde ‘Hollandsche jufferen’ die in het knippen en plakken een vermakelijk en deugdzaam tijdverdrijf vonden.

Met scharen en (pennen)mesjes van diverse afmetingen sneden zij figuren – ‘menschen, steden, bloemmen, voogelen, visschen’ – uit wit papier en plakten deze op gekleurde ondergronden, waardoor verschillende tafereeltjes werden vormgegeven. De titel van de handleiding verduidelijkt dat de hobbymatige knipper, bij wijze van hulpmiddel, diverse voorbeelden of sjablonen tot haar beschikking kreeg. In het exemplaar uit de collectie van het Rijksmuseum – vooralsnog het enige bekende – zijn deze voorbeelden niet meer terug te vinden; naar alle waarschijnlijkheid zijn ze verloren gegaan als gevolg van intensief gebruik. Mogelijk vormden de sjablonen het tweede deel van dit boekje, aangezien de bewaard gebleven titelpagina verwijst naar het eerste deel. De scharen, mesjes en Arabische gom die nodig waren voor het knippen en plakken van papier konden worden verkregen bij boekverkopers die ook pennen, potloden, inkt en linialen verkochten. Ten Hoorn – die meer boekjes uitgaf voor kunstliefhebbers, waaronder het eerdergenoemde Tover-boek uit 1684 – verduidelijkt: ‘dit dan en alles t geen tot het snyden behoort, sal men konnen bekomen, by Johannes ten Hoorn, of drukker deses werx.’ Interessant is dat Ten Hoorn ook diverse handleidingen over de chirurgie of ‘sny-konst’ uitgaf. Misschien mag ‘alles t geen tot het snyden behoort’ in de breedste zin opgevat worden?

Het papierknippen kon overigens wel degelijk professionele vormen aannemen en – de titel ten spijt – werd ook door mannen beoefend. Knipkunstenaars zoals Gerrit en Cornelis Schellinger, Joanna Koerten Block en Anna Maria van Schurman vervaardigden gedurende hun leven uiterst gedetailleerde en kunstige knipwerken die op veilingen voor hoge prijzen werden verkocht. In het voorwoord wordt de knipkunst door de anonieme auteur van deze handleiding zelfs geprezen boven de tekenkunst: ‘het geen een teykenaar in te teyken-konst met een pen, penseel en verf doet; dat doen wy alleen met een schaertje en mesje sonder verf: in sommige gaatse weeder de teyken konst te booven.’

De knipgekte kwam tot een hoogtepunt in de tweede helft van de zeventiende en het begin van de achttiende eeuw en nam uiteenlopende vormen aan. Niet zelden werden ook prenten – zowel goedkope centsprenten, soms met voorgedrukte kniplijnen (zogenaamde ‘snylinghen’), als het werk van peintre-graveurs – op kunstige wijze verknipt om vervolgens in verzamelalbums of plakboeken geplakt te worden. In de collectie van het Rijksmuseum zijn hiervan een aantal fraaie voorbeelden terug te vinden. Ook meubels werden met knipsels verfraaid, een activiteit die Mademoiselle Charlotte Aïsse in 1727 deed verzuchten: ‘women are mad enough to cut up engravings worth 100 livres apiece. If this fashion continues, they will cut up Raphaels.’ (DW)

Literatuur:
D.O. Kisluk-Grosheide, ‘”Cutting up Bercherms, Watteaus, and Audrans.” A Lacca povera secretary at The Metropolitan Museum of Art’, Metropolitan Museum Journal 31 (1996), pp. 81-97.

J. and J.P. Verhave, Schaar-kunst. Ontwikkeling van de papierknipkunst in Nederland, Arnhem 1983.

J. and J.P. Verhave, Geknipt! Geschiedenis van de papierknipkunst in Nederland, Zutphen 2008.

S. Metken, Geschnittenes papier. Eine Geschichte des Ausschneidens in Europa von 1500 bis heute, München 1978.

J. Zelen, ‘De schaar er in! Van knipkunst tot knipprent’, De Boekenwereld 30 (2014), pp. 50-53,

J. van der Waals, Prenten in de Gouden Eeuw. Van kunst tot kastpapier, Rotterdam 2006.

Links naar de genoemde boeken in de STCN-database:
Konstig en vermaakelijk tyd-verdryf, der Hollandsche jufferen