Maria Sibylla Merian, Der rupsen begin, voedzel en wonderbaare verandering, 1713-1717
Jaar:
1717
Auteur:
Maria Sibylla Merian
Genre:

Als kind uit een artistiek milieu - haar vader Matthias Merian is vooral bekend door zijn stadsgezichten en haar stiefvader had nog les gehad van de Jan Davidszoon de Heem - vertoonde Maria al vroeg een grote aanleg voor het schilderen van bloemen. Alhoewel haar Neues Blumenbuch nog sterk in de traditie van de voorbeeldboeken voor de borduurkunst lag, liet haar tweede boek Der Raupen wunderbare Verwandlung und sonderbare Blumen-nahrung (in de Nederlandse vertaling Der rupsen begin, voedzel en wonderbaare verandering, of kortweg het Rupsenboek) al een heel andere kant van haar werk zien.

In tegenstelling tot andere vrouwen schilderde Maria haar insecten niet slechts als decoratieve elementen in bijvoorbeeld een bloemenschilderij, maar beeldde zij ze af in de verschillende stadia die de diertjes doorliepen in hun leven. Het bijzondere aan de tekeningen van Merian is dat ze niet het resultaat zijn van wat andere schilders voordien hadden laten zien, maar een afspiegeling van wat de auteur zelf in de natuur zag.
Insecten werden niet langer als statische opgeprikte diertjes getekend, maar werden gesitueerd op een plant, vaak in de verschillende stadia van eitje via rups en pop tot vlinder zoals goed te zien is op plaat 8 uit deel 1 waar een Taraxacum officinale (gewone paardebloem) afgebeeld is. De beschrijving van het insect door Merian luidt als volgt:

'Op deze wilde Bloem vindt men in April een Rups, bruin van lyf. ze heeft aan 't hooft gelyk twee hoorntjes van swart hair, en op de rug nog vyf diergelyke overentstaande bosjes, en is vorders over 't lyf met geel hair bezet, zy maken in 't begon van May van haar eigen hair een Ovaal gespin en veranderen in een bruine Pop met geel hair bezet, gelyk onder vertoont wort, in 't laatst van May kwam daar een graauw Uiltjen uit gelyk boven op een blad verbeelt is'.

Het Rupsenboek was niet haar laatste werk op het gebied van de insecten en - uit artistiek oogpunt bekeken - ook niet haar beste prestatie, maar als symbool voor de veranderende kijk op de bestudering van insecten was het uniek. Erkenning voor haar werk kreeg Maria tijdens haar verblijf in Amsterdam via de gegoede burgerij die zich op hun buitenverblijven vermaakte met het kweken van exotische planten en het verzamelen van 'rariteiten' (fossielen, koraal, opgezette dieren, etc.) die zij via vrienden en kennissen uit de VOC-kring ontvingen. Deze invloedrijke kennissen hielpen Maria in 1699 -ze was toen 52- een reis te ondernemen naar Suriname met als resultaat het prachtige Metamorphosis Insectorum Surinamensis (1705). In binnen- en buitenland werd zij geroemd om haar gedegen kennis van het insectenrijk en er zijn zelfs plannen binnen de Londense Royal Society geweest - zonder resultaat overigens - om het Surinameboek te vertalen in het Engels.

Deel 1 van het Rupsenboek (Der Raupen wunderbare Verwandelung und sonderbare Blumennahrung) met 50 koperplaten verscheen al in 1679 in Nürnberg bij haar echtgenoot Johann Andreas Graff, het tweede deel verscheen in 1683 bij David Funken in Frankfurt en Leipzig. In 1713 en 1714 vertaalde Maria beide delen in het Nederlands en liet zij ze drukken bij Gerard Valk in Amsterdam. In het impressum is te lezen dat exemplaren van het boek, gedrukt dan wel 'afgezet' (ingekleurd) te verkrijgen zijn bij de auteur op haar adres 'in de Kerkstraat tussen de Leidsche en nieuwe Spiegelstraat over de Parssery de Swaan'.

In 1717 werd er een derde deel aan toegevoegd met haar observaties in Holland en Friesland, zoals ze al had aangekondigd in het voorwoord van het eerste deel. Een jaar later kwam het gehele werk uit in het Latijn (Erucarum ortus) bij Johannes Oosterwijk te Amsterdam die de koperplaten had verkregen van de erfgenamen van Maria Sybilla. Op zijn beurt deed hij de platen weer over aan zijn collega J.F. Bernard die in 1730 een Franse en een Nederlandse uitgave verzorgde met toevoeging van achttien extra platen die na Maria's dood waren gevonden tussen haar bescheiden (Histoire des insectes de l'Europe en De Europische insecten). Ook nu nog bestaat er belangstelling voor het werk van Maria Sybilla Merian; in 1991 kwam er nog een facsimile uit van de Latijnse versie van haar Rupsenboek.

Marja Smolenaars

STCN-beschrijving

Merian, Maria Sibylla [Der Raupen wunderbare Verwandelung. Dutch]
Der rupsen begin, voedzel en wonderbaare verandering. Waar in de oorspronk, spys en gestaltverwisseling [...] vertoond word. Text and drawings by Maria Sibilla Merian. Amsterdam, f. and s. the author (= M.S. Merian), s. G. Valk, [1713-1717].
4o: 3 vols [1: π1 A-C4 D4 (and 50 engr. ff.; D4 blank) 2: π1 *2 A-D4 (and 50 engr. ff.; D4 blank) 3: π1 A-C4 (and 50 engr. ff.)].
Vingerafdruk: 1: 000004 - *b1 A3 n: : *b2 D2 jes$
2: 000004 - a1=a2 * - b1 A $ : b2 D3 ertj
3: 000004 - b1 A2 om : b2 C3 re
Koninklijke Bibliotheek 292 B 47 (lacks vol. 3) (record in STCN)