How to be a Dutchie

Dit handschrift uit het midden van de twintigste eeuw geeft buitenlanders een fris-satirische kijk op de leefgewoontes van de Nederlanders. Een soort inburgeringscursus.

Op deze pagina vindt u een algemene inleiding bij How to be a Dutchie. Wilt u direct naar het gedigitaliseerde boek? Klik dan op de link in dit plaatje:

Vooroordelen over Nederlanders

Dit kleurrijke schriftje lijkt gemaakt te zijn om de bestaande vooroordelen over de Nederlander de wereld uit te helpen. De eerste bladzijden laten daarover geen misverstand bestaan. Een tekening van een in klederdracht gehulde Nederlander op klompen met een stenen pijp in de mond, wordt met een fors rood kruis doorgehaald. De tekst erbij is ook doorgestreept. Het bijschrift luidt: ‘no! no! no! nonsense!’.

Een 'inburgeringscursus'

Wat volgt zou men kunnen omschrijven als een inburgeringcursus. In fraaie scènes voorzien van verklarende teksten in het Engels wordt de buitenlander ingewijd in de soms wat merkwaardige Nederlandse zeden en gewoonten.

De auteurs zeggen dat je ieder jaar op 5 december de kans krijgt om je te verkleden, als Sinterklaas, en dat je zo uitgedost tegen je kinderen mag zeggen dat je hen naar Spanje zult ontvoeren, ‘of all places’. Maar de rest van het jaar zeg je alleen maar pedagogisch verantwoorde dingen.

Enkele bladzijden verder worden de Nederlandse koffie- en theegewoonten tegen het licht gehouden. De auteurs beweren dat er een strak schema is voor wanneer je thee of koffie serveert (folio 4v); als we hen moeten geloven dronk heel Nederland tussen 5 en 6 ’s middags ‘schnapps’.

Dertig manieren om 'silly' te zeggen

Hilarisch is de opsomming van dertig manieren om tegen iemand te zeggen dat hij gek is (folio 10v). ‘Je bent gek’, en ‘je bent niet lekker’ begrijpen we nog steeds, maar bij ‘je bent plemplem’ zullen de meeste mensen de wenkbrauwen fronsen. ‘Je bent rijp voor Meerenberg’, een verwijzing naar een psychiatrische inrichting te Bloemendaal, is ook in onbruik geraakt.

Andere onderwerpen zijn het gedrag van de ‘Dutchie’ in de tram, de vraag of meisjes wel of niet lippenstift mogen gebruiken, de ‘pleasant way’ om rauwe haring te eten, de traditionele rolverdeling tussen man en vrouw (een man die de krant leest terwijl zijn vrouw het huishoudelijke werk doet, is niet invalide), de stilte voor het gebed voor elke maaltijd, fietstochtjes naar de bollen, de gouden koets en de vijfde Nederlandse windstreek: 'tocht'.

De auteurs

De auteurs maken zichzelf bekend als Willy & Luc. Zij kennen Amsterdam goed, want veel tekeningen zijn gestoffeerd met Amsterdamse elementen. De aanwezigheid van een appendix waarin de kleuren goud, grijs, groen en rood worden gepresenteerd als de kleuren van Denemarken én de opmerking dat de Nederlander nooit ‘tak for mad’ of ‘velbekomme’ zegt bij het eten van aardappelen, doen vermoeden dat een in Denemarken verblijvend Amsterdams paar dit schriftje heeft gemaakt.