Internationale Vrouwendag

Jaarlijks wordt wereldwijd op 8 maart de Internationale Vrouwendag gehouden. De vrouwendag blijkt nog steeds nodig te zijn om aandacht te vragen voor de achterstelling van vrouwen en meisjes en de schending van hun rechten. Honderd jaar geleden was dat niet anders.

Algemeen kiesrecht

Het is nu nog maar moeilijk voor te stellen, maar vóór de Eerste Wereldoorlog streden ‘arbeiders’ –hun voormannen waren vaak heren– uit verschillende landen zij aan zij voor hun recht op fatsoenlijke betaling voor fatsoenlijk werk en voor algemeen kiesrecht. Een arbeider in Duitsland had meer gemeen met een arbeider in Frankrijk dan met iemand van de hogere klassen in Duitsland. En zo was het in veel landen. In het kielzog van de mannenstrijd ontstond ook de internationale strijd voor vrouwenkiesrecht.

Maar algemeen vrouwenkiesrecht was ook binnen het socialisme niet voor iedereen een uitgemaakte zaak. Zo werd er op de Vrouwenkonferentie van het Internationaal Socialistisch Kongres heftig gediscussieerd of de acties van de zogenoemde suffragettes gesteund moesten worden voor dameskiesrecht. Hiermee zou immers ‘de solidariteit met de arbeidersklasse [gebroken worden]’ en getrouwde vrouwen en arbeidsters zouden geen kiesrecht krijgen.

Waarom 8 maart?

De algemene vrouwendag werd voorgesteld door Clara Zetkin op de Vrouwenkonferentie in 1910. Zij verwachtte: ‘een grooten opbloei van de socialistische vrouwenbeweging van zulk een vrouwendag, die aan het voorbeeld der amerikaansche vrouwenbeweging ontleend is’.

In 1909 werd in de VS namelijk voor het eerst een vrouwendag georganiseerd, om een grote staking van arbeidsters in de textielindustrie te herdenken die op 8 maart 1908 plaatsvond in New York. Zij protesteerden tegen hun abominabele werkomstandigheden. Bijna tien jaar later, op 8 maart 1917, vond een vergelijkbare staking onder textielwerksters plaats in St. Petersburg. Later is 8 maart gekozen om wereldwijd aandacht voor vrouwenrechten te vragen, hoewel deze datum niet overal en altijd is aangehouden.

Na het kiesrecht – tegen de oorlog

In de jaren tien, twintig en dertig krijgen in steeds meer landen vrouwen het actief kiesrecht. Daarna richt de vrouwendag zich op andere onderwerpen. De economische crisis van de jaren dertig brengt (sociaal-democratische) vrouwen op de been ‘tegen fascisme en oorlog, voor brood en arbeid’. De algemene vredesbeweging was al eind negentiende eeuw opgekomen – in 1899 vond er een Internationale Vredesconferentie plaats in Den Haag – , maar kreeg nu een grotere aanhang. De Vrouwendag is dan inmiddels stevig verankerd.

Hoewel het achteraf lijkt of alleen socialisme en communisme zich sterk maakten voor de rechten en positie van vrouwen, via de kranten in Delpher vinden we ook andere, voorzichtiger geluiden ten gunste van vrouwen – bijvoorbeeld uit de hoek van de Christen-Historische Unie (een van de voorlopers van het CDA).

In de jaren vijftig, de beginjaren van de Koude Oorlog, leek de Internationale Vrouwendag besmet door het communistische etiket dat eraan kleefde.

Tweede feministische golf

Crisis, Tweede Wereldoorlog en de jaren van wederopbouw waren geen goede voedingsbodem voor verdergaande emancipatie. Werkende vrouwen raakten in veel gevallen hun baan kwijt als ze trouwden; ook was een gehuwde vrouw tot eind jaren ’50 handelingsonbekwaam en ondergeschikt aan haar echtgenoot. ‘Het enige recht van de vrouw was het aanrecht’ . Toen begin jaren ’60 de welvaart begon toe te nemen en meer meisjes hoger onderwijs en een opleiding volgden, en zich niet meer zo thuis voelden achter dat aanrecht, begon de tijd rijp te worden voor verdere emancipatie. De algemene belangstelling voor de Vrouwendag herleefde met de tweede feministische golf, eind jaren zestig, begin jaren zeventig. In West-Europa streden vrouwen voor het recht op zelfbeschikking over het eigen lichaam: recht op geboortebeperking, op abortus. In Nederland verenigden vrouwen zich in Dolle Mina, met als leuzen: ‘de vrouw beslist’ en ‘baas in eigen buik’. 1975 werd door de VN zelfs uitgeroepen tot Jaar van de Vrouw en in 1978 stelde de VN 8 maart als officiële Internationale Vrouwendag in.

Tegenwoordig is 8 maart zelfs voor officiële instituties als het Europees Parlement een dag om aandacht voor vrouwenrechten en vrouwenproblemen te vragen.

Vrouwen in tentoonstelling Geschreven Portretten: o.a. Annie M.G. Schmidt en Aletta Jacobs.

Vrouwen in tentoonstelling Geschreven Portretten: o.a. Annie M.G. Schmidt en Aletta Jacobs.

Denken over sekse in de eerste feministische golf / Ulla Jansz, 1990

Denken over sekse in de eerste feministische golf / Ulla Jansz, 1990

Een onwrikbaar geloof in rechtvaardigheid : Aletta Jacobs 1854-1929 / Mineke Bosch, 2005

Een onwrikbaar geloof in rechtvaardigheid : Aletta Jacobs 1854-1929 / Mineke Bosch, 2005

Van moeder op dochter /  red. van W.H. Posthumus-van der Goot en Anna de Waal, derde editie 1968. Eerste druk 1948

Van moeder op dochter / red. van W.H. Posthumus-van der Goot en Anna de Waal, derde editie 1968. Eerste druk 1948

Meid, wat ben ik bewust geworden : vijf jaar Dolle Mina / tekst  Marjo van Soest , 1975

Meid, wat ben ik bewust geworden : vijf jaar Dolle Mina / tekst Marjo van Soest , 1975

Tot hiertoe... en verder? : Haagse vrouwen over hun emancipatie in de jaren 60 en 70 / samenst. Heleen Hebly et al., 2010

Tot hiertoe... en verder? : Haagse vrouwen over hun emancipatie in de jaren '60 en '70 / samenst. Heleen Heblyet al., 2010

Joke Smit (1933-1981)

Joke Smit had Frans gestudeerd, was wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor Vertaalkunde in Amsterdam, redacteur van het tijdschrift Tirade, getrouwd en moeder van twee jonge kinderen, toen zij in 1967 naam maakte met haar artikel ‘Het onbehagen bij de vrouw’.

‘Het onbehagen bij de vrouw’

De tekst van een lezing over vrouwenarbeid die Joke Smit had gegeven, kwam via haar man Constant Kool terecht bij Hedy d’Ancona. D’Ancona vroeg Joke de lezing om te werken tot een artikel voor De Gids (verschenen in nr 9/10, 1967). Niemand kon toen voorzien dat dit de belangrijkste tekst van de tweede feministische golf zou blijken te zijn. Maanden schaafde Smit aan het stuk waarin ze uiteenzette hoe vrouwen zich zouden kunnen ontplooien en uit de fuik van het moederschap ontsnappen. Zij pleitte voor betere opleidingsmogelijkheden, anticonceptie, recht op abortus, kinderopvang, afschaffen van het kostwinnersbeginsel, gelijk loon voor gelijke arbeid, herverdeling van betaalde en onbetaalde arbeid voor zowel vrouwen als mannen. Zo wilde Smit allerlei beperkingen en rolpatronen doorbreken, waardoor vrouwen de kans zouden krijgen op een bevredigend, zelfstandig bestaan.

PvdA

Strijdbaar was Smit wel, maar ze wilde haar strijd liefst via de politieke kanalen voeren. Aangezien ze meende dat haar idealen bij de Partij van de Arbeid (PvdA) het beste vorm zouden krijgen, werd zij in 1967 lid van deze partij. Smit hoorde niet bij de linkervleugel van de partij waar mannen als Van der Louw en Van Dam te hoop liepen om de macht over te nemen. ‘Nieuw Links’ was niet geïnteresseerd in het vrouwenvraagstuk, maar alleen in de macht. Joke Smit wilde juist dat het feminisme een basis zou zijn voor de vernieuwing van de sociaaldemocratische opvattingen. Pas met de komst van de Rooie Vrouwen (1975) werd het vrouwenvraagstuk ook voor de PvdA een echt issue. Later vond Smit dat zij te naïef was geweest over een linkse thuishaven voor het feminisme.

In 1970 kwam zij voor de PvdA in de Amsterdamse gemeenteraad – en kwam al snel tot de ontdekking dat men niet zat te wachten op haar feministische ideeën. Ze hield het er nog geen twee jaar vol; in haar afscheidsspeech vergeleek ze de mannelijke manier van politiek bedrijven met een apenrots.

Man Vrouw Maatschappij

De Gids werd overspoeld met reacties op ‘Het onbehagen bij de vrouw’. Smit begreep dat de tijd rijp was voor een feministische organisatie. Dit moest een belangenorganisatie worden van deskundige vrouwen en mannen naar wie politiek en vakbonden zouden luisteren. Samen met D’Ancona en Inez van Eijk stuurde ze een programma rond aan iedereen die op ‘Het onbehagen’ had gereageerd en iedereen die volgens hen lid zou moeten worden van de belangengroep. Tegen het jaar 2000 zouden dan de idealen verwezenlijkt kunnen zijn. De actiegroep Man Vrouw Maatschappij (MVM) werd in oktober 1968 opgericht; veel hogeropgeleide dertigers met goede banen werden lid. MVM stond voor beïnvloeding van politiek en beleid, niet zozeer voor ludieke acties. Smit was daarvoor ook te veel onderzoeker en te weinig demonstrant. MVM hield zich twee decennia bezig met ‘beïnvloeding’; in 1988 werd de vereniging opgeheven.

Onder het kabinet-Den Uyl

Joke Smit droeg in 1974 met haar artikel ‘Feminisme en Socialisme’ bij aan de discussie over de beginselen van de PvdA. Ze pleitte voor individualisering, voor doorbreking van het gezinsdenken in de partij, dat ze feodaal noemde. Vrouwen stelden in het huwelijk om niet hun talenten en arbeidskracht in dienst van man en kinderen, zonder eigen inkomen. Werk binnenshuis en buitenshuis moest gelijk worden verdeeld. Het was tijd voor emancipatiebeleid; in andere landen kwam dat al van de grond. Het kabinet-Den Uyl besloot daarom zich te laten adviseren door een Emancipatie Kommissie. In december 1974 werd Smit na veel discussie over haar deelname, geïnstalleerd als lid van de EK. Veel vergaderingen kon zij niet bijwonen, maar ze zette haar vele ideeën op papier. Ze zette zich ook in voor het volwassenenonderwijs (de ‘moedermavo’) en leverde als lid van de ABVA (Algemene Bond van Ambtenaren) bijdragen aan de vernieuwing van de vakbond.

Privéleven

Joke Smit ontwikkelde zich tot een voorbeeld van wat haar voor ogen stond: een mens die de eigen talenten ten volle ontwikkelde, full time werk en gezin combineerde, het huwelijk openbrak – en later ook opbrak. Het persoonlijke was in haar geval werkelijk politiek. Haar ideeën en ervaringen heeft zij opgeschreven en op bandjes ingesproken. Jammer genoeg is haar omvangrijke archief niet ondergebracht bij Aletta, waar het thuishoort en onder de juiste condities zou worden bewaard, maar berust het bij haar laatste partner.

Marja Vuijsje heeft in Joke Smit, Biografie van een feministe (2008) recht gedaan aan Smits persoonlijkheid en ideeën en een genuanceerd beeld geschetst van deze strijdbare intellectueel van het feminisme. Vanaf midden jaren ’70 was Smit vaak ziek of op het randje van overwerkt. In september 1980 bleek ze kanker te hebben. Joke Smit stierf, amper 48 jaar oud, op 19 september 1981.

Haar naam leeft voort in scholen en straten, en in de tweejaarlijkse Joke Smit-prijs, die de regering in 1985 instelde. De prijs wordt op 8 maart, Internationale Vrouwendag uitgereikt. Veel van Joke Smits ideeën zijn ingevoerd, al heeft het wat langer geduurd dan ze had verwacht. Haar idealen zijn echter nog lang niet alle verwezenlijkt.

Literatuur

Links

Joke Smit : biografie van een feministe / Marja Vuijsje, 2008

Joke Smit : biografie van een feministe / Marja Vuijsje, 2008

Hé zus, ze houen ons eronder : een boek voor vrouwen en oudere meisjes / Joke Kool-Smit, 1972

Hé zus, ze houen ons eronder : een boek voor vrouwen en oudere meisjes / Joke Kool-Smit, 1972

Leidsvrouwen en zaakwaarneemsters : een geschiedenis van de Aktiegroep Man Vrouw Maatschappij (MVM), 1968-1973 / Anneke Ribberink, 1998

Leidsvrouwen en zaakwaarneemsters : een geschiedenis van de Aktiegroep Man Vrouw Maatschappij (MVM), 1968-1973 / Anneke Ribberink, 1998

Tussen konfrontatie en samenwerking : vijftien jaar pennetrekken door de Aktiegroep Man Vrouw Maatschappij / verschenen bij het 15-jarig bestaan van de Aktiegroep ManVrouwMaatschappij, 1983

Tussen konfrontatie en samenwerking : vijftien jaar pennetrekken door de Aktiegroep Man Vrouw Maatschappij / verschenen bij het 15-jarig bestaan van de Aktiegroep ManVrouwMaatschappij, 1983

Wat is er met de vrouwenbeweging gebeurd? : de Joke Smit-lezingen : voorafgegaan door Joke Smit 'Het onbehagen bij de vrouw' / Anja Meulenbelt ... et al., 1989

Wat is er met de vrouwenbeweging gebeurd? : de Joke Smit-lezingen : voorafgegaan door Joke Smit 'Het onbehagen bij de vrouw' / Anja Meulenbelt ... et al., 1989

Er is een land waar vrouwen willen wonen : teksten 1967-1981 / Joke Smit, 1984