Een diplomatieke rel: de zand- en grindaffaire, 1917 en 1918

In 1917 ontstond er een flinke diplomatieke rel tussen Engeland en Nederland over de Nederlandse doorvoer van Duits zand en grind naar België. We belichten deze affaire van twee kanten: onze Engelse stagiaire Will O’Rourke dook in de Britse kranten en onze eigen redactie onderzocht wat de Nederlandse kranten erover te melden hadden.

Deel I: De Engelse kranten

Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, verklaarde Nederland zich neutraal. Hoewel de grote oorlogsellende ons land bespaard bleef, was de oorlog voelbaar in het dagelijks leven. Door een Britse handelsblokkade en mijnenvelden op de Noordzee, en door Duitse onderzeeërs, die meer dan eens ook Nederlandse schepen tot zinken brachten, raakte Nederland geïsoleerd en in economische problemen.

Een diplomatiek geschil

Neutraal zijn betekende dat Nederland geen der strijdende partijen te veel tegemoet mocht komen. Soms belandde Nederland daardoor in een benarde positie. In het laatste kwartaal van 1917 diende zich een lastige affaire aan die Nederland alsnog in de oorlog had kunnen betrekken. Het Britse dagblad The Times publiceerde op 17 oktober 1917 een artikel ‘A check on unneutral acts’. In dit artikel beschuldigde The Times de Nederlandse regering ervan de neutraliteit geweld te doen door Duitse goederen bestemd voor militair gebruik door Nederland naar België te laten transporteren.

Het meningsverschil hierover liep zo hoog op, dat Engeland besloot om Nederland de toegang tot de onderzeese telegraafkabels te ontzeggen. Een tegenslag voor Nederland, dat geen contact met Indië meer kon leggen en nog sterker geïsoleerd raakte.

Times, 17 oktober 1917

Uit: The Times, 17 oktober 1917

Zand en grind als strijdmiddelen

De goederen waarom het ging waren geen kanonnen, munitie of ander wapentuig. Het betrof heel eenvoudig zand, grind en metaalschroot - een logistiek aspect van de oorlogvoering. Materiaal dat ongevaarlijk of zelfs nutteloos leek tijdens een oorlog waarin dagelijks duizenden het leven lieten. Maar voor de Entente waren die zaken net zo schadelijk als welk wapen of bom dan ook. Ze werden gebruikt voor militaire wegen, spoorwegen en militaire fortificaties bij plaatsen met namen die zijn blijven voortleven bij volgende generaties, zoals Passendale, Ieper en de versterkingen bij de Hindenburg linie, waar talloze Britten het leven lieten.

De grote slachtpartijen aldaar bracht de Britse gezant in Nederland, sir Francis Oppenheimer, ertoe in zijn memoires de Nederlandse minister van buitenlandse zaken Loudon ervan te beschuldigen ‘meer Engels bloed te hebben laten vloeien dan welke andere Nederlander in de geschiedenis’. Want, zo schreef Oppenheimer, doordat Nederland dit transport toeliet kon het Duitse leger veel sterkere verdedigingswerken bouwen, dan wanneer Nederland zich strikt neutraal had gehouden.

Het Britse standpunt was duidelijk. De Nederlandse regering was van mening dat zij de neutraliteit niet had geschonden, met het argument dat men niet kon vaststellen of het zand en grind werden gebruikt voor militaire of voor burgerdoeleinden. België had flink wat oorlogsschade opgelopen en dat vroeg om herstel. Daarvoor was dat zand en grind nodig.

De Britse Taunton Courier and Western Advertiser schreef dat Nederland het transport zeker zou stopzetten, indien Engeland kon bewijzen dat het materiaal werd gebruikt voor militaire projecten. Zo niet, dan gingen de transporten gewoon door.

Nu viel uiteraard moeilijk te bepalen, waar dat zand en grind terechtkwam. Maar de enorme hoeveelheden waarom het ging, deden sterk vermoeden dat veel ervan aan het front belandde. Bovendien hadden de Britten een aantal veroverde Duitse stellingen onderzocht. Daarbij was aan het licht gekomen dat het beton deels van Duitse bodem afkomstig was en hoogstwaarschijnlijk via Nederland was aangevoerd.

Nederland in een lastig parket

Nederland stond nu onder Britse druk om de transporten te stoppen. Duitsland wilde die laten doorgaan, want het betroffen naar Duits inzicht geen militaire benodigdheden. Na diplomatiek overleg met beide partijen besloot Nederland de transporten tot half november te laten doorgaan; Duitsland kon nog een kleine maand zand en grind aanvoeren. De woedende Engelse regering liet onmiddellijk het Nederlandse telegraafverkeer opschorten tot februari 1918. In de Britse pers verschenen beschuldigingen aan het adres van Nederland, zoals in de Western Daily Press (13 oktober 1917).

Western Daily Press, 13 oktober 1917

Uit: Western Daily Press, 13 oktober 1917

Neutraal middenin de oorlog

De crisis ontstond niet zomaar. Nederland was, door zijn ligging aan de Noordzee met Duitsland als buurland, eeuwenlang een belangrijke handelsnatie geweest. Nu moest het zijn internationale handel beperken. Bepaalde goederen vielen onder een embargo of mochten vanwege schaarste niet worden verhandeld. En Nederland moest alle vormen van smokkel voorkomen.

Om het handelsverkeer toch gecontroleerd te laten voortgaan was eind 1914 de Nederlandsche Overzee Trust Maatschappij (NOT) in het leven geroepen. Die monitorde zoveel als mogelijk de in- en export, maar door de oorlog verliep dat niet vlekkeloos.

Vanwaar alle commotie?

Er werd al sinds 1915 Duits zand en grind vervoerd naar België. Maar in de loop van 1917 wilden de oorlogvoerdende landen - na drie jaar oorlog - een beslissende slag slaan. Bovendien hadden de Britten begin oktober net een nauwelijks geslaagde campagne bij Passendale achter de rug. Dat de Duitse stellingen bleken te zijn versterkt met via Nederland vervoerde materialen stoorde de Engelse regering in het bijzonder. Nederland zou zelfs winst maken ten koste van Engelse levens.

Nederlands onderzoek

In 1915 had de Nederlandse regering al met enige zorg gekeken naar de hoeveelheden van de Duitse transporten. In eerste instantie had Nederland geprobeerd die tot 75.000 ton per maand te beperken. Na lang onderhandelen was men een maximum overeengekomen van 420.000 ton - mits de Duitse overheid garandeerde dat het zand en grind uitsluitend voor burgerdoelen was bestemd.

Om de Geallieerden gerust te stellen hadden twee Nederlandse militaire ingenieurs in België onderzocht waarvoor dat materiaal werd gebruikt. Zij konden niet vrijuit overal naspeuringen doen, maar concludeerden dat de Duitsers in het verleden op een aantal plaatsen inderdaad via Nederland vervoerd zand hadden gebruikt. Inmiddels zou dat niet meer het geval zijn.

Brits tegenonderzoek

Maar deze conclusie was in tegenspraak met bevindingen van de Britten, die in augustus 1917 een veroverde Duitse bunker hadden onderzocht. In het beton zaten bestanddelen die welhaast zeker via Nederland moesten zijn vervoerd; reden voor de Geallieerden om Nederland onder druk te zetten.

Tegelijkertijd ontdekten Nederlandse militairen dat Duitsland grotere hoeveelheden verscheepte dan afgesproken. Nederland schortte het Duitse vervoer op. Daarmee leek de zaak afgedaan, want Nederland had zich neutraal opgesteld en beide partijen gelijkelijk behandeld. Maar van Duitse zijde kwam een zeer dringend verzoek om toch alsnog 375.000 ton te kunnen vervoeren. Nederland vroeg daarop tweemaal waarvoor die vracht bestemd was, maar Duitsland gaf daar geen reactie op.

Beschadigde Duitse betonnen observatiepost

Beschadigde Duitse betonnen observatiepost bij Passendale, 26 september 1917. Bron: Imperial War Museum.

Geallieerden in het nauw

Voor de Geallieerden was 1917 tot dan toe een moeilijk jaar geweest. De revolutie in Rusland (februari 1917) en de daarop volgende wapenstilstand aan het oostfront betekende dat Duitsland grote aantallen troepen naar het westen kon overbrengen. In februari 1917 had Duitsland de onbeperkte duikbotenoorlog gelanceerd, waardoor nog meer schepen in de wateren rond Engeland verloren gingen. In april hadden de Verenigde Staten aan Duitsland de oorlog verklaard, maar het zou tot voorjaar 1918 duren voordat grote aantallen Amerikaanse troepen in Europa waren gearriveerd. Voor de Geallieerden was de situatie niet gunstig. Ieder succes werd met vreugde begroet en elke (vermeende) steun aan Duitsland was onacceptabel.

De Britse pers over sand and gravel

The Graphic besteedde een volledige pagina aan de zand- en grindcrisis, met een andere toonzetting dan de meeste artikelen over Nederlands neutraliteit. Het dagblad had lange tijd begrip opgebracht voor Nederlands benarde positie, maar ditmaal waren de Dutch te ver gegaan. Met de toegeeflijke opstelling van de Britten was het wat betreft The Graphic wel gedaan. Het dagblad oordeelde dat Nederland, door de geografische ligging, al bijna vanzelf een bondgenoot van Duitsland was. Nederland had zich evenwel strikt neutraal moeten opstellen en geen Duitse transporten mogen toelaten.

Schond Nederland de neutraliteit?

Andere dagbladen meenden dat Nederland willens en wetens met de neutraliteit marchandeerde. The Western Daily Press bijvoorbeeld beschuldigde Nederland ervan Duitsland actief te hebben gesteund en enkele commentatoren stelden dat die zand- en grindtransporten in volle wetenschap hadden plaatsgevonden. Volgens The Western Daily Press had Nederland geen reden verontwaardigd te doen over het verbreken van de telegraafverbindingen, want het was voldoende gewaarschuwd. Het wist dat Engeland de transporten als steun aan Duitsland opvatte en had de crisis kunnen voorkomen door die te laten stoppen.

Conclusie: een serious issue voor de Britse pers

De zand- en grindcrisis was een serious issue voor de Britse pers. Lange tijd beschouwden de bladen Nederland als slachtoffer van de Duitse agressie, zoals België dat natuurlijk in veel sterkere mate was. In oktober 1917 veranderde die houding en zetten de dagbladen vraagtekens bij de Nederlandse neutraliteit, omdat ze constateerden dat het Nederlandse doen en laten de Geallieerden schaadde. Die verandering viel te verklaren door het ongunstige verloop van de oorlog en de toenemende druk die te winnen. De pers berichtte nog wel positief over Nederland, maar werd kritischer en verlangde een strikte naleving van de neutraliteit, zodat Duitsland geen enkel voordeel genoot. De Britten beseften tegelijk dat de Nederlandse neutraliteit voor Duitsland meer voordelen had dan voor Engeland.

The Graphic, 10 november 1917

Uit: The Graphic, 10 november 1917

Deel II: De Hollandse kranten

Juli 1917, gekrakeel in de Nederlandse pers

De Nederlandse pers had de gewraakte transporten al eerder gesignaleerd. In juli 1917 verweet verweet het Algemeen Handelsblad dagblad De Telegraaf een ‘anti-Nederlandsche houding’. Volgens De Telegraaf begunstigde de Nederlandse regering Duitsland, omdat die de ‘doorvoer van zand en grind door Nederlandsche kanalen (voor Duitsche loopgraven aan het Fransche front)’ toeliet. Tezelfder tijd liet de regering aardappelen naar Duitsland exporteren in ruil voor steenkool, terwijl de voedselschaarste in eigen land almaar toenam. Volgens De Telegraaf - die zich steeds anti-Duits opstelde - benadeelde de regering het eigen volk (uit: Bredasche Courant, 20 juli 1917)

Engeland verbreekt Nederlands telegraafverkeer

Toen Britse onderzoekers eind september 1917 in Vlaanderen weer grind uit de Rijn aantroffen in veroverde Duitse stellingen, verbrak de geagiteerde Engelse regering de vitale Nederlandse telegraafverbinding met de Indische koloniën. Die verbindingskabels liepen via Groot-Brittannië. De verbinding zou worden hersteld, zodra Nederland ‘een einde zal hebben gemaakt aan het doorvoeren van zand, grind en metaalsplinters van Duitschland naar België’. Nederland kreeg het economisch nog moeilijker, want alle buitenlands telegraafverkeer viel stil (Middelburgsche Courant, 11 oktober 1917).

Een serieus conflict met Engeland?

De Britse regering had hier geen boodschap aan en ‘strafte’ Nederland door die telegraafverbinding te verbreken (1 oktober 1917), volgens Nederland een onrechtmatige daad (Leeuwarder Courant, 12 oktober 1917). Het geschil leidde tot juridische haarkloverij (De Tijd, 13 oktober 1917).

De Engelse pers geciteerd

De Nederlandse pers citeerde bij de berichtgeving over de kwestie regelmatig Engelse kranten. De Daily News toonde begrip voor de Nederlandse opstelling. Nederland zat sinds augustus 1914 beklemd in de maar voortdurende oorlog. Door deze sanctie ontstond een situatie, die ‘bijna met een commerciëele en economische vernietiging gelijk’ stond. Dat moest de Britse regering terdege beseft hebben (Nieuwsblad van het Noorden, 13 oktober 1917).

De Pall Mall Gazette stelde dat Groot-Brittannië tot dan toe Nederland ‘met zooveel consideratie behandeld’ had, dat mede daardoor de oorlog maar voortduurde. Bovendien kon iedereen begrijpen waarvoor dat zand en grind werd gebruikt.

De Telegraaf, 15 oktober 1917

Overgenomen uit de Pall Mall Gazette in: De Telegraaf, 15 oktober 1917

De Daily Chronicle meende dat het om ‘een zaak van koophandel’ ging en ‘volstrekt niet van internationaal recht’. Nederland maakte evenwel ‘betonversterking der fortificaties’ aan het Duitse front mogelijk.

De Telegraaf, 15 oktober 1917

Overgenomen uit de Daily Chronicle in: De Telegraaf, 15 oktober 1917

‘Zand en grind bestemd voor het front’

In Nederlandse kranten verschenen trouwens regelmatig gedetailleerde berichten die de Britse vermoedens leken te bevestigen. Zo was er een bericht over volgeladen schepen bij Roeselare, dichtbij het front, waar burgers de vracht moesten lossen. Het materiaal ging naar stellingen bij Passendale om militaire wegen te verharden. Op meer plaatsen in die regio werd het zand en grind gebruikt. (Tilburgsche Courant, 16 oktober 1917).

Deze berichten verkreeg De Telegraaf via correspondenten in België. Het dagblad beoogde hiermee niet ‘zelf een oordeel uit te spreken’, maar wilde de regering behulpzaam zijn ‘om tegenover het Duitsch standpunt achter de waarheid te komen’. De hoeveelheden zand en grind die naar België werden getransporteerd overschreden de jaarlijkse behoefte van België ruim, dat was bekend. Daarom zou een ‘onmiddellijk verbod van doorvoer van materialen steen en zand’ op zijn plaats zijn (De Telegraaf, 16 oktober 1917).

Duitse loopgraaf

Duitse loopgraaf, uit: Geheugen van Nederland

Tendentieuze berichtgeving

Diverse Nederlandse kranten vonden dat De Telegraaf tendentieus berichtte. Net zoals in juli dat jaar, toen De Telegraaf schreef dat Nederland het zand- en grindvervoer liet plaatsvinden zodat Duitsland de overige spoorlijnen kon benutten voor troepenvervoer. Dit soort ‘gestook tegen eigen regering’ stelden andere dagbladen aan de kaak (Het Centrum, 24 oktober 1917).

Eind oktober publiceerde De Telegraaf opnieuw gedetailleerd over de aanleg van wegen, tramlijnen, bunkers en de versterking van loopgraven. ‘Een deel van onze nationale pers’ meent dat het transport ervan door Nederland ‘geheel strookt met onze neutrale verplichtingen’. Het viel onmogelijk vol te houden dat Nederland niets van de echte bestemming wist (De Telegraaf, 31 oktober 1917).

Bemiddeling door internationale arbitrage?

Minister Loudon (buitenlandse zaken) stelde aan de Britse regering voor om de affaire voor te leggen aan een internationaal rechtscollege. De Engelse gezant in Nederland liet vervolgens weten dat zijn regering geen arbitrage wenste en het telegraafverkeer niet wilde herstellen (Middelburgsche Courant, 26 oktober 1917).

Uiteindelijk ging het zand- en grindtransport door tot 15 november.

Witboek van de affaire

Begin december 1917 bood minister Loudon de Tweede Kamer een zogeheten witboek aan, getiteld Doorvoer door Nederland uit Duitschland naar België en in omgekeerde richting. Dat bevatte tientallen met Duitsland en Engeland uitgewisselde nota’s en het verslag van de Nederlandse officieren die in België onderzoek hadden gedaan. Het witboek stelde dat Nederland het Britse besluit om het ’transatlantisch telegrammenverkeer’ te blokkeren in strijd was met internationale verdragen. Nederland nam met graagte kennis van ‘de wensch der Britsche regeering’ om ‘de meest vriendschappelijke betrekkingen met Nederland te onderhouden’ (Leeuwarder Courant, 3 december 1917).

Einde aan conflict met de Geallieerden

Bijna drie maanden nadat de transporten door Nederland waren beëindigd, hief ‘de Engelsche regeering het embargo op de Britsche kabels’ op.

Nieuwe problemen in april 1918

In april 1918 verzocht Duitsland om ‘niet voor militaire doeleinden bestemd’ zand en grind door Zuid-Limburg en over de Rijn te mogen vervoeren. De Nederlandse regering maakte bezwaar en zat wederom met een geschil, dat ‘even ernstig [kon] zijn als dezelfde kwestie verleden jaar tusschen onze regeering en de Engelsche het was.’ (Leeuwarder Courant, 23 april 1918).

Na meer dan drie jaar patstelling, drongen Centrale legers de Geallieerden in het westen terug. De Duitse legerleiding wilde alle middelen inzetten, waaronder de aanvoer van zand en grind via Nederland. Mocht Nederland volgens Duitsland te zeer dwarsliggen, dan moest Nederland het ergste vrezen (Middelburgsche Courant, 23 april 1918).

De spoorlijn Roermond-Weert

Duitsland verzocht ook om over de spoorlijn Roermond-Weert materiaal naar België te mogen vervoeren. Nederland stemde toe, maar die lijn mocht ‘voor geenerlei militair vervoer … dienen’ en wilde daarover onderhandelen. Zoals bij de zand- en grindkwestie met Engeland een half jaar eerder, was de vraag of Duitsland nu veel geduld zou hebben.

Een serieuze dreiging?

Vooralsnog dreigde geen gevaar uit Duitsland (Algemeen Handelsblad, 24 april 1918), maar minister Loudon zei in de Eerste Kamer ‘dat de kwestie zeer ernstig is’. Hij kon geen verdere mededeling doen. (Eindhovensch dagblad, 25 april 1918). Dit gebrek aan informatie wekte ontstemming bij de Nederlandse pers. Inmiddels waren uit voorzorg de militaire verloven ingetrokken; hoe serieus was het nu?

Kwestie opgelost

Dagen achtereen volgden berichten over de zand- en grindkwestie en de druk die de oorlogvoerende landen uitoefenden. Het wekte de indruk ‘dat de eerbied voor onze neutraliteit … niet is versterkt, maar verzwakt’ Raakte ons land alsnog in de oorlog betrokken? De Telegraaf was er op 3 mei niet gerust op. Een dag later meldde de Bredasche Courant dat de ‘kwestie met Duitschland’ over vervoer over water of via de spoorlijn Venlo-Weert opgelost was.

Volgens de Leeuwarder Courant (6 mei 1918) was dat maar de vraag. Nederland was wel akkoord met Duitsland, maar zou Groot-Brittannië daarmee genoegen nemen? Als de Britten die goederen als ‘oorlogsmateriaal’ bestempelden, was er weer een conflict. Volgens de Leeuwarder Courant had Nederland nadrukkelijk moeten aansturen op internationale arbitrage, zodat een onpartijdige instantie een uitspraak deed.

Een einde aan de affaire

In mei 1918 verdween de zand- en grindproblematiek uit het nieuws. De gestage Duitse opmars in Noord-Frankrijk eiste de aandacht van Duitsland en de Geallieerden op.

Na de oorlog werd duidelijk dat de Duitse legerleiding een militaire operatie in Nederland heeft overwogen. Maar een tweede front openen in West-Europa en de Nederlandse kustlijn moeten verdedigen, dat vond Duitsland toch te riskant.

Historicus Maartje Abbenhuis stelt dat Nederland het bij tijden zwaar te verduren kreeg tijdens de oorlog. Volgens haar heeft deze zand- en grindaffaire Nederland heel dicht aan de rand van de oorlog gebracht (zie: The art of staying neutral, The Netherlands in the First World War, 1914-1918, 2006).

Zie ook