WO I: 28 juni 1914, de aanslag op Frans Ferdinand

Het eerste schot van de Eerste Wereldoorlog werd gelost door een Servische nationalist, Gustav Prinzip. Het slachtoffer was Frans Ferdinand, aartshertog en troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije. Hoe werd dit nieuws in Nederland ontvangen?

In 1908 had Oostenrijk-Hongarije - de Donaumonarchie - de regio Bosnië-Herzegovina geannexeerd, waar veel Serviërs woonden. Dat had geleid tot onrust in buurland Servië en allerlei groeperingen beraamden acties, met het uiteindelijke doel een Groot-Servisch Rijk te stichten.
Op 28 juni 1914 bracht de Oostenrijks-Hongaarse aartshertog en troonopvolger Frans Ferdinand een bezoek aan Sarajevo, de hoofdstad van Bosnië-Herzegovina. Tijdens een rijtoer nam de auto waarin hij reed een verkeerde afslag en belandde juist waar Gustav Prinzip stond. Prinzip was een Servische actievoerder die met enkele anderen een aanslag had voorbereid. Met twee schoten vermoordde hij de aartshertog en diens echtgenote.

Het bericht in Nederland

Uiteraard kwam dit nieuws - via de telegraaf verspreidden nieuwsberichten zich snel in Europa - in Nederlandse kranten. Het Nieuws van den dag van 29 juni 1914 wijdde twee-en-een-halve kolom aan de aanslag en berichtte over deelnamebetuigingen uit veel Europese hoofdsteden. Diezelfde dag zette Nieuwe Rotterdamsche Courant het bericht op de voorpagina, met als toelichting dat Frans Ferdinands bezoek eigenlijk als een welwillend gebaar naar de Bosnische bevolking was bedoeld. Dezelfde krant meldde dat men in Parijs vreesde dat de aanslag ‘onberekenbare gevolgen’ kon krijgen. Dagblad Het Volk zette het nieuws op pagina 3, met de toevoeging dat de oude Oostenrijks-Hongaarse keizer Frans Jozef de zoveelste tegenslag in zijn leven moest meemaken.

Het Nieuws van den Dag, 29 juni 1914

Uit: Het Nieuws van den Dag, 29 juni 1914

Andere reacties

Op 1 juli berichtte de Nieuwe Rotterdamsche Courant over tegen Servië gerichte betogingen in Sarajevo, waarbij enkele gebouwen en huizen van Serviërs waren vernield. De Servische pers schreef dat het bezoek van Frans Ferdinand aan Sarajevo, precies op een Servische nationale feestdag, een provocatie was geweest.
Het Rotterdamsch Nieuwsblad van 1 juli voorzag in een commentaar dat de betrekkingen tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië konden verslechteren, waardoor Servië bij Rusland eventueel om steun zou kunnen verzoeken.

Rouwdiensten, uitvaart en achtergrond van de aanslag

Begin juli kwamen in Nederlandse kranten berichten over rouwdiensten en over de uitvaart van het vermoorde paar. De Nieuwe Rotterdamsche Courant van 3 juli rapporteerde dat Prinzip lid was van een chauvinistische beweging die aansluiting van Bosnië bij Servië nastreefde. Die Serviërs zagen Frans Ferdinand als een obstakel dat uit de weg moest worden geruimd. In het socialistische dagblad Het Volk van 4 juli las men dat de Serviërs in Bosnië van Oostenrijkse zijde te maken hadden met ‘brutale onderdrukking’ en met provocaties.

Pennenstrijd in de pers

Het Rotterdamsch Nieuwsblad van 7 juli meldde op de voorpagina dat het onderzoek naar de aanslag in Sarajevo volop doorging. In de stad werden de openbare gebouwen bewaakt om nieuwe aanslagen te voorkomen. In Oostenrijkse en Servische kranten voerden journalisten ‘met oostersche felheid’ … ‘een leeuwengevecht met woorden’ over de toedracht en de gevolgen. Het Rotterdamsch Nieuwsblad merkte dat de ‘betrekkingen tusschen de beide landen meer en meer gespannen worden’. Het Hongaarse volksdeel voelde wel voor een ‘gewapend optreden tegen Servië’, maar keizer Frans Jozef zelf niet en de verwachting was dat tegen de tijd dat het onderzoek was afgerond, de gemoederen bedaard zouden zijn. In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 8 juli kon de correspondent vanuit Wenen melden dat er ‘geen gevaar van oorlog met Servië’ bestond.

Nieuwe Rotterdamsche Courant van 8 juli 1914

UIt: Nieuwe Rotterdamsche Courant van 8 juli 1914

Later in juli

De Nieuwe Tilburgsche Courant nam op 13 juli een kort bericht op dat achttien personen, allen Serviërs, schuldig of medeplichtig zouden zijn aan de aanslag. Zij zouden voor het gerecht komen.
In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 14 juli besprak de Weense correspondent de toestand en meende ‘dat het vroeg of laat toch tot een oorlog met Servië komen moet’ omdat ‘Servië noit zal ophouden naar Bosnië en Herzegowina te hunkeren’.
Het Rotterdamsch Nieuwsblad plaatste op 20 juli een bericht over de Oostenrijkse aartshertog Frederik die was toegetreden tot het keizerlijk opperbevel. Uit Servië kwam van hogerhand de mededeling dat er ‘geen militaire maatregelen’ waren genomen die alarmerend zouden zijn. Niettemin had Servië 110.000 manschappen op de been gebracht, de krijgsmacht was daardoor op halve oorlogssterkte.
De aanslag was inmiddels zo’n drie weken geleden. Wie in Nederland de kranten volgde, kwam nog geen echte oorlogstaal tegen.

Het Oostenrijks ultimatum

Dat veranderde nadat Oostenrijk op 23 juli aan Servië een ultimatum had voorgelegd dat ongeveer het opgeven van de Servische soevereiniteit bedong. Oostenrijkse ambtenaren moesten bijvoorbeeld vergaande bevoegdheden in Servië krijgen om activisten op te sporen. De Nieuwe Rotterdamsche Courant van 25 juli sprak van ‘krasse eischen’, in feite het passeren van een point of no return. Allerlei ander Europees nieuws had die maand tot dan de boventoon gevoerd, nu bleek dat ‘haast ongemerkt de wolken in het Oosten van Europa zich tot een dreigend onweder hebben saamgepakt’. Dat Servië het ultimatum zou accepteren leek onwaarschijnlijk, maar dan dreigde oorlog. Aansluitend nam de Courant enkele scenario’s door, waaronder Russische inmenging, mocht er een oorlog uitbreken.

Nieuws van den Dag, 27 jukli 1914

Uit: Nieuws van den Dag, 27 jukli 1914

Oorlogsgerucht

Het Nieuws van den dag van 27 juli plaatste een artikel onder de titel ‘Oorlogsgerucht’. De krant betreurde het dat ‘beschaafde staten’ als Oostenrijk met oorlog dreigden en noemde ook het ‘wereldcongres voor den vrede’ dat in september zou bijeenkomen, ironisch genoeg in Wenen. Het dagblad concludeerde dat Oostenrijk de aanslag aangreep om met Servië en de daar actieve anti-Oostenrijkse groeperingen af te rekenen. Een dag later plaatste het Nieuws van den dag een uitgebreid artikel over de Servische geschiedenis. Het artikel besloot ermee dat het Oostenrijkse ultimatum ‘de oorzaak is geworden van een breuk tusschen Oostenrijk en Servië, welke in een oorlog dreigt over te gaan’. Het Servische leger had overigens een brug in de buurt van Belgrado over de Donau al opgeblazen; Belgrado grensde direct aan Oostenrijk-Hongarije.

Oorlog: de strijd is al aan de gang

‘Oostenrijk-Hongarije heeft aan Servië den oorlog verklaard’ schreef de Nieuwe Rotterdamsche Courant op 29 juli. De Courant meende verder dat de monarchie, met al zijn etnische minderheden, geen broeinest als Servië naast zich kon dulden. Was Oostenrijk er eerder voor teruggeschrokken krachtig te handelen, nu zette het door. Blijkbaar was men er in Wenen van overtuigd ‘dat Rusland … niet tusschenbeide zou komen’. Verderop in het dagblad stond de mededeling dat ‘aan de Bosnisch-Servische grens de strijd reeds aan de gang is’. Op dezelfde pagina stonden allerlei reacties uit de grote Europese hoofdsteden. De teneur daarvan hing af van het standpunt van de commentatoren.

31 juli 1914

Op 31 juli berichtte de Nieuwe Rotterdamsche Courant over dergelijke ‘jobstijdingen, die de kans op het behoud van den Europeeschen vrede uiterst klein deden lijken’. Het ging om officiële uitlatingen vanuit de Europese hoofdsteden en berichten over op handen zijnde mobilisaties. Meer daarover in volgende bijdragen, en dan vooral over de reacties in Nederland.

Meer lezen

Bovenstaande is een greep uit de krantenberichten uit juli 1914. In Delpher is veel meer te vinden over de ontwikkelingen in Europa in 1914 en de commentaren daarop.