WO I: De Duitse inval in België door Nederlandse ogen

Nederland kreeg, neutraal aan de zijlijn staande, toch een hoop voor de kiezen tijdens de Grote Oorlog van 1914-1918. Nederlanders konden vlakbij de grens zien wat zich afspeelde in het geteisterde België. Van de inval in België en de schending van Nederlands grondgebied tot de vluchtelingen en deserteurs. In dit artikel wordt de Duitse opmars door het land van de zuiderburen gevolgd door Nederlandse ogen.

Von Schlieffenplan

De Duitse generaal Von Schlieffen had een aanvalsplan opgesteld in geval van een oorlog met Frankrijk. Het uitgangspunt daarbij was om Frankrijk, de gevaarlijkste tegenstander, te verslaan nog voordat het Russische leger op volle sterkte was. De Fransen hadden de Frans-Duitse grens versterkt. Daarom zouden Duitse legers door Limburg en België trekken, in zuidelijke richting achter de Franse linies om oprukken en de toevoerlijnen afsnijden. Dat betekende een schending van de Nederlandse en Belgische neutraliteit. Von Schlieffen’s opvolger Von Moltke schrapte in 1907 de doortocht door Nederland uit het strijdplan. Het neutrale Nederland moest de Duitse ‘Luftröhre bleiben, damit wir atmen können.’ Nederland diende zo als luchtpijp voor Duitsland: op die manier bleef handel mogelijk en hoefde de Nederlandse kust niet verdedigd worden tegen een eventuele Engelse aanval.

De Duitse inval

België ontsprong de dans niet. Op 2 augustus eiste Duitsland door België vrije doortocht naar Frankrijk. België verwierp dit ultimatum, nadat Engeland en Frankrijk steun hadden toegezegd. Op 4 augustus trokken de Duitse troepen bij het Vierlandenpunt**, **vlak langs de Nederlandse grens, België binnen. In De Tilburgsche Courant meldde een correspondent vanuit Vaals dat tussen 6 en 12 uur een Duits legerkorps van 30.000 man België was binnengevallen. De Duitsers bezetten Visé al na enkele uren, maar het Belgische leger blies de bruggen over de Maas op. De Duitse eenheden trokken langs de Nederlandse grens naar Lixhe en probeerden een brug bouwen. Daar werden ze vanaf de tegenoverliggende oever constant onder vuur genomen. Visé was toen al opgegeven; ’s avonds was de brandende stad te zien vanuit Maastricht.

Nederlanders bij de grens

Nederlandse burgers kijken vlakbij de Belgische grens naar een Duitse legerplaats, uit: Vluchten voor de Groote Oorlog: Belgen in Nederland 1914-1918, 1988, pag. 16

Het gebulder van de kanonnen

De kranten geven een idee van hoe dichtbij de Nederlandse grens de oorlog woedde. In het Het nieuws van den dag werd op 5 augustus vanuit Maastricht gemeld dat ‘het gebulder der kanonnen’ duidelijk te horen was en men het vuur kon zien oplaaien. Ook werden er vliegtuigen en zeppelins – ‘vliegmachines en een bestuurbare luchtballon’ – boven Maastricht waargenomen. Op onderstaande afbeelding is het oorlogsgebied van de eerste dagen getekend. De Duitse eenheden die een brug over de Maas wilden bouwen bij Lixhe, bevonden zich slechts op honderd meter afstand van het Nederlandse plaatsje Eijsden.

Gevaar aan de grens

Op sommige plaatsen aan de Nederlandse grens was het ronduit gevaarlijk. In Mesch werden op 7 augustus alle mensen geëvacueerd. Alleen de burgemeester en twee wethouders bleven achter. Men mocht niet langer naar het plaatsje afreizen vanwege rondvliegende kogels. De Tilburgsche Courant meldde op 10 augustus kort dat een huis op Nederlands grondgebied, dichtbij Lixhe, in brand was geschoten door rondvliegende granaatkartetsen.

Rotterdamsch Nieuwsblad, 8 augustus 1914

Een kaartje van de Stelling van Luik uit het Rotterdamsch Nieuwsblad van 8 augustus 1914. Net onder Maastricht en Eijsden liggen Lixhe en Visé, waar de eerste gevechten dichtbij de Nederlandse grens plaatsvonden.

Op Nederlands grondgebied

Op 8 augustus stond in De Tilburgsche Courant een rapportage van twee jongens uit Tilburg die uit nieuwsgierigheid naar Mesch waren gegaan. Op één meter van de Belgische grens zagen ze in de verte het Duitse leger met zwaar geschut en wagens beladen met munitie. Plots werden ze gesnapt door een Duitse patrouille.

Onze beide Tilburgers werd met de revolver in de hand ‘Hande auf’ bevolen en op barschen toon gevraagd of zij in het bezit waren van wapenen. Toen eindelijk onze zegsman de kans kreeg het gezelschap te legitimeeren en er op te wijzen, dat de Duitschers eigenlijk op Nederlandschen bodem stonden, was hun leven minder in gevaar. De opgewonden Duitschers bemerkten nu hunne vergissing, boden verontschuldigingen aan en maakten aanstonds rechtsomkeer, tot groote verademing van onze Tilburgers […]

Zulke vergissingen werden vaker gemaakt. Niet op alle plekken was het voor de Duitse soldaten even gemakkelijk te bepalen op wiens grondgebied ze zich bevonden. Uit het opgenomen bericht uit De Tijd van 5 augustus, blijkt dat Nederlandse pogingen om dit duidelijk te maken, onbedoeld voor verwarring zorgden.

Neutraliteit in gevaar?

Ondertussen hield men er in het zuiden van Nederland rekening mee bij de oorlog betrokken te kunnen raken. In Limburg, Noord-Brabant en Zeeland werd de staat van oorlog uitgeroepen. Mocht België erin slagen de Duitse inval te weerstaan, dan zou Duitsland zich wellicht terugtrekken door Nederland en zou Nederland zijn neutraliteit moeten verdedigen. Wel had de Duitse keizer Wilhelm II verzekerd de Nederlandse neutraliteit te respecteren, zolang daar een Oranje op de troon zat. Toen het front zich halverwege augustus richting Luik verplaatste, werd het aan dat gedeelte van de grens rustiger. Aan de grens zag het Nederlandse leger nog wel herhaaldelijk groepen Duitse soldaten. Die hadden de nadrukkelijke instructie gekregen Nederlands grondgebied te mijden en maakten inderdaad rechtsomkeert als ze Nederlandse grenswachten zagen.

De Tijd, 5 augustus 1914

Soms zorgden de pogingen van Nederlanders om duidelijk te maken in welk land men zich bevond voor verwarring bij de Duitse soldaten. Uit: De Tijd, 5 augustus 1914.

Klaar voor de slag

Op 16 augustus had het Duitse leger alle forten bij Luik ingenomen. De Belgische regering was al verhuisd van Brussel naar het sterk verdedigde Antwerpen. Twee dagen later volgde het Belgische leger. Het Duitse legercommando vestigde zich in Brussel. Nu kwam voor de bevolking in Zeeuws-Vlaanderen de oorlog gevaarlijk dichtbij. Op 25 augustus hoorde men in Hulst voortdurend het bulderen van kanonnen. Antwerpen bereidde zich voor op de verdediging.

De val van Antwerpen

Op 28 september begon de strijd om Antwerpen. De hoofdmacht van het Duitse leger trok Noord-Frankrijk binnen en zo’n 100.000 Duitse soldaten moesten Antwerpen innemen. De Stelling bleek niet bestand tegen het moderne Duitse geschut: één voor één werden de buitenste forten en schansen in puin geschoten. Ook de – toen nog minieme – Engelse en Franse hulp kon de stad niet redden en op 7 oktober eisten de Duitsers overgave van Antwerpen. Na weigering werd de gehele stad ontruimd en trok het Belgische leger zich terug in de richting van Gent. Op de avond van 8 oktober begon het bombardement van Antwerpen. Meer dan 4000 granaten en 140 bommen deden hun verwoestende werk. Duizenden burgers verdrongen zich op de kaden om een uitweg te vinden uit de brandende stad.

De Telegraaf, 11 oktober 1914

Tekening van Louis Raemaekers naar aanleiding van de val van Antwerpen. In: De Telegraaf, 11 oktober 1914.

Vanuit Roosendaal

In Roosendaal volgde men ongerust de ontwikkelingen. Het brandende Antwerpen was in de verte te zien. In De Tijd van 8 oktober 1914 werd gemeld dat de hele nacht een grote vuurgloed zichtbaar was boven Antwerpen. Het bombardement was zo hevig dat de huizen in Roosendaal trilden. Ook in Krabbendijke waren de schoten van de kanonnen tot in de huizen hoorbaar. Een inwoner schreef dat iedereen de straat op ging om ‘dit onvergetelijke moment in de wereldgeschiedenis te bespreken en het zo ten volle mee te maken’.[1] Zelfs op Walcheren vreesden de inwoners voor schade aan hun huizen.

Belgische vluchtelingen

Al in de eerste dagen van de oorlog waren er veel Belgen naar Nederland gevlucht. De val van Antwerpen veroorzaakte echter een enorme stroom vluchtelingen. Honderdduizenden Belgen passeerden bij Hoogerheide en Wouw de Nederlandse grens. In een lange stoet liepen ze met ezelwagens, hondenkarren, krui- en kinderwagens urenlang om het neutrale Nederland te bereiken. Ze brachten de nacht door in de berm, zonder onderdak, eten of drinken.[2] In totaal vluchtten circa één miljoen Belgen naar Nederland. Een half miljoen week uit naar Frankrijk of Engeland. De meeste vluchtelingen keerden terug naar hun land nadat de Duitsers daarvoor toestemming hadden gegeven. Zo’n 100.000 vluchtelingen zouden tot het eind van de oorlog in Nederland blijven.[3]

Deserteurs en krijgsgevangenen

Niet alleen burgers ontvluchtten België. In de eerste oorlogsdagen kwamen er 52 Belgische en 179 Duitse militairen bij Limburg de grens over. Deze werden, wonderlijk genoeg, in dezelfde kazerne in Alkmaar geïnterneerd. Kort daarna werden de Belgen overgebracht naar het Kamp Gaasterland. Toen Antwerpen viel kwamen er 40.000 Belgische soldaten naar Nederland om aan krijgsgevangenschap te ontkomen. Een aantal soldaten slaagden erin in burgerkleding naar Engeland te ontkomen om vervolgens weer dienst te nemen in het Belgische leger.

Regelmatig verschenen berichtjes in de krant van nieuwe krijgsgevangenen en deserteurs. Niet altijd bereikten ze de Nederlandse grens. Zo berichtte De Tilburgsche courant op 27 augustus dat een professor uit Leiden had gezien hoe drie Duitse deserteurs vlak voor de grens uit de trein werden gehaald en meteen werden gefusilleerd.

De neutraliteit geschonden?

In België deden in de eerste oorlogsweken veel geruchten de ronde dat Nederland het Duitse leger over haar grondgebied had laten gaan. Deze anti-Nederlandse gevoelens werden aangewakkerd door de Duitse bezetter. Wie de kranten erop naslaat, begrijpt waar die geruchten vandaan kwamen. Er waren meldingen van vliegtuigen die het Nederlands luchtruim schonden en verdwaalde soldaten die niet geïnterneerd werden. Zo was er een Duitse eenheid over Nederlands grondgebied gelopen op de Moelingerweg, een weg die België voor 500 meter deelt met Nederland. De Nederlandse regering stelde zich pragmatisch op als het ging om de neutraliteitshandhaving. In de jaren daarna werd de Nederlandse neutraliteit nog vaak genoeg op de proef gesteld.

Voetnoten

[1] Maartje Abbenhuis. ‘Als de oorlog aan de deur klopt: de aantrekkelijkheden, gevaren en mogelijkheden van neutraliteit aan de grenzen van Nederland, 1914-1918.’ In Wankel Evenwicht (2007, pag. 33).
[2]
Kammelar, Rob. De Eerste Wereldoorlog door Nederlandse Ogen (2007, pag. 60)
[3]
Michaël Amara, Vluchten voor de oorlog 1914-1918 (2004, pag. 14).

Verder lezen