WO I: De Indische nationale beweging en de Eerste Wereldoorlog

De Indonesische onafhankelijkheid is een van de kantelpunten in de geschiedenis van Indonesië en Nederland tijdens de twintigste eeuw. Het ontstaan van de Indische nationale beweging ligt in de jaren vóór de Eerste Wereldoorlog. Tijdens de oorlog kreeg de beweging een enorme impuls. Voor een deel was dat een direct gevolg van de oorlogssituatie.
Aantal geslaagden aan de HBS in Indie per etnische groep

Aantal geslaagden aan de HBS per etnische groepering.

Bovendien waren de Nederlanders, als het er op aan kwam niet bereid werkelijke macht, invloed en status met de inlandse bevolking te delen. Dit zette kwaad bloed bij de inlandse elite.

Het ontstaan van een autochtone elite

Het Nederlandse gezag in Indië had tijdens de negentiende eeuw de bevolking in drie etnische groepen opgedeeld: Europeanen, Aziaten (vooral etnische Chinezen) en inlanders. Hoewel het hoger onderwijs vooral voorbehouden bleef aan Europese studenten, ontstond er toch een kleine inheemse burgerlijke elite die in Indië, Nederland of elders in Europa hoger onderwijs gevolgd had. Deze hoogopgeleide elite wilde graag in aanmerking komen voor de ambtelijke functies die bij hun niveau hoorde - en de daarbij behorende salarissen. Het Nederlandse rassenbeleid – want daar kwam het in feite op neer – zorgde ervoor dat vooral Europeanen in de hogere functies belandden.

De invoering van de Ethische politiek creëerde veel nieuwe functies voor hogeropgeleiden. Bestuurders, ambtenaren, leraren, ingenieurs en wetenschappers waren nodig om het beleid vorm te geven en uit te voeren. In plaats van zoveel mogelijk gekwalificeerde inlanders op deze posten te benoemen, kwam in het begin van de twintigste eeuw een nieuwe golf Europeanen naar Nederlands-Indië. Inlanders kwamen er nauwelijks tussen en het ambtenarenapparaat bleef vooral blank en Europees. Nog in 1938 was van de hoge ambtenaren meer dan 90% Europeaan. Alleen in de lagere ambtelijke functies waren veel inlanders werkzaam.

Verdeling van de ambtenaren naar bevolkingsgroep

Verdeling van de ambtenaren naar rang en bevolkingsgroep

Frustratie en organisatie

Het gebrek aan kansen en mogelijkheden was frustrerend voor veel inlanders. Deze frustraties leidden tot de oprichting van een aantal organisaties die tot doel hadden de inheemse Indische bevolking meer zeggenschap over hun eigen lot te geven. Het begon in 1908 met de oprichting van Boedi Oetomo (Het Schone Streven). Deze organisatie bestond vooral uit Javaanse ambtenaren. Boedi Oetomo wilde de Javaanse bevolking verheffen door middel van onderwijs en streefde naar politieke invloed. Door het elitaire karakter van de beweging kreeg zij echter nooit brede steun onder de bevolking.

Sarekat Islam

De grote Islamitische gemeenschap in Nederlands-Indië begon zich in het begin van de twintigste eeuw ook te organiseren. Onder de naam Sarekat Islam (Islamitische vereniging) stelde deze organisatie zich vanaf 1909 tot doel de belangen van Islamitische handelaren te beschermen tegen de concurrentie van Chinese ondernemers. Het Nederlandse beleid bevoordeelde Chinese handelaren namelijk ten opzichte van hun inlandse collega’s. Sarekat Islam riep op tot een boycot van Chinese handelaren en organiseerde anti-Chinese protesten.

Prijsstijgingen

Vanaf 1913 waren er in overal in Archipel slechte rijstoogsten. Om hongersnood te voorkomen besloot de Nederlands-Indische regering de export van Indische rijst naar het buitenland te verbieden. Dit bleek een wijs besluit toen een jaar later de Eerste Wereldoorlog uitbrak. De oorlogvoerende landen kochten grote hoeveelheden rijst op de wereldmarkt om van voldoende levensmiddelen verzekerd te zijn. Daardoor stegen de rijstprijzen sterk. Maar aanvankelijk niet in Nederlands-Indië. Daar waren de prijzen in 1914 en 1915 door regeringsmaatregelen zelfs lager dan normaal. Dit veranderde in 1917, toen door aanhoudende slechte oogsten toch een rijsttekort ontstond. Omdat de oorlogvoerende landen massaal scheepsvrachten onderschepten, kwam de invoer van rijst naar de Indonesische Archipel in het gedrang. De rijstprijzen stegen er in 1918 met 28%. Het Nederlands gezag moest ingrijpen om die prijsstijgingen af te remmen.

Dreigende opstand

De slechte oogsten, de voedselschaarste en de sterke prijsstijgingen deden de armoede in Nederlandsch-Indië toenemen. Deze bedreiging van de bestaanszekerheid van grote groepen inlanders vormde een voedingsbodem voor politieke radicalisering. Vooral Sarekat Islam en de communistische partij kregen steeds meer aanhang. De Russische revolutie (1917) was voor communistische partijen in veel landen een inspiratiebron. Ook voor de Indische communisten, die trachtten rellen, opstanden en muiterijen te organiseren.

Toen in het najaar van 1918 ook in Duitsland revolutie uitbrak en het in Nederland onrustig was door Troelstra’s revolutiepoging, leek een wereldwijde socialistische revolutie aanstaande. Het snel in marxistische richting geradicaliseerde Sarekat Islam eiste politieke zeggenschap, uitte openlijk kritiek op de regering in Batavia, en verkondigde te streven naar de onafhankelijkheid van Indonesië.

Bestuur in het nauw

Het Nederlandse gezag onderkende het gevaar van een opstand in Nederlands-Indië, maar stond geïsoleerd. Omdat de oorlog in Europa nog niet voorbij was kon het moederland geen militairen naar Indië zenden. Die waren in Nederland nodig voor het handhaven van de neutraliteit. Bovendien waren troepentransporten naar Indië vrijwel onmogelijk vanwege de oorlog op zee. Dit alles bracht het koloniaal bestuur ertoe om de nationalisten tegemoet te komen in de wens tot inspraak en zelfbestuur. De nationalisten legden deze tegemoetkomendheid evenwel uit als een teken van zwakte van het bestuur. Zij voerden de druk op en waren minder bereid tot compromissen.

Ondertussen werden Sneevliet en andere Europese communistische leiders op beschuldiging van opruiing verbannen uit Nederlands-Indië. Dit had tot gevolg dat de leidende functies in de ISDV werden overgenomen door Indische communisten. Zij plaatsten het streven naar onafhankelijk veel hoger op hun politieke agenda dan hun Nederlandse voorgangers.

Literatuur

Nationalism and revolution in Indonesia / George McTurnan Kahin, (1952), NL 92 E 6029
The Netherlands Indies and the Great War, 1914-1918 / Kees van Dijk (2007), NL 92 E 4074