WO I: De laatste trein naar Duitsland

In de zomer van 1914 sloot Nederland zijn grenzen voor het naderend oorlogsgeweld. De gevolgen voor de Nederlandse samenleving waren groot.

Sluiting van de grenzen in de zomer van 1914

En toch kwam er een breuk in deze wereld, een breuk die ook moeder niet meer tegen kon houden. Zoals het altijd gaat met de heel erge dingen, ze komen zelden ineens. Het begin van die breuk was nauwelijks te merken. Midden in het seizoen, midden in deze weelde, klonk er een woord: Krieg. [1]

In de eerste dagen van augustus volgden de oorlogsverklaringen in Europa elkaar snel op. Dit had grote gevolgen voor het internationale verkeer. Wie van huis was probeerde snel terug te komen naar zijn of haar eigen land. Dienstplichtigen vertrokken om aan de oproep tot mobilisatie gehoor te geven en toeristen haastten zich om nog ongehinderd de grens over te kunnen gaan.

Bewaking van de grenzen

Er werden steeds meer maatregelen genomen om de grenzen te sluiten. Voor Nederlanders in de grensgebieden betekende dit een ingrijpende verandering van hun dagelijkse leven. In De Telegraaf van 2 augustus berichtte men vanuit Sittard dat de brug tussen Nederland en Duitsland was afgesloten met kettingen en zware voertuigen. Ook een aantal Nederlandse arbeiders die de voorgaande dag naar hun werk in Emmerich wilden gaan, werden bij de grens tegengehouden. Deze was met prikkeldraad, planken en met stenen gevulde tonnen gebarricadeerd.

Nieuwe Rotterdamsche Courant, 3 augustus 1914

Mobilisatieoproepen uit Frankrijk en Duitsland. Uit de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 3 augustus 1914.

Nieuwe Rotterdamsche Courant, 4 augustus 1914

Oproeping om gehoor te geven aan de dienstplicht. Uit de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 4 augustus 1914.

Het consulaat

Op 3 augustus hadden de meeste landen in Europa de mobilisatie inmiddels afgekondigd. De consulaten riepen hun dienstplichtige landgenoten op zich in hun thuisland te melden. In de Nieuw Rotterdamsche Courant van die dag staan oproepen van Zwitserland, Oostenrijk-Hongarije, Duitsland, Frankrijk en de Britse marine. Het Engelse consulaat meldt namens The Royal British Navy in dezelfde krant dat '[a]ny man failing to report himself without delay in compliance with this order will be liable to arrest as a deserter.' Ook was het voor de buitenlandse soldaat niet mogelijk zich vrij te bewegen in Nederland: een neutraal land was verplicht militairen uit oorlogvoerende landen te interneren.

Verlaten plaatsen

Vooral in de badplaatsen was het vertrek van vakantiegangers en dienstplichtigen goed merkbaar. Het Scheveningse Kurhaus moest zelfs zijn concertuitvoeringen staken, omdat vrijwel het gehele Franse huisorkest Lamoureux voor de dienstplicht werd opgeroepen.
Daarbij was de ontzetting in Scheveningen groot toen op dinsdag 28 juli de pier met hekken afgesloten bleek en bewaakt werd door militairen. Toen kozen al veel vakantiegangers het zekere voor het onzekere en braken hun vakantie vroegtijdig af. Op de dag van de Nederlandse mobilisatie stroomde de badplaatsen leeg. Hans Tielemeijer (1908 – 1997) woonde met zijn ouders in Zandvoort, waar zijn vader een hotel had. Hij beschreef de paniek op die eerste augustus in Spelen met je leven. Mensen die ik gekend heb.

Ik rende naar huis, maar daar was de hel losgebroken. De kelnerinnen (2) hadden hun koffers al gepakt en eisten hun aandeel in de fooienpot. Vader greep in zijn geldkistje en gaf zo maar een handvol bankbiljetten. Moeder was boven, de gasten drongen om haar heen, ze smeekten, eisten, brulden om de rekening. Moeder was spierwit, haar haar was een beetje losgeraakt en met nerveuze ogen probeerde ze steeds weer de situatie, die haar uit de hand liep, te overzien. (3)

Nieuwe Rotterdamsche Courant, 1 augustus 1914

Aankondiging van beperkt treinverkeer. Deze meldingen verschenen in de eerste twee weken van augustus met regelmaat. Uit de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 1 augustus 1914.

Drukte op het station

Er waren niet alleen grote aantallen dienstplichtigen en vakantiegangers die terug wilden keren naar hun thuisland, er was ook een groot tekort aan treinen. Zowel voor 1, 2 als 3 augustus kondigden maatschappijen in de kranten aan dat er in verband met de Nederlandse mobilisatie weinig treinen beschikbaar waren voor het publiek. Er ontstond enorme drukte op de stations en de treinen waren overvol. Hans Tielemeijer ontvluchtte de commotie thuis en ging kijken op het station:

Ook buiten renden mensen, de omroeper stond beneden op het plein en sloeg tegen zijn koperen bekken en brulde: ‘De laatste trein naar Duitsland vertrekt om twee uur, zegt het voort, de laatste trein naar Duitsland vertrekt om twee uur.’ Mensen klampten hem aan en vroegen en vroegen, hij duwde ze van zich af en begon opnieuw op zijn bekken te slaan. (…) Ik vluchtte weg en buiten werd ik door een stroom mensen meegetrokken naar het stationsplein, waar van uur tot uur de chaos groter werd. Het personeel van het station had de deur gesloten en steeds als die deur even openging, duwde en drong de hele massa naar de ingang, die dan onverbiddelijk weer dichtgedrukt werd als er een twintigtal binnen was. (…) Ze schreeuwden en gilden door elkaar heen; al die mensen die gisteren nog liepen te flaneren en beleefd tegen elkaar waren, vochten nu met elkaar. Ja inderdaad, iedereen was gek geworden. (4)

Aan het eind van de dag lagen overal achtergelaten koffers, mantels, hoeden en tennisrackets. Verder was het station compleet verlaten.

Vertrek Amerikanen

Bijna alle Amerikanen die in Europa op zomervakantie waren probeerden via de haven van Rotterdam naar Engeland of de Verenigde Staten te komen. De Hollandsche Waterweg was een van de laatste veilige routes om het Europese vasteland te verlaten. In de Nieuwe Rotterdamsche Courant van vrijdag 8 augustus werd verslag gedaan van het vertrek van de Nieuw Amsterdam van de Holland Amerika Lijn.

Bij groote drommen zijn zij uit de badplaatsen en de weeldesteden opgeschrikt en weggevlucht, en het is de meesten aan te zien wat een vermoeienis, wat een angsten zij hebben uitgestaan aleer zij eindelijk Rotterdam bereikten. (…) Een Amerikaan zei: Wij zijn alleen maar blij, dat we weg kunnen uit den heksenketel van Europa, want wie weet, gaat de val niet achter ons dicht? En op de vluchten hierheen hadden verscheiden hunner immers zóóveel verschrikkingen gezien van een paniek, waarin sommigen, uit Duitschland gekomen, de deserteurs uit hun treinen hadden zien halen en doodschieten voor hun ogen. (…) En in dien ontstellenden cycloon gingen hun koffers verloren, wat nog het minste was, waar tal van gezinnen uit elkander werden gerukt, en hoeveel weerlooze vrouwen, hoeveel mannen letterlijk zoek zijn geraakt?

Alsnog probeerden honderden Amerikanen zich tevergeefs aan te melden voor de overtocht. Hoewel de Nieuw Amsterdam zo veel mogelijk bedden aan het schip had toegevoegd – de eerste klasse werd verdubbeld van 310 naar 620 bedden – bleven er op die dag naar schatting tweeduizend reizigers op de kade achter.

Nederlandse vakantiegangers

Ook Nederlanders die in het buitenland verbleven probeerden terug te keren. Zij liepen hierbij tegen dezelfde problemen aan als mensen die Nederland uit wilden komen. De treinen reden niet of waren overvol, bagage raakte kwijt en grenzen waren gesloten of alleen te passeren door smeergeld aan de douane te geven. C.A.P. Ivens (de vader van Joris Ivens) herinnerde zich de terugreis van zijn vakantie in Zwitserland: ‘Alle ellende van een reis à la Sardine hebben wij doorgemaakt. Sardines liggen ten minste nog. Wij stonden meestal.’ (5) En ze stonden zonder te kunnen slapen, eten, drinken en zonder geld. Duizenden reizigers moesten anderhalf uur wachten voor twee locomotieven, om uiteindelijk te horen dat deze beschikbaar zouden worden gesteld aan de krijgsmacht. Dankzij een meelevende controleur uit Stuttgart konden Kees Ivens en zijn vijf kinderen na een reis van 36 uur toch de Nederlandse grens oversteken.

Een moeizame terugreis

In Het Volk van donderdag 6 augustus deed een jonge arbeider, werkzaam in Hannover, verslag van zijn terugreis naar Amsterdam. In de krant las hij over de Nederlandse mobilisatie en hij moest zich zo snel mogelijk melden. Zijn reis verliep moeizaam en allerlei personen maakten misbruik van zijn situatie. Zo ook op het consulaat, waar men probeerde hem tweemaal een smak geld te laten betalen voor zijn reispas. Vervolgens wilde een kruier hem smeergeld aftroggelen. Drie treinen en een overnachting bij een grensstation verder, kon hij niet verder: de treinverbinding was verbroken. Per boerenkar zette hij, uiteraard tegen een betaling van 10 mark, zijn reis voort. Ook op het douanekantoor moest hij betalen om verder te mogen. Toen hij weer in Nederland aankwam, wilde het gemeentehuis zijn laatste marken niet meer wisselen. Uiteindelijk ontmoette hij iemand die tegen een winst van 3 cent per stuk zijn laatste 7 marken voor guldens om wilde wisselen. Hij reisde verder per boemeltrein naar Groningen en kwam na de zware reis twee dagen later aan in Amsterdam.

Verder lezen

Niet alle Nederlanders keerden terug. Jorge Groen schreef een boek over de Nederlanders die er om allerlei redenen voor kozen in buitenlandse krijgsdienst te gaan, in een zoektocht naar avontuur, om aan de wens van hun Franse geliefde te voldoen, uit liefde voor hun tweede vaderland of in de hoop eerder te kunnen emigreren: Jorge Groen – Nederlanders in de Grote Oorlog (2004)

Voetnoten

(1) Hans Tielemeijer, Spelen met je leven. Mensen die ik gekend heb. Den Haag, 1965 (25).
(2) Uit Oostenrijk. Oostenrijk-Hongarije had Servië al op 28 juli de oorlog verklaard.
(3) Tielemeijer (pag. 28-29).
(4) Tielemeijer (pag. 29).
(5) C.A.P. Ivens. De laatste trein. In R. Kammelar, J. Sicking en M. Wielinga. De Eerste Wereldoorlog door Nederlandse ogen. Amsterdam, 2007 (pag. 40).