WO I: De onbeperkte Duitse duikbotenoorlog in 1917

Op 1 februari 1917 kondigde de Duitse regering een onbeperkte duikbotenoorlog af als antwoord op een verscherpte Britse zeeblokkade. Nederland ondervond direct de gevolgen, omdat ook neutrale schepen gevaar liepen getorpedeerd te worden. Welke gevolgen had de duikbotenoorlog voor Nederland en hoe reageerde men hierop? De kranten uit Delpher vertellen het verhaal.

De oorlog op zee

Door de verscherpte Britse blokkade op zee en de uitzichtloze oorlogssituatie zag Duitsland zich genoodzaakt om uit een ander vaatje te tappen. Aan het westelijk front was een patstelling ontstaan die weinig ruimte liet voor nieuwe offensieven. Nadat Engeland in februari 1915 een zeeblokkade van Duitse havens had ingesteld, sloeg Duitsland terug door Britse koopvaardijschepen in de wateren voor de Engelse kust te aan te vallen. In januari 1917 intensiveerden de Britten hun zeeblokkade. Het Duitse antwoord liet niet lang op zich wachten.

1917: Duitsland begint een onbeperkte duikbotenoorlog

De Duitse regering kondigde op 1 februari 1917 een onbeperkte duikbotenoorlog aan in reactie op de Britse verscherpte maatregelen. Voor Duitsland leek een duikbotenoorlog de enige mogelijkheid om de oorlog te winnen. De Duitse militaire leiders waren ervan overtuigd dat deze taktiek Engeland binnen drie maanden op de knieën zou dwingen.

De onbeperkte duikbotenoorlog hield concreet in dat Duitsland alle schepen, zowel vijandelijke als neutrale, in zogenaamde Sperrgebiete zonder enige waarschuwing tot zinken zou brengen. Vóór 1 februari waren in principe alleen vijandelijke schepen doelwit van de Duitse duikboten, hoewel al menig Nederlands schip door Duits toedoen tenonder was gegaan.

Nederland over zee onbereikbaar

In Nederland maakte men zich zorgen. Vanuit zee was Nederland al moeilijk te bereiken door de Engelse blokkade, maar nu leek scheepvaart geheel onmogelijk te worden. Het socialistische dagblad het Volk schreef over ‘slechte tijden’ en dat de Duitse duikbotenoorlog ‘zelfs in het gunstigste geval niet minder dan een ramp’ voor Nederland betekende. Het Volk zag het somber in:

Het Volk, 2 februari 1917

Uit: het Volk, 2 februari 1917

Nederlandse scheepvaart stilgelegd

Nu de Nederlandse schepen zoveel gevaar liepen, nam de regering maatregelen. Op 1 februari werd het reders verboden hun schepen te laten uitvaren. De regering wilde verzekerd zijn van de veiligheid en onschendbaarheid van de neutrale scheepvaart voordat de scheepvaart hervat werd. Begin februari liet de regering in de Tweede Kamer weten dat ‘er geen reden tot ongerustheid’ was, hoewel ‘de heele handelsvloot verlamd was en de visscherij stillag’ (Uit: De donkere poort, deel II, 1931, p. 112).

Uitvaarverbod in Britse havens

Veel neutrale schepen deden tijdens de oorlog Britse havens aan, maar vanwege het toegenomen gevaar vreesde Groot-Brittannië dat dit aantal aanzienlijk zou teruglopen. Direct na afkondiging van de duikbotenoorlog verbood de Britse regering daarom Nederlandse schepen om uit te varen. Neutrale schepen mochten alleen de Britse havens verlaten als daar een gelijkwaardig vaartuig met vracht voor in de plaats kwam. Op 12 februari 1917 schreef de Leeuwarder Courant:

Nederlandse schepen getorpedeerd

Doordat de onbeperkte duikbotenoorlog een dag na de afkondiging startte, waren veel schepen die op zee voeren er nog niet van op de hoogte. In die eerste weken werden verschillende Nederlandse schepen tot zinken gebracht. Op 22 februari vond een grote ramp plaats: zes schepen met kostbaar graan verdwenen in de golven. Deze schepen hadden die dag de Engelse haven Falmouth verlaten met een vrijgeleide, maar de kapitein van de de Duitse U-21 (U was de afkorting van Unterseeboot) had daar blijkbaar geen boodschap aan.

Misdadige duikbootoorlog

De Telegraaf veroordeelde de Duitse acties scherp en zette uit verontwaardiging bij berichten over de duikbotenoorlog vaak het woord ‘misdadig’ in de kop:

Verschillende dagbladen waren niet mild in hun uitspraken. Zij spraken van een ‘wanhoopsdaad’ die de oorlog in een nieuwe fase zou brengen. Hiermee zouden het ‘laatste restje volkenrecht’ en zelfs het ‘laatste spoor van menschelijkheid’ zijn opgegeven:

Schadevergoeding door Duitsland

De Nederlandse regering protesteerde wel tegen het torpederen van Nederlandse schepen, maar kon niet echt een vuist maken, omdat zij Duitsland niet te zeer tegen zich in het harnas wilde jagen. De Duitse regering bood evenwel excuses aan voor de op 22 februari getorpedeerde schepen en zegde nieuwe schepen toe om de schade te vergoeden:

De Nederlandse regering probeerde door verder overleg bij Duitsland een coulanter houding te bereiken jegens neutrale Nederlandse schepen, maar het mocht niet baten. Duitse duikboten boorden in de maanden daarna nog verschillende Nederlandse schepen de grond in.

April 1917, de Verenigde Staten verklaren de oorlog

De verscherpte duikbotenoorlog was voor de Verenigde Staten een van de redenen om deel te gaan nemen aan de oorlog tegen Duitsland. Voor Nederland was dit een ramp, aangezien ons land hiermee een belangrijke neutrale medestander verloor. Bovendien hielden de Verenigde Staten een half jaar later Nederlandse schepen vast, naar eigen zeggen ‘gedwongen’ door de oorlogssituatie. De Verenigde Staten beschikten over te weinig scheepsruimte en wilden de Nederlandse schepen gebruiken voor troepentransporten. Dit druiste in tegen het oorlogsrecht, maar Nederland stond machteloos. In het Nieuwsblad van Friesland stond:

Wankel evenwicht in neutraliteit

Een ander belangrijk gevolg van de onbeperkte duikbootoorlog was dat Nederland nog afhankelijker werd van de geallieerden. Voor de invoer van graan, kunstmest, veevoer en andere levensmiddelen was Nederland aangewezen op Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Nu ook de Verenigde Staten in de oorlog waren, verbonden de geallieerden voorwaarden aan deze leveranties, met voor Nederland allerlei beperkingen.
Dat stond haaks op het neutraliteitsprincipe en de Nederlandse regering kwam ten opzichte van Duitsland in een moeilijke positie. Toegeven aan de geallieerde voorwaarden zou afbreuk doen aan de Nederlandse neutraliteit. Nederland moest steeds de juiste balans proberen te vinden in het tegemoet komen aan de oorlogvoerende partijen en dat leidde in sommige gevallen tot hachelijke situaties.

Conflict over een bewapend vrachtschip

Eén van die kwesties waarmee de Nederlandse regering te maken kreeg was het incident met het Engelse vrachtschip Princess Melita. Vanwege de duikbootdreiging hadden de geallieerden hun koopvaardijschepen bewapend. Tijdens een sneeuwstorm verzocht de Princess Melita in een Nederlandse haven te mogen aanmeren. Nederland stond dit niet toe, omdat het schip bewapend was. Later keerde het schip terug om een zieke aan land te brengen en om drinkwater aan boord te nemen, maar het moest daarna meteen weer uitvaren. Op 9 maart 1917 verscheen er een bericht in het Rotterdamsch Nieuwsblad over de Princess Melita:

Het incident leidde tot verontwaardiging bij de Engelse regering, die erop wees dat de bewapening defensief was en dat neutrale landen het recht hadden deze schepen toe te laten, zonder inbreuk te doen op het neutraliteitsprincipe.

Duitsland eist vrijlating van geïnterneerde duikboten

Duitsland was op zijn beurt verbolgen over een vermeende ongelijke behandeling. Als Nederland de Princess Melita vanwege de bewapening als een oorlogsschip zag, had het dit schip naar Duits inzicht moeten interneren. Net zoals bij twee Duitse duikboten kort daarvoor was gebeurd, de U-6 en de U-30. In het Volk verscheen een bericht over de affaire:

De zaak dreigde te escaleren: Duitsland eiste vrijlating van de duikboten en de spanning liep hoog op. Premier Cort van der Linden mengde zich in de zaak en lange onderhandelingen volgden. Uiteindelijk bereikte men een compromis en werd de U-30 vrijgegeven.

Neutraliteit van Nederland ter discussie

De Duitse duikboten kenden ondertussen geen genade. Eind juli werden acht Scheveningse schepen zonder pardon tot zinken gebracht, en dat leidde tot felle verontwaardiging en de roep om een krachtiger regeringsbeleid. Het Eindhovensch Dagblad was daarin bijzonder uitgesproken. De neutraliteit van de Nederlandse regering stond ter discussie. Duitsland werd de ‘beul’ genoemd en men sprak over ‘laffe daden’ die al dan niet met het zwaard gewroken moesten worden. Het geduld leek op en men vroeg zich af wanneer de regering eens zou optreden ‘om aan die rechtsverkrachting voor goed een eind te maken’:

Economische problemen

De scheepvaart en de visserij kregen een enorme dreun door de duikbootoorlog. In 1917 bedroeg het aantal schepen dat Nederlandse havens aandeed nog maar ongeveer 13% van het aantal dat in 1913 Nederlandse havens was binnengelopen. Na het begin van het Duitse duikbootoffensief kwam de invoer van belangrijke levensmiddelen en brandstof geleidelijk stil te liggen, met grote gevolgen voor de Nederlandse economie. De levensmiddelen in Nederland werden schaarser en vrijwel alles ging op de bon. De Nieuwe Tilburgsche Courant meldde op 3 april 1917 dat een distributieregeling voor benzine ophanden was:

Gevolgen van de duikbootoorlog

In 1917 gingen 31 Nederlandse schepen verloren door duikboten en mijnen. In het jaar 1916 waren er meer schepen naar de zeebodem verdwenen, maar in 1917 was het aantal tonnen vracht hoger. Per saldo dus een groter verlies.

De onbeperkte duikbotenoorlog bracht de Verenigde Staten in de oorlog tegen Duitsland. Het gevolg was dat Nederland nog sterker afhankelijk werd van de geallieerden. Het neutrale Nederland werd feitelijk een speelbal van de internationale grootmachten. Tijdens de laatste anderhalf jaar van de oorlog zouden nog veel Nederlandse schepen naar de zeebodem verdwijnen en verminderde de aanvoer van levensmiddelen. Nederland maakte de zwaarste periode uit de oorlog door.

De Nederlandse 'Ambon' in camouflagebeschildering
De Nederlandse 'Ambon' in camouflagebeschildering, 1917

Geheugen van Nederland, permalink

Meer lezen over de Eerste Wereldoorlog