WO I: Drankmisbruik en -bestrijding in 1915 en 1916

Alcoholmisbruik was voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog een probleem. De kranten in Delpher geven een beeld van de incidenten die drankmisbruik veroorzaakte en van de initiatieven die burgers namen om drankmisbruik tegen te gaan.

Alcoholmisbruik in de negentiende eeuw

In de negentiende eeuw was overmatig alcoholgebruik een probleem in Nederland. Het veroorzaakte verstoringen van de openbare orde en geweld in de huiselijke sfeer. De ‘Nederlandse Vereniging tot Afschaffing van Sterken Drank’ kwam in 1842 in het geweer om alcoholmisbruik te bestrijden. In de decennia daarna ontstonden er meer van zulke groeperingen. Omdat Nederland verzuild was bereikten die groeperingen vooral hun eigen achterban.

Door wetgeving, bijvoorbeeld de Drankwet van 1881, nam het alcoholgebruik inderdaad af. In crisissituaties, zoals de Eerste Wereldoorlog, werd het alcoholprobleem weer ernstiger. Wanneer gemobiliseerde militairen en werklozen in groten getale op straat waren, ging er nog weleens wat drank doorheen. Organisaties van geheelonthouders probeerden de zaak in de hand te houden.

De samenleving en alcohol rond de Eerste Wereldoorlog

Alcohol drinken was al eeuwen normaal in Europa. Dat kwam omdat drinkwater meestal ongezond was; drank - heel vaak bier - veroorzaakte minder ziektes. Naarmate de persoonlijke hygiëne toenam en het ideaal van de ‘beschaafde’ burger opgang deed, begon men (te) veel drinken ongepast te vinden. In arbeiderskringen ging men eveneens streven naar de verheffing van de arbeider tot een net en ontwikkeld mens. Met de voortschrijdende industrialisatie werd bovendien duidelijk dat het bedienen van grote machines en apparaten beter niet door dronken arbeiders kon gebeuren. Alcohol drinken, voor velen trouwens het enige bereikbare vertier, zou beperkt moeten blijven tot feesten of in het café. Maar probleemdrinkers, de ‘drankzuchtigen’, bleven bestaan, zoals die al eeuwenlang in elke samenleving voorkomen.

Incidenten door drankmisbruik

De kranten in Delpher maken regelmatig melding van problemen door drankmisbruik. In augustus 1914 stak te Venlo een dronken man zijn vrouw in brand; zij overleed aan de gevolgen. In Oldambt (Gr.) viel diezelfde maand een meisje uit de vijfde klas uit de schoolbank; ze was dronken. Twee maanden later loste een dronken Amsterdamse man revolverschoten, zodat zijn vrouw het huis uit vluchtte. Eind december hield de Rotterdamse politie een straatventer aan wegens openbare dronkenschap; de man bleek ook valsemunter te zijn.

Meer incidenten door alcohol

In de kranten 1915 verschenen talloze berichten over aanhoudingen en veroordelingen vanwege openbare dronkenschap. Zo ontvreemdde een dievegge in Rotterdam handtassen en werd gearresteerd. Tijdens de rechtzaak werd dronkenschap als verzachtende omstandigheid aangevoerd. In Dordrecht wierp een dronken sjouwer een politieman in het water; de dader werd aangehouden. De aanhouding van een beschonken man in Tilburg draaide uit op een handgemeen; een agent moest een waarschuwingsschot lossen. In 1915 belandden in Bussum uiteindelijk 63 personen achter slot en grendel vanwege dronkenschap. In Amsterdam kwam het in mei 1916 tot een vechtpartij tussen politieagenten en twee dronken lieden. Een vuurwapen en de sabel moesten eraan te pas komen.

In Het Centrum (18 februari 1915) verscheen een verhandeling over het straffen van dronken misdadigers. Centraal stond de vraag of dronkenschap een verzachtende of een verzwarende omstandigheid was.

Drankbestrijding in Gouda

Tijdens een bijeenkomst van rooms-katholieken in Gouda sprak een vertegenwoordigster van de Mariavereeniging. Ze zei dat er vrees had bestaan dat de drankbestrijding door de oorlog moeilijker zou verlopen. Het maatschappelijk verkeer en het organisatiewezen leken stil te vallen in augustus 1914. Maar in de oorlogvoerende en in de neutrale landen was men ervan doordrongen dat alcoholgebruik een slecht effect had op de mens. Dit gaf de spreekster vertrouwen en zij hoopte dat na de oorlog de beperkende maatregelen van kracht zouden blijven (Het Centrum, 26 juli 1915).

Nieuwsblad van Friesland, 27 juli 1915

Bestrijden van de ‘gemeenschappelijke vijand’ uit: Nieuwsblad van Friesland, 27 juli 1915

Geheelonthouders-Zangersfeest in Oranjewoud

Het jaarlijkse Friese korenfeest van de Bond van Geheelonthouderskoren bracht zo’n achthonderd zangers bijeen. Een goede opkomst volgens de organisatie. Wel waren door ‘de mobilisatie de mannelijke rijen zeer gedund’. Door diezelfde mobilisatie was het festival in 1914 niet doorgegaan. Er bestond een jaar later reden genoeg om het zangersfeest wel te houden. ’De vijand, de alcohol, rust ook thans niet en daarom mogen ook wij niet rusten’ aldus de Bond (Nieuwsblad van Friesland, 24 augustus 1915).

Tentoonstelling over drankmisbruik

In Utrecht was tentoonstelling ingericht over de ellende die alcoholgebruik veroorzaakte. Allerlei onderzoeksresultaten en statistische gegevens maakten de bezoeker duidelijk wat alcohol aanrichtte. Zo kwam de slechte de invloed op het gezinsleven aan de orde. Verschillende organisaties tegen alcoholmisbruik hadden inzendingen aangeleverd. ‘Deze tentoonstelling is zeker een bezoek waard’ meldde De Telegraaf (23 september 1915).