WO I: Europa 1914

Wie de kaart van Europa uit 1914 bekijkt, valt het op dat er veel minder landen op staan dan tegenwoordig. Polen, Oostenrijk of Tsjechië komen er niet op voor. De landen die er wel waren, kenden een andere staatsvorm dan de huidige. Zo was Duitsland een keizerrijk, net als Oostenrijk-Hongarije, in Rusland regeerde een tsaar.

Europe before The Great War (1914-1918)

De negentiende eeuw

In de negentiende eeuw hadden allerlei oorlogen in Europa plaatsgevonden, ten eerste de Napoleontische oorlogen tot 1815. Daarna onder meer de Krimoorlog (1854-1856), oorlog tussen Frankrijk en Denemarken tegen Pruisen (1864), de Oostenrijks-Pruisische oorlog (1866), de Frans-Duitse oorlog (1870-1871) en nog een oorlog tussen Rusland en Turkije (1877). Door deze gewapende conflicten veranderden de verhoudingen telkens. Kleine landjes als Nederland en België zagen het allemaal gebeuren en hielden zich erbuiten.

De ‘eeuw van Europa’

Omdat Europa als machtigste continent wereldwijd de dienst uitmaakte heet de negentiende eeuw wel de ‘eeuw van Europa’. De economische, politieke en industriële ontwikkelingen maakten dat Europa de andere continenten overheerste. Zo was bijvoorbeeld Afrika rond 1860 vrijwel geheel opgedeeld in Engelse, Franse, Duitse, Spaanse, Portugese en Belgische koloniën. Ook in Amerika, Azië en Australië was de koloniale overheersing volop merkbaar.
Nederland had koloniale bezittingen in Zuid-Amerika en Azië, waaronder Nederlands-Indië, dat veel groter was en veel meer inwoners kende dan het moederland.
In de tweede helft van de negentiende eeuw was Duitsland na de eenwording een machtig rijk geworden, dat zich wilde doen gelden in de wereldpolitiek. Het verwierf koloniën in Afrika en Oceanië, maar aanzienlijk minder dan de andere Europese grootmachten.

Spanning in de vroege twintigste eeuw

Het Duitse streven leidde tot aanvaringen met Frankrijk, zoals tijdens de Marokko-crisis (1905) en de Agadir-crisis (1911). Andere redenen voor spanning in Europa waren het Duitse vlootprogramma dat Groot-Brittannië verontrustte en de annexatie van de provincies Elzas-Lotharingen door Duitsland na de Frans-Duitse Oorlog in 1871.
Er was meer onrust: de Albanezen kwamen in opstand tegen Turkije (1907-1908). Tegelijkertijd had Oostenrijk-Hongarije Bosnië-Herzegovina geannexeerd (1908), waardoor nieuwe etnische spanningen ontstonden. In 1912 en 1913 volgden weer oorlogen op de Balkan, waarbij onder andere Servië, Bulgarije, Griekenland, Roemenië en het Ottomaanse Rijk betrokken waren. Die hele regio, waar Oostenrijk-Hongarije en Rusland strategische belangen hadden, kreeg als bijnaam ’het kruitvat van Europa’.

Vijf grootmachten, twee kampen

Rond 1914 waren Duitsland en Oostenrijk-Hongarije de twee centrale mogendheden, Frankrijk, Groot-Brittannië en Rusland waren de West- en Oost-Europese grootmachten. De bondgenootschappen die de landen met elkaar waren aangegaan verdeelden Europa in twee kampen, de Centralen en de ‘Triple Entente’. Daardoor ontstond de zogeheten balance of power, het evenwicht dat nodig was om de vrede in Europa te bewaren.
Dat er iets broeide bleek wel: Duitsland had een krijgsmacht van meer dan een miljoen manschappen opgebouwd, in Frankrijk was kort voor 1914 de dienstplicht van twee naar drie jaar verlengd. Dat kwam voort uit onderling wantrouwen.

Patriottisme en vredesgedachte

Velen in Europa beseften dat de vrede op het spel stond. Patriottistische groeperingen meenden dat oorlog onvermijdelijk, wellicht zelfs wenselijk was om de verhoudingen eens recht te zetten. Zij hingen een soort realisme aan; oorlog is van alle tijden en van Darwin leende men het idee van de survival of the fittest. Wanneer nodig, strijdt men voor het vaderland en de sterkste wint.
Anderzijds bracht de vredesgedachte velen samen. Juristen, religieuze groeperingen en socialisten zetten zich er op eigen wijze voor in oorlog uit te bannen. Zo waren er vredesconferenties in Den Haag (1899 en 1907), de opening van het Vredespaleis als internationaal gerechtshof (1913) en de Internationale Socialisten Conferentie (1907) die arbeiders opriep alles in het werk te stellen om oorlog te voorkomen.

De kranten in 1914

Een greep uit wat de kranten in 1914 te melden hadden over de gespannen verhoudingen in Europa. Dat er een gevaarlijke situatie bestond realiseerde men zich. Het Algemeen Handelsblad van 4 januari 1914 schreef ‘Het zou een dwaasheid neen, een misdaad zijn thans een oorlog te voeren.’
Het Rotterdamsch Nieuwsblad van 19 februari 1914 berichtte over diplomatiek contact tussen de Triple Entente-landen; het betrof ‘een voorstel nog grooter toenadering tusschen de diplomatie van de Triple Entente teweeg te brengen, ten einde daardoor een eventuele actie te bespoedigen.’ Op 16 maart 1914 nam het Rotterdamsch Nieuwsblad een bericht uit een Duitse krant over. Het ging over ‘de toenemende bewapening van Rusland en de dreiging … [van een] DUITSCH-RUSSISCHE oorlog.’ De krant noemde ook de verlengde Franse diensttijd en ‘nu is de beurt dus weer aan Duitschland om een stap voorwaarts te doen in de bewapeningswedloop …’.
Wie dit allemaal las, moest wel ongerust worden, vooralsnog bleef het hierbij.

Rotterdamsch Nieuwsblad, 16 maart 1914

Uit: Rotterdamsch Nieuwsblad, 16 maart 1914

Engeland en Europa

De Nieuwe Rotterdamsche Courant van 23 april 1914 signaleerde betere betrekkingen tussen Engeland en Duitsland, ‘de gevaarlijke spanning, die de wereld zoolang in onrust hield, is minder geworden.’ De krant berichtte ook over een artikel in de pers van de Franse historicus Lavisse. Deze beschouwde Duitsland als de vijand, ‘tegen wien Engeland, Frankrijk en Rusland moeten front maken, in welk geval Oostenrijk en Italië niet neutraal zouden kunnen blijven.’ Van Engelse zijde wilde men het niet zo scherp stellen.

Vredesstreven in Nederland

De Tijd van 2 april 1914 nam een bericht van De Telegraaf over, een aankondiging van een ‘grote betooging in de hoofdstad des lands’ door de Bond ‘Vrede door Recht’. Voorzitter jhr. Van Asch van Wijck wilde die zomer buiten- en binnenlandse sprekers uitnodigen om in het Paleis van Volksvlijt hun voordrachten te houden.
Dezelfde bond greep op 18 mei de gelegenheid aan om de Vredesconferentie van 1899 te herdenken en aan 1.800 onderwijsinstellingen brochures aan te bieden over de betekenis van die conferentie. Daarmee hoopte de Bond de vredesbeweging te bevorderen. (Tilburgsche Courant 16 mei 1914).

Wenen juni 1914

Op 21 juni 1914 overleed in Wenen Bertha von Suttner. Zij had in 1891 de Oostenrijkse vredesbeweging opgericht; in 1905 ontving zij de Nobelprijs voor de vrede. Haar boek De wapens neer uit 1889 was een internationale besteller geworden. ‘Allen die op onzen aardbol den oorlog verafschuwen zullen haar overlijden betreuren’ schreef de Nieuwe Rotterdamsche Courant op 24 juni 1914. De Bond ‘Vrede door Recht’ had telegrafisch zijn deelneming aan haar naasten betuigd.
Slechts een week na haar overlijden werd op 28 juni in Sarajevo kroonprins Frans Ferdinand vermoord.

De Tijd, 22 juni 1914

Uit: De Tijd, 22 juni 1914

Congres voor de vrede in Wenen

Wenen beloofde dat jaar een belangrijke stad voor de vredesbeweging te zijn. Van 12 tot 19 september 1914 zou daar het XXIe Congres voor de Wereldvrede plaatsvinden. Deelnemers uit diverse landen zouden er bijeenkomen. In de brochure Naar Weenen, een uitgave van de Bond Vrede door Recht uit voorjaar 1914, stond het volledige programma van die week al afgedrukt. Door de aanslag in Sarajevo ging dat congres uiteraard niet door.

Van juni tot augustus 1914

Die moordaanslag op Frans Ferdinand zette Europa tot in alle uithoeken in beweging. Op zich was deze aanslag voor het grote publiek niet opzienbarend; in de vijftien jaar daarvoor waren verschillende Europese vorsten en een Amerikaanse president vermoord. Het leek allemaal rustig te blijven en al snel ging men weer over tot de orde van de dag. Begin juli 1914 ging bijvoorbeeld keizer Wilhelm II gewoon op vakantie naar Noorwegen.
Maar achter de schermen werd druk overleg gevoerd. Voor Oostenrijk-Hongarije was het duidelijk dat Servië medeverantwoordelijk was voor de aanslag. Dat vereiste een krachtig optreden. Eventuele strafmaatregelen van Oostenrijk-Hongarije tegen Servië konden ernstige gevolgen krijgen, mochten de grootmachten door hun bondgenootschappen erbij betrokken raken. Op 23 juli 1914 legde Oostenrijk-Hongarije een ultimatum voor, dat voor Servië bij voorbaat onacceptabel was. Hoewel de Serven op de meeste punten toegaven, verwierp Oostenrijk-Hongarije het antwoord.

Mobilisatie en oorlog

Eind juli 1914 viel het Oostenrijks-Hongaarse leger Servië binnen. Binnen enkele dagen kondigden de andere grootmachten de mobilisatie af en in west en oost brak de oorlog uit. Dat bracht opluchting en paniek tegelijk. Bij nationalistische groeperingen overheerste enthousiasme: eindelijk gebeurde er wat. In de hoofdsteden verschenen juichende menigten op straat. Anderen hielden hun hart vast en haastten zich naar de bank om hun spaargeld in klinkende munt om te zetten.
Optimistische soldaten in Duitsland verwachtten ein frischer fröhliger Krieg en kalkten Ausflug nach Paris op de wagons die hun naar het front vervoerden, in Engeland zei iedereen It’ll all be over by Christmas, op Franse treinen stond À Berlin.

Hoe was het zover gekomen?

Na de wapenstilstand in november 1918 en het einde van de Eerste Wereldoorlog barstte de discussie los over de schuldvraag. Bijna honderd jaar later is die discussie nog in volle gang en komen onderzoekers met nieuwe analyses en inzichten. Zoals in recente werken als The sleepwalkers: how Europe went to war in 1914 door Christopher Clark (2012) of Catastrophe 1914: Europe Goes to War door Max Hastings (2013). Een eerder standaadwerk is The guns of August van Barbara Tuchman (1962). Maar de lijst met titels is ellenlang.